Home

In een autoritaire groep werken makaken juist beter samen

Door verschillende makakensoorten met elkaar te vergelijken, ontdekten Utrechtse onderzoekers dat apen in een strikt hiërarchische groep verbondjes sluiten waardoor ze beter samenwerken.

Makaken die leven in een autoritaire, strikt hiërarchische groep werken nauwer en beter samen dan makaken van meer egalitaire soorten. Dat concluderen gedragsbiologen van de Universiteit Utrecht in Nature Communications op basis van experimenten en observaties in een groot aantal dierentuinen. Volgens de onderzoekers werpen deze bevindingen een ander licht op samenwerking, die we vooral associëren met tolerantie.

Een heel degelijke studie, aldus hoogleraar gedragswetenschappen Carsten de Dreu van Rijksuniversiteit Groningen, die niet betrokken was bij het onderzoek: ‘Zelden zie je een vergelijking van zoveel groepen van verschillende én dezelfde soorten, waardoor je goede vergelijkingen kunt maken. Bovendien lieten ze de apen niet één, maar verschillende taken uitvoeren.’

Er bestaan zo’n 22 soorten makaken, die qua groepsgrootte en organisatie sterk op elkaar lijken, maar verschillen in de mate van hiërarchie. Er zijn sterk hiërarchische (zoals de Japanse makaak), redelijk hiërarchische (zoals de leeuwenstaartmakaak) en zeer egalitaire soorten (zoals de kuifmakaak). Die hiërarchie hangt sterk samen met ‘despotisme’ – agressie van hoger geplaatste individuen richting de lagere.

Vrouwelijke makaken met een hogere rang hebben meer toegang tot voedsel voor zichzelf en hun jongen, hoger geplaatste mannen hebben de meeste gelegenheid tot seks. Een hogere positie geeft deze dieren dus betere voortplantingskansen.

Ingenieuze opzet

De Utrechtse onderzoekers lieten tweetallen makaken van dertien groepen van zes verschillende soorten een aantal taken uitvoeren. De tweetallen konden onder meer in een ingenieuze opzet van de onderzoekers eten verdienen. Trok een van de twee aan een touwtje, dan kreeg alleen die de beloning. Trokken ze allebei tegelijk aan een touwtje, dan kregen ze allebei iets. Ze konden elkaar dus eten ‘gunnen’ en moesten daarvoor hun actie afstemmen.

De apen van de meest hiërarchische soorten bemachtigden in zo’n 60 procent van de gevallen allebei het eten, waar de meest egalitaire soorten bleven steken onder de 10 procent. In de meer hiërarchische groepen, ontdekten de onderzoekers, vormen de apen minder onderlinge banden, maar wel sterkere, waar ze in de praktijk profijt van hebben. Die banden vormen alleen apen met een ongeveer even hoge rang. In een strakkere hiërarchie, schrijven de onderzoekers, zijn de individuen meer op elkaar aangewezen.

De resultaten lijken te bewijzen dat een strakkere hiërarchie gunstiger is, maar zo ver wil hoofdonderzoeker Jorg Massen niet gaan. ‘Hiërarchie geeft duidelijkheid, je weet waar je aan toe bent. Maar er zijn ook nadelen. Niet voor niets zijn bij makaken al die verschillende varianten ontstaan.’

De onderzoekers zagen bijvoorbeeld ook dat in meer egalitaire groepen, wanneer aap A aap B vlooide en aap B dat deed bij aap C, aap A dat óók bij aap C deed – wat duidt op een groter netwerk van wederkerigheid.

Techbro’s van de makaken

Dat apen in een sterkere hiërarchie beter samenwerken, klinkt misschien contra-intuïtief, maar De Dreu ziet dit anders. ‘Juist door zo nauw samen te werken, houden de koppeltjes de hiërarchie strikt. Ze sluiten verbondjes en houden zo de apen met een lagere rang onder zich.’

Vaak zijn de apen die samenwerken ook nog familie van elkaar, waardoor er sprake is van despotisme én nepotisme, zegt De Dreu. ‘Het zijn een beetje de techbro’s van de makaken, die de rest in toom houden.’

Samenwerken heeft in onze beeldvorming een positieve connotatie. Maar het is een vorm van goed voor jezelf zorgen, legt De Dreu uit. ‘Wij gieten over allerlei gedrag een moreel sausje, maar dat verdoezelt dat veel altruïsme en zelfs generositeit strategisch is. Niet dat iedereen daar bewust mee bezig is, maar evolutionair werkt het wel zo.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next