De mogelijke demobilisatie van grote aantallen Oekraïense en Russische militairen kan leiden tot een nieuwe golf private militaire bedrijven en huurlingennetwerken. En dat kan ook directe gevolgen hebben voor de Europese veiligheid.
‘We mogen Oekraïne niet vergeten’, zei EU-buitenlandchef Kaja Kallas onlangs tijdens de G7-bijeenkomst. Haar opmerkingen kwamen op een moment dat de oorlog van de VS en Israël tegen Iran zowel de aandacht als de wapenleveringen hebben weggetrokken van Oekraïne, in een enigszins verwrongen verwevenheid tussen twee oorlogen – met Rusland ertussenin.
Kallas heeft hierin gelijk. We mogen Oekraïne niet vergeten – niet nu, en ook niet na een toekomstig staakt-het-vuren. Want wat gebeurt er met de honderdduizenden strijders die dan terugkeren naar het burgerleven?
Schattingen suggereren dat zo’n 600 duizend door strijd geharde en getraumatiseerde soldaten uit Oekraïne en Rusland in de maanden na een bestand zullen moeten demobiliseren. Zonder doordacht beleid dreigt een deel van hen terecht te komen in nieuwe huurlingennetwerken en private military companies – met gevolgen die tot ver buiten Europa reiken.
Over de auteur(s)
Nina Wilén is directeur van het Africa Programme bij het Egmont Royal Institute for International Relations en hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Lund. Sofie Rose is postdoctoraal onderzoeker aan het Centrum voor Oorlogsstudies van de Universiteit van Zuid-Denemarken.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De virale video van een Russische veteraan met een posttraumatische stressstoornis (PTSS), die loopgraven voor zijn eigen huis groef, toont wat er mis kan gaan als demobilisatie en PTSS niet goed worden aangepakt. In Rusland zijn sinds het begin van de oorlog in 2022 al 140 duizend soldaten gedemobiliseerd en teruggekeerd naar het burgerleven, maar dat ging gepaard met een toename van gewelddadige misdrijven.
Het ministerie van Defensie schat dat ongeveer één op de vijf veteranen aan PTSS lijdt – een risico dat, in combinatie met alcoholafhankelijkheid, de kans op geweld vergroot. Dat risico wordt verder versterkt doordat Rusland, in tegenstelling tot Oekraïne, berucht is om het inzetten van 120- tot 180 duizend veroordeelden, waaronder plegers van geweldsmisdrijven.
Volgens de opperbevelhebber komen in Oekraïne zo’n 350- tot 500 duizend militairen in aanmerking voor demobilisatie. Hoewel Oekraïne waarschijnlijk zoveel mogelijk actieve troepen wil behouden vanwege de dreiging van Rusland, is het onwaarschijnlijk dat het op lange termijn een leger van één miljoen man kan handhaven. Ook Oekraïne heeft veroordeelden en een groot aantal burgers gerekruteerd – beide groepen die om verschillende redenen moeilijk te herintegreren kunnen zijn in een door oorlog verscheurde samenleving.
Bovendien hebben de recente technologische ontwikkelingen in Oekraïne, waar gevechtsrobots in verschillende contexten met succes menselijke soldaten hebben vervangen, ook de mogelijkheid van een gedwongen demobilisatie van soldaten naar voren gebracht, in een poging om zowel levens als financiën te besparen. Tot nu toe ligt er echter geen concreet demobilisatieplan op tafel, wat vragen oproept over de toekomst van deze soldaten.
Een mogelijk scenario is de opkomst van nieuwe private military companies (PMC’s) en huurlingengroepen, zoals de voormalige Russische Wagnergroep. De geschiedenis suggereert dat dit zeer waarschijnlijk is: in de huidige mondiale machtscompetitie bestaat een duidelijke markt voor wapens en ingehuurde strijders – zeker voor wie recente gevechtservaring heeft.
Er is echter een verschil in hoe Oekraïense en Russische soldaten mogelijk worden ingezet. De Oekraïense ervaring en expertise in droneoorlogvoering zullen zeer gewild zijn bij Europese staten, zoals de Baltische landen, die zich voorbereiden op een mogelijk toekomstig conflict met Rusland. Ook staten in het Midden-Oosten zullen waarschijnlijk Oekraïense kennis over antidronecapaciteiten blijven vragen, zoals nu al zichtbaar is in de huidige oorlog.
Russische soldaten daarentegen zullen eerder worden ingehuurd door autoritaire regimes in Afrika die te maken hebben met binnenlandse oppositie en terrorisme. Rusland wil zijn invloed op het Afrikaanse continent uitbreiden, zoals blijkt uit de inzet van de Wagnergroep in de afgelopen jaren in onder meer Libië, Soedan, Mozambique, Mali, de Centraal-Afrikaanse Republiek en nu ook Madagaskar. De transformatie naar het Africa Corps – een organisatie met nauwere banden met de staat – heeft dat doel niet veranderd: invloed uitbreiden en westerse belangen in Afrika tegengaan.
Er is uiteraard een fundamenteel verschil – niet alleen in inzet, maar ook in normen en waarden – tussen Russische en Oekraïense soldaten. Waar eerstgenoemden een geschiedenis hebben van staatsgelieerde huurlingengroepen die opereren met weinig tot geen respect voor het humanitair oorlogsrecht of de bescherming van burgers, hebben Oekraïense contractanten tot nu toe slechts in beperkte mate deelgenomen aan niet-gevechtsmissies in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.
Maar ondanks die verschillen moet Europa nu al nadenken over de demobilisatieprocessen in zowel Rusland als Oekraïne, omdat die gevolgen zullen hebben – op korte én lange termijn. Minder dan een jaar geleden introduceerde Oekraïne een wetsvoorstel dat de oprichting van PMC’s vergemakkelijkt – een signaal dat ook de rest van Europa in actie moet komen. Vragen over de financiering van DDR-processen (demobilisatie, ontwapening en re-integratie), het creëren van werkgelegenheid en het voorbereiden van integratie in een ontwrichte samenleving moeten worden aangepakt lang vóór er sprake is van een patstelling, vredesakkoord of langdurig staakt-het-vuren.
Alles moet erop gericht zijn de basis te leggen voor een functionele, inclusieve en stabiele vrede in Oekraïne. Dat geldt evenzeer voor de vraag welke regels en kaders moeten gelden voor de oprichting, inzet en regulering van militaire contractanten en PMC’s – binnen én buiten Europa.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant