Home

Stroomkabels en pijpleidingen van defensie zijn cruciaal voor de veiligheid, toch reikt de overheid ze op ‘een presenteerblaadje’ aan

Militaire infrastructuur Online is gedetailleerde informatie te vinden over militaire vliegvelden, munitiedepots, zendmasten en meer. En de overheid publiceerde die allemaal zelf. „Het is alsof je zegt: ‘Jongens, als je kwaad wil moet je híér wezen.”

Radartoren in het Friese Wier.

„Hier moet het ergens zijn”, zegt de ex-militair die met twee verslaggevers over een strook zompig grasland langs een vaart in Friesland sjouwt. Hij wil ze iets laten zien. Even zoeken met de mobiel in de hand, paar stappen naar links, pas op voor natte voeten, ja hier ongeveer. En jawel. Aan de oever staat een klein oranje paaltje met ‘Hoge Druk Pijpleiding’ erop. Pal onder onze voeten loopt het buizennetwerk van defensie dat militaire vliegbases in Nederland van kerosine voorziet.

Het ministerie van Defensie houdt informatie over deze Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) strikt geheim. Openbaarmaking kan „de veiligheid van de Staat schaden”, schreef het ministerie eerder dit jaar nadat iemand met een beroep op de Wet open overheid informatie over de kerosinepijpleiding had opgevraagd. De stalen buizen zijn „essentieel voor de brandstofvoorziening van de krijgsmacht”, een „sleutelelement van de militaire paraatheid van de NAVO” en „een kritische randvoorwaarde voor militair optreden”, aldus het ministerie. De leidingen zijn daarmee een „primair doelwit” voor „kwaadwillenden” in een tijd waarin sabotage van energietoevoer sowieso „sterk is toegenomen”. Het ministerie publiceerde niets.

Toch kon de ex-militair de precieze ligging van de DPO-pijpleiding heel gemakkelijk op internet vinden, nota bene op een overheidswebsite. In de ‘Atlas Leefomgeving’, een verzameling kaarten die het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat online publiceert, is de pijpleiding tot op de centimeter nauwkeurig te vinden. De ex-militair wil ons laten zien hoe makkelijk dat gaat.

We klikten bij het kopje ‘Thema’s’ op ‘Veilige omgeving’, en toen bij ‘Kaarten’ op ‘Buisleidingen’. Daar zoomden we in op een stuk pijpleiding dat naar de militaire vliegbasis Leeuwarden loopt. Met een klik op de paarse streep klapte een menuutje uit, waarop de exacte coördinaten van deze locatie staan, met alle informatie netjes geüpdatet in februari 2024. Het materiaal van de buis, de dikte van de wand, de druk, dat er kerosine doorheen stroomt en hoe diep-ie in de grond ligt. Alles staat vermeld, tot op twee cijfers achter de komma. De coördinaten voerden we op Google Maps in. 

En daar staan we dan, in een Fries weiland met onder onze voeten de kerosinetoevoer naar de militaire vliegbasis. De ex-militair haalt hulpeloos z’n schouders op. „Ik wil niemand op ideeën brengen, ik wil waarschuwen. Bij de bouwmarkt ligt genoeg gereedschap waarmee je deze buis in één minuut kapot krijgt, zo diep ligt-ie niet. En dan zit de vliegbasis zonder kerosine.”

Als NRC bij Defensie een gedetailleerde kaart opvraagt van de kerosinepijpleidingen van DPO, komt er alleen een klein, grofmazig overzichtskaartje terug, met veel minder details dan de Atlas Leefomgeving. „We houden het bij deze kaart”, antwoordt de woordvoerder op de vraag naar meer. Waarom? „Vanwege de dreiging in deze tijd geven we minder operationele informatie. We zeggen ook niet meer welk materieel er precies op locaties aanwezig is.” 

De overheid publiceert alles zelf

Detailkaarten, technische tekeningen, precieze locaties van leidingen, stroomkabels, beveiligingscamera’s, technische omschrijvingen van beveiligingssystemen en noodaggregaten: de overheid publiceert het allemaal zelf. Op overheidssites is gedetailleerde informatie te vinden over militaire vliegvelden, munitiedepots, bevoorradingsbases, materieeldepots, radarcomplexen en zendmasten. Alles staat online, en voor iedere publicatie is een reden: ruimtelijke ordening, het voorkomen van graafschade, burgerinspraak.

Maar niemand lijkt te beseffen hoe kwetsbaar Nederland daarvan wordt. Poetin hoeft helemaal geen spionnen te sturen. „Je kunt het in Nederland gewoon googelen”, zegt de ex-militair. „Onze eigen overheid heeft onze defensie met al deze publicaties al heel erg verzwakt, nog voordat er een oorlog begonnen is.”

Onder een grasveld in Friesland loopt het buizennetwerk van defensie dat militaire vliegbases in Nederland van kerosine voorziet.

Hij maakt zich zorgen over hoe achteloos ministeries en andere organisaties met dit soort kwetsbare informatie omgaan. Daarom schreef hij naar NRC. De ex-militair, een technicus, wil beslist niet met zijn naam of woonplaats in de krant. Hij is bang dat de overheid het hem moeilijk maakt als hij deze gevoelige informatie naar buiten brengt. Hij las op internet over Britse journalisten die in de jaren zeventig met grotendeels openbare gegevens gevoelige informatie van de veiligheidsdienst blootlegden en daarna werden vervolgd. Hij is bang op een zwarte lijst te belanden.

Op een dag in maart rijden we met hem door Friesland, en laat hij zien wat hij op overheidssites allemaal te weten is gekomen over strategische defensielocaties.

De precieze plekken vermelden we niet, om geen militair gevoelige informatie naar buiten te brengen. Hoe de informatie te vinden is op overheidssites omschrijft NRC wel, om te laten zien hoe eenvoudig dat gaat.

Een weiland in Wier

Na de kerosinepijpleiding gaat de tocht verder naar de militaire radar in Wier, vijf kilometer uit de kust. Onder een donkergroene koepel draait hier één van de meest geavanceerde radarsystemen van Europa, de SMART-L-radar die het Nederlandse luchtruim bewaakt en militaire luchtoperaties begeleidt.

In de weilanden, op zo’n honderd meter van de radar, staat de ex-militair stil. We kijken op onze telefoon naar een kaart van netbeheerder Liander. De radar wordt met twee 10kV-stroomkabels gevoed, zien we. Net voor de radartoren komen de twee kabels bij elkaar en lopen ze in één gootje naar de radar toe. „Als ik híér iets doe – iets simpels, ik zeg niet wat – heeft de radar geen stroom.” 

Het is nog gekker, zegt de ex-militair. Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vond hij allerlei documenten over de radar in het Gelderse Herwijnen, die volgens de documenten vrijwel identiek zal worden aan die in Wier. De radar in Herwijnen is in aanbouw. Vanaf volgend jaar moet het hele Nederlandse luchtruim worden beschermd door de twee radars in Wier en Herwijnen.  

In verband met de bouwvergunning in Herwijnen werden gedetailleerde technische tekeningen en rapporten op de overheidswebsite gezet. De ex-militair las allerlei gevoelige informatie in de stukken: dat de radar onbemand is, hoe de inbraakbeveiliging werkt, hoe het staat met de brandwerendheid, en de exacte hoek van de onderkant van de radarbundel ten opzichte van de horizon. „Dat is interessante informatie voor de vijand”, zegt hij. „Als je onder die hoek door vliegt, ben je onzichtbaar.”

Er was ook in te lezen hoeveel stroom de radar verbruikt en hoe groot de dieseltank voor het noodaggregaat is. Maak de som zelf, zegt hij, en dan weet je hoelang de radar zonder stroomtoevoer kan (niet zo lang). Combineer dat met de kennis over de 10kV-kabels, en ineens is de radar kwetsbaar.   

Praktisch-militair redeneren

Je moet denken als iemand die kwaad wil, legt de ex-militair uit. „Daarom moet je praktisch-militair kunnen redeneren.” Vragen: waarvan is dit systeem afhankelijk? Hoe loopt de energietoevoer? Hoe loopt de communicatie? Waar liggen de knelpunten? Wat weten we over de back-upsystemen en beveiliging? „Als je met die blik kaarten en rapporten gaat combineren die gewoon op internet zijn gezet, kun je veel tactische informatie vinden.” 

Dat praktisch-militair redeneren is voor de ex-militair een tweede natuur geworden. Interesse in techniek had hij als kind al, vooral in mechanica: zelf vliegers maken, kruisbogen, karren. Met vriendjes las hij de Elektuur en bouwde hij radio’s, nu maakt hij modelvoertuigen. Sinds een klein jaar is hij ook gericht op internet aan het zoeken naar gevoelige militaire informatie. Dat doet hij met Google en ChatGPT, dat hem op interessante openbare bronnen wijst. 

Zo stuitte hij op een uiterst gedetailleerde kaart van ProRail van het hele Nederlandse spoornet. Toen hij inzoomde zag hij wissels, installatiekastjes, detectielussen, kabels, leidingen, zendmasten, radars en zelfs de locatie van beveiligingscamera’s, alles met typenummers en exacte coördinaten. Dat is niet alleen verdomd handig voor koperdieven, zegt hij. „Het spoor is óók militaire infrastructuur.” Nederland is doorvoerland voor de NAVO, militair materieel gaat via het Nederlandse spoor naar Oekraïne en zulke militaire transporten zullen de komende jaren alleen maar toenemen, verwacht het kabinet.

Een half jaar geleden riep het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving, dat op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de kwetsbaarheden op het spoor in kaart had gebracht, op om snel meer te doen aan de bescherming van het spoor voor militaire transporten. Decennialang domineerden „efficiency, punctualiteit en kostenbeheersing”, schrijft het orgaan, maar nu moet er rekening worden gehouden met „fysieke sabotage en cyberaanvallen”. „Wat eerder als zeer onwaarschijnlijk werd beschouwd, moet nu als realistisch scenario worden meegenomen.” 

„Een gerichte verstoring” kan grote impact hebben, omdat er nauwelijks alternatieven zijn voor kritische knooppunten. „Gerichte aanvallen op technische ruimtes, kritieke kabels of digitale systemen” kunnen daardoor een groot deel van het spoornetwerk platleggen.

Het adviesorgaan doet een lange lijst aanbevelingen, van betere detectie en antidronemaatregelen tot meer reserveonderdelen en noodplannen. Maar één ding staat er niet bij: de toegang tot de informatie inperken. 

Dat vindt de ex-militair gek, want bij zeekabels gebeurt dat al wel, nu er steeds sterkere aanwijzingen zijn dat Rusland die gericht bespioneert. Wie op de ‘IHM Viewer’ kijkt, een zeekaart van Rijkswaterstaat, ziet sinds begin 2025 deze melding: „Om veiligheidsredenen zijn de services op internet van de data van kabels en leidingen Noordzee op 30 januari gedepubliceerd.” De oud-militair: „Het kan dus wel. Doe dat dan ook op land.”

Verschil in oorlogstijd

„Je reikt het op een presenteerblaadje aan”, verzucht brigadegeneraal Han Bouwmeester wanneer we hem voorleggen wat de ex-militair allemaal online heeft gevonden. „Het is alsof je zegt: ‘Jongens, hier liggen de pijpleidingen, de kabels, de bewakingscamera’s. Als je kwaad wil moet je híér wezen.’”

Dertig jaar lang hebben we de luxe gehad om niet te hoeven nadenken over wat we publiceerden, zegt Bouwmeester, hoogleraar militair-operationele wetenschappen bij de Defensie Academie, waar militairen wetenschappelijk worden opgeleid. Dertig jaar lang was er in Nederland geen oorlogsdreiging op eigen grondgebied. Maar dat is al zeker vijf jaar voorbij, zegt hij. „We moeten nu veel strikter zijn en er alles aan doen om dit in rap tempo alsnog af te schermen. Dit gaat een verschil maken in oorlogstijd.”

Als generaal Bouwmeester voor werk in het buitenland was, in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk of Duitsland, zag hij dat Defensie in die landen veel zorgvuldiger met informatie omging. Dat merkt ook de ex-militair die NRC inseinde: in onze buurlanden is online vrijwel niets te vinden, daar is die informatie afgeschermd. „In Nederland denken we al snel dat het hier zo’n vaart niet zal lopen, dat we als klein landje wel worden beschermd door onze grote buren”, zegt Bouwmeester. „We zijn te goedgelovig.”

Bouwmeester voelt die goedgelovigheid ook in zaaltjes waar hij presentaties geeft. Dan waarschuwt hij voor de inzet van drones of de mogelijkheid dat er in Nederland groepen geronseld kunnen worden door Russische inlichtingendiensten. „Een jaar geleden dachten mensen nog: die generaal ziet ze vliegen.” Inmiddels zijn er verdachte drones gezien op de vliegbases in Volkel en Eindhoven en zijn twee tieners opgepakt die spioneerden voor een pro-Russische hackersgroep. „We zijn dik ingehaald.”

Maar dat besef lijkt nog niet ingedaald bij de organisaties die de kaarten online publiceren.

Vuurwerkramp

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat de kaarten over de kerosinepijpleidingen publiceert, laat weten dat het wettelijk verplicht is om de kaarten online te zetten. Die verplichting is begin deze eeuw ingevoerd om burgers meer toegang te geven tot milieu-informatie, vanuit de gedachte dat mensen moeten kunnen weten welke risico’s er in hun leefomgeving spelen.

De vuurwerkramp in Enschede in 2000 versterkte de roep om openbaarheid. Omwonenden wisten destijds niet dat er in hun wijk een vuurwerkopslag stond. Sindsdien publiceert het ministerie kaarten met ‘risicosituaties’. Dit is „essentieel” voor de belangenafweging rond de ruimtelijke inrichting, laat een woordvoerder weten.

Om gevoelige informatie niet te hoeven publiceren, zou volgens het ministerie een wetswijziging nodig zijn. Onderzoeker veiligheidsrecht Rowin Jansen van de Radboud Universiteit betwist dat. Als de veiligheid van de staat in het geding is, of als er risico is op sabotage, mag de overheid publicatie weigeren, zegt hij. „Ik zie niet direct in waarom daar een wetswijziging voor nodig zou zijn.” Het ministerie zegt de toegankelijkheid van de informatie „vanwege de huidige dreiging” opnieuw samen met Defensie te bekijken.

ProRail plaatste de kaart achter een login nadat NRC vragen stelde. Een andere kaart met gedetailleerde informatie staat nog wel openbaar online. Transparantie is bij ProRail „het uitgangspunt”, mailt een woordvoerder, „zodat werkzaamheden langs en bij het spoor veilig kunnen worden voorbereid en uitgevoerd en bij incidenten snel kan worden gehandeld.” De woordvoerder benadrukt dat openbaarheid juist de veiligheid dient, omdat er mede daardoor veilig kan worden gewerkt aan het spoor.

RVO, dat de gedetailleerde tekeningen van de defensieradar publiceerde, laat weten dat de stukken die zijn gedeeld volgens Defensie geen informatie bevatten die de staat kan schaden. „(Data)kabels en leidingen” van de radar zijn niet gepubliceerd vanwege de „nationale veiligheid”.

Liander publiceert deze stroomkabels bij diezelfde radar wél, om „transparantie te bieden”, onder meer voor „ruimtelijke planning, vergunningverlening en het voorkomen van graafschade”, laat een woordvoerder weten. Op de kaart is alleen „gegeneraliseerde informatie” te vinden – details zoals exacte kabeldieptes, technische specificaties en beveiligingsmaatregelen worden niet openbaar gemaakt. Wanneer een klant zoals Defensie zich bij Liander meldt met zorgen over de openbare informatie op de kaart, „kunnen wij daarop handelen”.

Anderhalve week nadat NRC vragen aan Defensie heeft gestuurd meldt de woordvoerder dat het niet lukt om de vragen op tijd te beantwoorden. Het is onduidelijk wie er binnen Defensie over gaat. „En wat moeten wij ervan vinden?”, vraagt de woordvoerder retorisch.

Enkele dagen later mailt het ministerie in een algemene reactie dat het vanwege de toegenomen dreiging terughoudender is geworden met het delen van informatie, maar dat er tegelijkertijd wettelijke verplichtingen zijn om gegevens te delen. Defensie moet „steeds een belangenafweging maken tussen redenen om informatie te delen en Defensie-veiligheidsbelangen om dat niet te doen.” Op de vraag waarom Defensie bepaalde gevoelige informatie geheimhoudt en andere overheidsorganen diezelfde informatie wél online zetten, gaat de woordvoerder niet in.

Reageren? onderzoek@nrc.nl

Defensie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next