Terugkeerprogramma’s Nigeriaanse migranten die vanuit Libië vrijwillig terugkeerden werd in 2022 een startkapitaal in het vooruitzicht gesteld. In de stad Kano proberen sommigen met beperkte middelen een nieuw leven te beginnen. „Ik ben in het land waar God me geschapen heeft.”
Ahmad poseert voor zijn winkel in de Nigeriaanse miljoenenstad Kano.
Ahmad heeft nu een baardje. Op zijn gezicht staat permanent een glimlach op uitbreken. „Ik had nooit verwacht dat ik het zo ver zou schoppen”, verklaart de 32-jarige, inmiddels weldoorvoede Nigeriaan. Nogal een verschil met de uitgemergelde, doodvermoeide jongeman die op 13 oktober 2022 in Lagos, Nigeria’s economische hoofdstad, het vliegtuig uit Tripoli uit wankelde na anderhalf jaar afzien in een Libische gevangenis. Ahmad keerde vrijwillig terug naar zijn geboorteland, samen met 125 landgenoten die waren gestrand in Libië nadat ze tevergeefs hadden geprobeerd via de Sahara en de Middellandse Zee Europa te bereiken.
Met een programma voor de herintegratie van terugkeerders naar Nigeria regelde de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) van de VN destijds hun vliegreis naar huis. Dat werd voor zo’n 15 miljoen euro gefinancierd door de Europese Unie, dat de afgelopen jaren steeds meer geld heeft uitgegeven om migratie via de Middellandse Zee tegen te gaan. Dat soort initiatieven wordt mede gevoed door de opkomst van radicaal-rechts in veel lidstaten, waardoor migratie als grootste probleem wordt gezien.
Onderdeel van het programma van IOM was de belofte van een bescheiden startkapitaal om een eigen bedrijfje mee te beginnen of een opleiding te volgen.
Wat is er terechtgekomen van die belofte die menig migrant teruglokte? NRC zocht een aantal teruggekeerde migranten op in Kano, de miljoenenstad in het noorden van het West-Afrikaanse land.
Het loopt tegen de veertig graden en de zon blikkert op het metalen dak van de container waarin Ahmad (zijn achternaam is bekend bij NRC maar wordt om privacyredenen niet genoemd) zijn winkeltje vestigde. De hitte deert hem niet: twee wandventilatoren waaien hem continu koelte toe. Dat is een unicum in Dan Tamashe, een wijk in de oostelijke periferie van Kano, waar de meeste huishoudens slechts een paar uur per dag stroom genieten. Ahmad glundert als hij op de zonnepanelen wijst die schitteren op een dak naast het politiebureau: zijn eigendom. De stroom die deze panelen leveren, vormt zijn voornaamste bron van inkomsten. Dat begon allemaal met het geld dat hij ontving van IOM, naar eigen zeggen een bedrag van 470.000 naira, destijds zo’n 700 euro.
Aminu wijst op de door hem geïnstalleerde zonnepanelen.
„De nacht nadat ik het geld kreeg, heb ik niet geslapen. Ik keek alleen maar naar die stapel naira’s. Dit is de enige kans die ik heb, dacht ik. Als ik dit onbezonnen uitgeef, dan is het einde verhaal”, herinnert Ahmad zich. Hij kocht voor 20.000 naira kleren en investeerde 100.000 in de kleine container waarin hij nu staat. Van de rest kocht hij een zonnepaneel voor op het dak van zijn verrijdbare containershop en monteerde een wand vol stopcontacten. Klanten die hun powerbank komen opladen betalen 150 naira, voor het opladen van een Android-telefoon betalen ze 80 en voor een computertablet 70 naira. Het bleek een gat in de markt in de naar elektriciteit smachtende wijk.
„Na een jaar kon ik uitbreiden”, glundert hij. Zijn collectie panelen werd te groot voor de container, dus sloot hij een overeenkomst met de eigenaren van een bungalow verderop om ze op hun dak te plaatsen. „Ik kan per maand 400.000 naira sparen”, vervolgt hij. Twee jaar geleden trouwde Ahmad en bouwde van zijn spaargeld een tweekamerbungalow.
Ver weg lijken de herinneringen aan zijn desperate poging om Europa te bereiken. Bij zijn overtocht door de Sahara in 2020 zag hij medereizigers sterven in de woestijn. Toen hij met anderen in een bootje stapte om de Middellandse Zee over te steken, werden ze gesnapt door de Libische kustwacht. Deze patrouilles om migratie te voorkomen worden fors gefinancierd door de EU. Nadat hij was opgepakt, belandde hij anderhalf jaar in de cel. „We werden als honden behandeld”, zei hij in 2022 over zijn gevangenschap tegen NRC.
Ahmad piekert er niet over ooit nog die weg te kiezen. „Ik heb een huis gebouwd, ik heb een vrouw en een zaak en ik kan alles eten waar ik zin in heb. Wat wil je nog meer?”
Voordat hij het geld van IOM ontving, sprak de nu zo optimistische Ahmad heel anders. Toen hij in oktober 2022 was teruggekeerd naar Kano, bleef de beloofde steun maandenlang uit. Hij stuurde destijds wanhopige appjes waarin hij bezwoer weer noordwaarts te gaan om de overtocht naar Europa te wagen. „Iedereen verwacht dat ik rijk ben teruggekomen”, klaagde hij telefonisch, „ik moet me verstoppen want ik heb geen cent.” Pas in maart kreeg Ahmad zijn geld, hoewel het minder was dan gehoopt. „Niemand legde uit waarom.”
Aminu (in het wit) loopt naar de straat waar zijn winkel is gevestigd.
Ook onder de andere terugkeerders heerste verwarring over de beloofde steun. Telefoontjes naar nummers van IOM-medewerkers die waren verstrekt, werden wekenlang niet opgenomen. In Kano wierpen profiteurs zich op die beweerden te kunnen bemiddelen. Ze zeiden ingangen te hebben bij de VN-organisatie en er tegen betaling voor te kunnen zorgen dat de aanvraag voor financiële steun snel zou worden behandeld. Sommigen overwogen met hen in zee te gaan, terwijl IOM – zo stelt de organisatie nu desgevraagd – niet met tussenpersonen werkt. De berichten van de terugkeerders werden almaar radelozer.
„Ik ben mijn tas aan het pakken om terug te gaan naar Libië. Ik heb geen geld geen baan. Ze [IOM] hebben me nog altijd niets gegeven.” Dit appje stuurde Aminu (29, ook zijn achternaam wordt om veiligheidsredenen niet genoemd) op 20 maart 2023, vijf maanden na terugkeer in Kano. De apothekersassistent was door zijn broer overtuigd naar huis te komen: met de beloofde financiële steun van IOM en het spaargeld van zijn broer zouden ze een apotheek kunnen beginnen. In plaats daarvan kwam Aminu, de oudste zoon van wie verwacht wordt dat hij voor de rest van de familie zorgt, berooid terug en bleef de financiële steun uit.
Eind mei 2023 kwam Aminu’s opgeluchte bericht dat hij geld had ontvangen. Het was maar de helft van de ongeveer 500.000 naira waarop hij had gehoopt, vertelt hij, en hij begrijpt niet waarom. Maar toen hij en zijn broers hun geld bij elkaar legden, konden ze er samen een bescheiden winkelruimte in het hart van Kano mee huren.
Op een dag in april zit Aminu in de apotheek die ze samen runnen, achter de toonbank met het kasboek voor zich. Op de planken om hem heen staan vitaminepreparaten, hoestdrank en maagzuurremmers opgestapeld. Ook Aminu is niet van plan zich ooit nog aan de barre migratietocht noordwaarts te wagen, maar volgens hem is een flink deel van de terugkeerders wel degelijk weer vertrokken.
Aminu achter de toonbank van zijn apotheek.
„Ik zag ze allemaal voorbijkomen, want om richting Sahara te gaan, moeten ze eerst door Kano”, zegt hij, en somt hun namen op: Samira, Yusuf, Adam, Ali, Fati. Allemaal mensen die met dezelfde vlucht als hij terugkeerden naar Nigeria en met wie hij geen contact meer kan krijgen. Zouden ze zijn gebleven als IOM eerder over de brug was gekomen met de beloofde steun? Aminu haalt zijn schouders op. „Ik was zelf ook van plan te vertrekken, totdat ik mijn geld kreeg.”
IOM meldt desgevraagd dat het ernaar streeft alle migranten zo snel mogelijk te helpen bij hun herintegratie. Volgens de organisatie kunnen vertragingen soms voorkomen als gevolg van een „combinatie van beoordelings- en planningsvoorwaarden, operationele beperkingen (…) administratieve processen, de wijze van hulpverlening en beschermingsaspecten”. Dat de omvang van de steun per persoon verschilt, komt doordat die wordt bepaald „op basis van de individuele behoeften en kwetsbaarheid van de terugkeerder, evenals de lokale sociaaleconomische context”, aldus IOM.
De organisatie zegt het effect van de uitgekeerde steun te meten „via een gestructureerd monitoring- en evaluatiekader”. Daaronder vallen volgens IOM veldbezoeken en het onderhouden van regelmatig contact met terugkeerders.
Aminu en Ahmad hoorden echter niets meer van IOM nadat ze een kleine twee jaar geleden het geld ontvingen. „Het lijkt wel of het ze niets kan schelen hoe het ons vergaat”, verklaart Aminu.
Dat maakt Ahmad weinig uit. „Het leven is goed”, zegt hij. Onder de toonbank ligt een paar veterloze sneakers. Iedere middag om vier uur neemt zijn medewerker de winkel over en wandelt de winkeleigenaar naar het trapveldje vlakbij voor een potje voetbal. „Ik ben in het land waar God me geschapen heeft”, zegt Ahmad terwijl hij afrekent met een jochie dat zijn vaders mobieltje komt ophalen. „De volgende keer dat ik naar Europa reis doe ik dat legaal, als geslaagde zakenman.”
Een klant rekent af bij Ahmad.