De ophef over de kansongelijkheid bij hospiteren leidt af van het échte probleem: het woningtekort. Zolang er te weinig kamers zijn, blijft het verdelen pijnlijk.
De opiniebijdrage van Enora Segeren en Salih Erdal, die vorige week in de Volkskrant verscheen, schetst op het eerste gezicht een helder moreel frame: wie vóór het nieuwe hospiteerbeleid van studentenhuisvester DUWO is, kiest voor inclusie en gelijke kansen; wie kritiek heeft, verdedigt uitsluiting en kansenongelijkheid. Het klinkt krachtig, maar bij nadere beschouwing is het een karikatuur van het debat. En juist zulke simplificaties leiden af van het werkelijke probleem: er zijn veel te weinig kamers.
Wanneer schaarste extreem wordt, sluit ieder verdeelsysteem mensen uit. Dan maakt het niet uit of kamers via hospiteren, loting, wachttijd of reisafstand worden verdeeld: er blijven simpelweg te veel studenten over zonder plek. Wie doet alsof een nieuwe selectieprocedure dat fundamentele probleem oplost, verkoopt schijnzekerheid. Toch blijkt dat een uiterst effectieve afleidingsmanoeuvre.
Over de auteur
Pim Lammers is voorzitter van de Plaatselijke Kamer van Verenigingen (PKvV) Leiden en student geschiedenis aan de Universiteit Leiden.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Precies daar ontbreekt het momenteel aan: nuance. Steeds opnieuw wordt een valse tegenstelling opgetuigd. Tussen goed en kwaad. Tussen inclusieve hervormers en behoudzuchtige tegenstanders. Tussen verenigingsleden die zogenaamd massaal kamers inpikken en niet-leden die structureel buitenspel zouden staan.
Dat frame houdt geen stand. De cijfers waarop deze tegenstelling wordt gebaseerd, blijken bij nadere beschouwing selectief gekozen, methodologisch zwak en gestoeld op twijfelachtige vergelijkingen. Niet voor niets kwamen de gemeenteraden van Leiden en Delft, nadat zij zich serieus hadden verdiept, met ruime meerderheden tot de conclusie dat het voorgenomen beleid moest worden bijgesteld.
Kortom, onze oproep is duidelijk: beleid moet niet worden gemaakt op basis van morele verontwaardiging, maar op basis van proportionaliteit, zorgvuldigheid en doelgerichtheid. De centrale vraag hoort te zijn: zijn er minder ingrijpende maatregelen denkbaar die hetzelfde doel kunnen bereiken?
Het evidente antwoord daarop is: ja.
Denk aan een transparant centraal inschrijfplatform. Denk aan strengere regels tegen discriminerende advertenties. Of aan stapsgewijze invoering van hervormingen, met ruimte om effecten te meten en gericht bij te sturen. Precies daartoe roepen niet alleen studentenverenigingen op, maar ook huurdersorganisaties, de gemeenten Leiden en Delft en de universiteit. Wat nu dreigt, is dat onder het mom van eerlijkheid waardevolle sociale structuren roekeloos worden afgebroken. Als een olifant in een porseleinkast.
Samenwonen is bovendien geen formaliteit, maar een intieme aangelegenheid. Je deelt niet alleen een keuken of badkamer, maar ook ritme, normen, gewoontes en kwetsbaarheid. Daarom bestaan er huizen met een zorgvuldig opgebouwde cultuur: huizen waar topsporters samenwonen omdat discipline en dagritme essentieel zijn. Huizen waar christelijke studenten een gemeenschap vormen waarin zij hun geloof op een veilige manier centraal kunnen stellen. Huizen waar eerstejaars worden opgevangen door ouderejaars. Huizen waar sociale cohesie niet toevallig ontstaat, maar bewust wordt onderhouden.
Dat alles reduceren tot ‘gatekeeping’ is analytische gemakzucht. Niemand is tegen een gelijkere verdeling van kansen. Maar moet daarvoor werkelijk ieder huis zijn autonomie verliezen? Moet het kind met het badwater worden weggegooid? Moeten werkende verbanden worden vernietigd om een beleidsmatig ideaal na te streven waarvan nog maar moet blijken of het werkt?
Wie iedere criticus van DUWO’s voorgenomen beleid wegzet als verdediger van structurele uitsluiting, slaat de plank mis. We kennen in het publieke debat inmiddels maar al te goed de reflex om complexe kwesties terug te brengen tot twee kampen: je bent vóór, of je bent tegen. Alsof er tussen die uitersten geen redelijke middenweg bestaat. Zo dreigt beleid met mogelijk de juiste intenties alsnog desastreus uit te pakken – een reële mogelijkheid die we onder ogen moeten zien.
Het debat over studentenhuisvesting verdient daarom meer dan onderbuikgevoelens en symbolische verontwaardiging. Het verdient feiten, precisie en oog voor consequenties. Alleen zo ontstaat beleid met voldoende draagvlak om succesvol te zijn. Maar bovenal verdienen we eerlijkheid over de kern van de zaak: zolang er te weinig kamers zijn, blijft elke verdeelsleutel teleurstellen.
Echte diversiteit begint bij keuzevrijheid. Wie werkelijk het wereldbeeld van studenten wil verbreden, begint daarom niet met het afbreken van bestaande woonculturen, maar met het bouwen van genoeg kamers.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant