Formule 1 Max Verstappen is er eerlijk over: hij weet niet of hij na dit jaar nog doorgaat in de Formule 1. Zijn desillusie over het racen met de nieuwe, half elektrische auto’s is groot. Regelwijzigingen moeten vanaf dit weekend de grootste tekortkomingen in de technische regels gladstrijken.
Max Verstappen in de pitbox van Red Bull, eind maart bij de Grand Prix van Japan.
De Iran-oorlog heeft het schema van de Formule 1 flink overhoop geschopt, maar kwam dat best goed uit. Door het schrappen van de grands prix in Bahrein en Saoedi-Arabië ontstond een gat van vijf weken op de racekalender, waarin de sport zich kon herbezinnen op de nieuwe, sterk bekritiseerde technische regels.
Komend weekend, bij de hervatting van het F1-seizoen in Miami, zijn de regels op belangrijke punten aangepast. In directe zin moet dat ervoor zorgen dat de nieuwe F1-auto’s zich weer wat meer als échte racewagens laten besturen. En in indirecte zin kunnen de aanpassingen cruciaal zijn om de grootste ster binnenboord te houden: Max Verstappen.
Er bestaat namelijk een reële kans dat de viervoudig wereldkampioen na 2026 de Formule 1 verlaat, in elk geval tijdelijk. De eerste drie races verliepen teleurstellend voor Verstappen, en uit het racen in F1-auto’s van de nieuwe generatie haalt hij geen enkele voldoening.
„Ik moet op persoonlijk vlak een hoop dingen uitzoeken”, zei hij eind maart in Japan tegen de pers, doelend op zijn toekomst in de sport. Verstappen impliceerde dat hij het lastig vindt zich nog te motiveren. „Elke ochtend als ik opsta, overtuig ik mezelf om het weer te proberen.”
Nu heeft Verstappen wel vaker laten merken dat hij het niet altijd leuk vindt om F1-coureur te zijn. Het normaal gesproken 24 races tellende schema vindt hij te lang en intensief, de onophoudelijke media- en sponsorverplichtingen stomvervelend, en de nadruk die de Amerikaanse F1-eigenaar Liberty Media legt op show en sensatie is ook niet besteed aan de 28-jarige coureur.
Maar er is ook iets veranderd. Verstappen houdt simpelweg van racen – waarin maakt niet zoveel uit. Hij is tegenwoordig vaak op de Nürburgring te vinden, waar hij in een Mercedes-sportwagen traint voor de beroemde 24-uursrace halverwege mei. Als hij tijd heeft, kruipt hij thuis in zijn simulator om online competitief te racen. Uit zijn reguliere baan, rijden in een F1-auto, haalt hij niet langer hetzelfde plezier als voorheen.
Net als de andere auto’s wordt Verstappens Red Bull vanaf dit jaar behalve door een brandstofmotor voor bijna 50 procent elektrisch aangedreven. Dat was een eis van de voor de sport onmisbare motorfabrikanten, die hun wagenpark voor de openbare weg immers ook aan het vergroenen zijn.
Helaas laten de nieuwe technische regels, waarin de 50/50-verdeling vastligt, te wensen over. Zowel het vermogen van de auto’s om elektriciteit op te wekken als de opslagcapaciteit daarvoor zijn dusdanig beperkt, dat de elektromotor continu stroom tekortkomt. Om toch maar zo veel mogelijk elektriciteit te genereren, moeten coureurs eerder van het gas als ze op een bocht afkomen, en in de bocht zelf soms ook expres langzamer rijden. Per saldo levert dat een snellere rondetijd op, want met de extra stroom kunnen ze harder op rechte stukken. Maar snel rechtdoor rijden kan iedereen – daaraan valt voor Verstappen geen eer te behalen.
Daar komt bij dat gebruik en opwekken van elektriciteit grotendeels automatisch geregeld worden, met beperkte invloed voor de rijders. En tot slot zitten races vol inhaalacties die er spectaculair uitzien maar eigenlijk niets voorstellen: de ene rijder had gewoon een lege accu en de andere een volle. Niet voor niets smaalde Verstappen al dat de huidige Formule 1 veel weg heeft van een potje Mario Kart op de Nintendo.
Sommigen zien in Verstappen een slechte verliezer. George Russell, coureur bij koploper Mercedes, haalde onlangs bij Sky Sports bijvoorbeeld herinneringen op aan 2022. Destijds waren veel rijders ook niet blij met de zware, logge auto’s. „Toen klaagde [Max] niet omdat hij won.”
Het gaat beroerd bij Red Bull Racing. De RB22 is een matig ontworpen auto, met onstuimig rijgedrag dat zelfs voor Verstappen, met zijn grote aanpassingsvermogen, amper te temmen is. „We hebben nog nooit zoiets slechts gehad”, foeterde hij in China. Een kleine bron van hoop is dat de RB22 in Miami van een groot pakket aangepaste onderdelen is voorzien, die de auto beter bestuurbaar moeten maken.
Dat moet ook wel, want Verstappens beste resultaat dit seizoen is zesde. In het kampioenschap staat hij na drie races negende met twaalf punten. Alleen in zijn debuutjaar 2015 scoorde Verstappen minder.
Het laat onverlet dat naast Verstappen vrijwel alle coureurs zich óók negatief hebben uitgesproken over de nieuwe regels. Verstappen waarschuwde bovendien al jaren dat de nieuwe technische regels wel eens slecht konden uitpakken. En in 2024 en 2025, toen zijn Red Bulls vaak ook niet best waren, sprak hij nooit openlijk over stoppen.
Verstappens vader Jos zei in De Telegraaf dat de frustratie bij zijn zoon al duidelijk was tijdens de eerste testritten in januari. „Dan gaat Max de baan op en dan merk je al snel dat hij het rijden met deze auto’s helemaal niks vindt”, aldus Jos Verstappen. „Eerlijk gezegd ben ik er wel bang voor dat Max zijn motivatie verliest. Het racen in een Formule 1-auto vond hij vroeger het mooiste wat er was. Maar nu zie ik het vrij somber in. Ik zou willen zeggen dat het niet zo was, maar ik zie dit met het oog op zijn toekomst wel een probleem worden.”
Waar de stemming onder coureurs, in de vakpers en op sociale media ronduit negatief is, houdt de Formule 1 vol dat de nieuwe regels een onomstotelijk succes zijn. Uit eigen opinieonderzoek van de sport blijkt dat de tevredenheid van fans dit jaar is toegenomen, meldt de Britse autosportsite The Race, die afgelopen week met F1-directeur Stefano Domenicali sprak. „De Formule 1 heeft geen problemen”, aldus de Italiaan. Geen problemen die hij met de buitenwereld wil delen, althans: „De juiste manier om dit aan te pakken is zoals in een goede familie: je schreeuwt binnenskamers, en niet erbuiten.”
Binnenskamers gingen de Formule 1, autosportbond FIA, de elf teams en de vijf motorfabrikanten de voorbije weken met elkaar om tafel. Ze bespraken de problemen, mogelijke oplossingen en presenteerden vorige week een reeks wijzigingen aan het technisch reglement.
Het belangrijkste gevolg van de aanpassingen zou moeten zijn dat de rijders als vanouds voluit kunnen rijden in hun tot dusver nogal tamme kwalificatierondes. De auto’s mogen per ronde minder elektrische energie terugwinnen, en de generator mag onder bepaalde omstandigheden juist sneller stroom opwekken. Daardoor zou er minder noodzaak moeten zijn tot gas loslaten en langzaam door de bochten rijden.
Andere aanpassingen moeten zorgen voor kleinere snelheidsverschillen tussen auto’s die hun accu inzetten en auto’s die dat niet doen. Nu waren die soms zo groot, dat het gevaarlijk werd – getuige de harde crash van Oliver Bearman in Japan.
Het is onwaarschijnlijk dat de regelwijzigingen de tekortkomingen van de 2026-auto’s volledig verhelpen. In de kern zijn alle problemen namelijk een kwestie van natuurkunde. Een grotere accu, die voor de start volgeladen kan worden, is veel te groot en zwaar. En de hoeveelheid energie die de auto’s kunnen opwekken onder het remmen, is nu eenmaal beperkt – de rest zal moeten komen uit onconventionele methodes zoals vroeg van het gas gaan.
Het energietekort zal dus blijven. De Formule 1 is voorlopig niet af van auto’s die halverwege een recht stuk hun accu hebben leeggereden en daarna met sterk inzakkende snelheid op de volgende bocht af pruttelen, zelfs terwijl de coureur het gaspedaal vol ingetrapt houdt.
Een échte oplossing kan er pas komen als de Formule 1 de 50/50-verdeling tussen brandstof en elektriciteit loslaat. Wellicht via meer ingrijpende regelwijzigingen voor 2027. En anders pas bij een volgende motorformule, over een jaar of vier à vijf. De Formule 1 en de FIA denken daar nu al over na. Het lijkt erop dat zij zich minder gelegen zullen laten liggen aan de technische eisen van de fabrikanten. „We mogen ons niet laten gijzelen door autoconcerns die wel of niet aan onze sport willen deelnemen”, zei Nikolas Tombazis, die bij de FIA eindverantwoordelijk is voor de regels, deze week tegen journalisten.
In de tussentijd zal Verstappen blijven wikken en wegen over zijn toekomst. Hij wíl niet weg uit de Formule 1, zei hij een paar weken geleden. Maar de sport maakt het hem niet makkelijk.
„Ik weet dat je niet altijd kunt domineren.[…] Ik heb niet alleen maar gewonnen in de Formule 1”, zei Verstappen tegen de BBC. Maar als hij op de zevende of achtste plek moet rondrijden op een manier die tegen al zijn coureursinstincten ingaat, komt er een moment dat hij „er gewoon klaar mee” is. „Dan denk je: is dit het waard? Of ben ik liever thuis bij mijn gezin?”