In Amsterdam gold Saar Boerlage als een icoon van het verzet. De rest van Nederland kende haar als de vrouw die de komst van de Olympische Spelen in 1992 naar Amsterdam verijdelde.
Radicaal pacifist, politicus, bestuurder, docent, geheelonthouder, sociaal geograaf, vegetarisch, humanist, lid van gemeenteraad, deelraad, Provinciale Staten en universiteitsraad. Saar Boerlage was heel veel. Dwingend, charmant, compromisloos, integer, vrolijk, eigengereid, sociaal. Maar boven alles was ze actievoerder, strijder voor gerechtigheid. ‘Kunnen actievoerders dan nooit eens met pensioen?’, verzuchtte ze op het eind van haar leven, toen ze achter de rollator meeliep in een demonstratie.
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
In de hoofdstad was ze een icoon van het verzet. De rest van Nederland kende haar als de vrouw die de komst van de Olympische Spelen in 1992 naar Amsterdam verijdelde. Zij bestookte de leden van het IOC met condooms en zakjes wiet en de hoofdstad viel af vanwege drugsgeweld en krakers, tot groot chagrijn van premier Ruud Lubbers. Althans, zo ziet de geschiedenis haar hoofdrol van die dagen het liefst.
Ze werd 93 jaar. Vlak voor haar overlijden op 17 maart liet ze weten dat ze zingend het leven ging verlaten. ‘Vertel verder dat ik het goed heb gehad’, zei ze tegen ingewijden in de torenkamer op de hoogste verdieping van de Akroplis, de woongemeenschap op Humanistische grondslag voor 55-plussers in Amsterdam. Zij was een van de kwartiermakers van de toren geweest.
Boerlage kwam uit een familie van sociaal geëngageerde academische pacifisten. Haar vader, advocaat en dominee, zat in het verzet in de Tweede Wereldoorlog, thuis hadden ze onderduikers. Haar moeder was bioloog. Saar was de jongste van drie kinderen en groeide op in Amsterdam, Oegstgeest en Friesland. Ze studeerde sociale geografie, werd universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam en bleef dat tot aan haar pensioen.
Eind jaren vijftig raakte ze betrokken bij de oprichting van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) en voor die partij werd ze gekozen in de gemeenteraad van Amsterdam. Woningbouw en planologie waren haar onderwerpen, maar een politieke carrière ambieerde ze niet, want die vond ze ‘karakterbedervend’. Na een paar jaar pakte ze de studie weer op. In 1987 keerde ze terug naar de politiek, dit keer als voorzitter van de PSP, en ijverde ze voor samenwerking op links, wat leidde tot de oprichting van GroenLinks.
Toen haar partij militaire interventies in Kosovo en Afghanistan steunde, stapte ze op en richtte zij als pacifist de Actieve Stad op. Nul zetels haalde ze bij de verkiezingen. ‘Eerst was ik behoorlijk teleurgesteld. Maar ik heb begrepen dat er al veel saaie, inefficiënte vergaderingen zijn geweest. Die hoef ik nu niet meer bij te wonen.’
Werk voldoende. Ze zat in het netwerk van vijftigplusvrouwen Wijze Oude Wijven, de werkgroep voor het basisinkomen en tegen de woningnood. Altijd, zomer en winter, ging ze op sandalen (soms met geitenwollen sokken) en in slobbertruien de barricaden op, wars van poeha.
Toen Sebastiaan Capel, voormalig raadslid van D66, dezer dagen op sociale media het plan opperde haar blijvend te gedenken, werd hij massaal bijgevallen. ‘Een straatnaam of een plein of een standbeeld, dat komt er wel’, zeg hij. ‘Ik denk aan een medaille. Dat zou het mooiste zijn. Ze was een praktische en academische actievoerder, zo heb ik haar leren kennen. Altijd betrokken bij de stad.’
Zelf zei Boerlage eens: ‘Ik vind het belangrijk dat eten warm is als het warm hoort te zijn en koud is als het koud hoort te zijn.’ De kritiek op haar was zelden mals, maar ze liet zich nooit van de wijs brengen. ‘Ik heb een selectief geheugen, dus ik heb altijd gelijk’, zei ze in 2002 in een gesprek met Het Parool.
‘Ontwaakt! Verworpenen der Aarde’, zongen familie en vrienden staand en luidkeels bij haar uitvaart, geheel naar haar laatste wens. Strijdbaarheid en verzet, die hoorden bij het leven.
Source: Volkskrant