Home

‘Mijn vader leed tachtig jaar onder de gruwelen in Kamp Amersfoort. Het bezorgde mij een tweedehands trauma’

Leonard Diepeveen, de Canadese zoon van Nederlandse migranten, schreef een intiem memoir over zijn vader. Bijna tachtig jaar lang leed Dirk Diepeveen onder zijn oorlogstrauma, dag in, dag uit. Ook voor de gezinsleden was er geen ontkomen aan.

Dirk Diepeveen was 16 jaar toen hij in de trein onderweg naar een onderduikadres werd gesnapt door een Duitse soldaat. Zijn ouders hadden hem op 3 januari 1945 op pad gestuurd met een persoonsbewijs dat ze door een buurjongen hadden laten vervalsen. Dirk moest een jaar jonger lijken om te ontkomen aan gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Het gerommel aan het document was nogal knullig uitgevoerd. Met zijn arrestatie begon voor de jonge elektricien uit Loosduinen een nachtmerrie die hem zijn leven lang zou blijven achtervolgen, tot hij op zijn 95ste overleed, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, in Canada. Daar had hij in 1953 besloten een nieuw leven op te bouwen met zijn jonge gezin, in de hoop zijn oorlogstrauma onderweg van zich af te schudden.

Zijn jongste zoon Leonard Diepeveen geeft in zijn memoir We praten erover als ik terug ben een intiem en beklemmend inkijkje in het dagelijks leven van een migrantengezin dat collectief lijdt onder het oorlogstrauma van de pater familias. Tijdens een kort verblijf in Nederland, voor de presentatie van zijn boek in Kamp Amersfoort, vertelt de 67-jarige gepensioneerde hoogleraar literatuur en retorica over leven met een getraumatiseerde vader. Af en toe haalt hij diep adem of zucht voordat hij verder vertelt.

Ruim een jaar geleden interviewde de Volkskrant in Canada uw toen 100-jarige moeder Nel Diepeveen over haar leven. Na een vraag over het oorlogstrauma van haar man stopte ze abrupt met praten en keek de andere kant op.

‘Ze was er helemaal klaar mee. Het oorlogstrauma van mijn vader had ook haar leven beheerst, en dat van ons hele gezin. Zijn huilen en nachtmerries waren er altijd, dag en nacht, ruim zeventig huwelijksjaren lang. In zijn laatste levensjaren werden de nachtmerries en flashbacks van mijn vader over Kamp Amersfoort en dwangarbeid daarna in Duitsland steeds erger. Zijn tremor ook – ‘Hitlershakes’ noemde hij ze schertsend. Mijn moeder kon er niet meer tegen. Door hun isolement tijdens covid liep het uit de hand. Ze ging heel naar tegen hem doen, soms op het gemene af. Ze verbood hem te puzzelen, een van de weinige activiteiten die hij nog had. Of ze vroeg hem midden in de nacht een ei voor haar te bakken. Op zijn beurt ging hij ook wreed doen tegen haar. Uiteindelijk regelden we voor mijn vader een eigen kamer in het complex voor ouderen waar ze woonden. Toen je mijn moeder interviewde, was mijn vader een jaar eerder overleden, 95 jaar oud. Mogelijk wilde ze niet dat het wéér over hem ging.’

Kunt u schetsen hoe zijn oorlogstrauma zich openbaarde in jullie gezin?

‘Je kon het altijd zien aankomen. Het gebeurde bij momenten van devotie, tijdens het zingen in de kerk en als hij ging voorlezen uit de Bijbel, thuis na de avondmaaltijd. Elke avond als we klaar waren met eten, steeg de spanning zodra mijn vader de Bijbel pakte. Iedere keer vroeg ik mij af: zal het hem deze keer wel lukken? Na een paar regels voorlezen kreeg mijn vader het te kwaad. Hij haalde zijn schouders op, keek omlaag, pauzeerde, zuchtte diep en ging weer verder, begon te trillen en te huilen, probeerde even later weer verder te lezen. Vooral bij passages over lijden en sterven, en Gods leidende hand in moeilijke tijden, ging het mis. Als het hem was gelukt het einde van de bijbeltekst te halen, ging hij bidden – altijd voor andere mensen in nood, nooit voor zichzelf. Na afloop zwegen we allemaal, stond mijn vader op en vertrok naar zijn kamer, waar hij ging liggen en vaak urenlang bleef. En ik dacht: oef, het is weer voorbij.

‘Dit ritueel herhaalde zich bijna elke dag. Niemand zei iets of greep in. Geen enkele keer heeft mijn moeder mijn vader op zo’n moment getroost. Ze kon haar affectie voor hem uiten, maar niet in deze situaties.

‘Nooit werd gesproken over het waarom van mijn vaders huilen en hoe we ermee om konden gaan. Een enkele keer pakte mijn moeder de Bijbel uit zijn handen en gaf hem aan mijn oudste broer, die verder moest voorlezen. Het afsluitende gebed nam ze vrij vaak op zich – heel ongebruikelijk voor een vrouw in die tijd.

‘Waarom stopte mijn vader niet met de bijbellezing? Wilde hij goed doen voor God? Wilde hij een goede vader zijn? In Nederlandse, gereformeerde migrantengezinnen zoals het onze was het de taak van de man des huizes.’

Hoe was dit dagelijkse ritueel voor u als kind?

‘Ik doorstond het, met mijn ogen dicht, omdat ik niet kon aanzien wat er stond te gebeuren. Het meest traumatiserend was niet te weten waarom mijn diepgelovige vader in de kerk en tijdens het bijbellezen begon te huilen. Nooit is mijn broer, twee zussen en mij verteld: ‘Papa lijdt nog onder wat hij heeft meegemaakt in de oorlog, daarom huilt hij.’ Elke avondmaaltijd was er geen ontkomen aan, alsof ik in een val zat. Bij het eerste moment dat hij het te kwaad kreeg, kneep mijn keel zich dicht en dacht ik alleen maar: laat dit stoppen!’ (Na een diepe zucht:) ‘Wat een vreemde jeugd.’

‘De dagelijkse herhaling van het ritueel maakte mij angstig, het zwijgen gaf een eenzaam gevoel. Toen ik wat ouder was, ging ik gekke bekken trekken – daar was ik erg goed in – zodra mijn vader de Bijbel pakte. Zo hoopte ik iedereen aan tafel op dit ongemakkelijke moment aan het lachen te maken. Als mijn vader ook begon te lachen, legde hij weleens de Bijbel weg, dat was waar ik op hoopte.

‘De kwetsbaarheid van mijn vader maakte dat ik nooit bij hem durfde aan te kloppen om advies als ik ergens mee zat. Daardoor kon hij niet de vader zijn die ik nodig had. Ik noem dat mijn tweedehands trauma.’

U schrijft dat uw vader ook niet over zijn oorlogservaringen sprak omdat hij ervoor paste ‘traumaporno’ op te dienen aan nieuwsgierigen. Ik aarzel daarom of ze in dit interview benoemd moeten worden.

‘Ze benoemen is empathie met wat hij heeft moeten doorstaan. Ik kan enkele gebeurtenissen aanhalen. In Kamp Amersfoort zag hij hoe een gevangene werd doodgeschopt, is hij mishandeld, heeft hij naakt buiten in de vrieskou moeten staan, een week geen eten gekregen en voedsel dat het Rode Kruis kwam brengen aan de varkens moeten voeren. De flashbacks die hem in zijn laatste levensjaren kwelden, betroffen een gebeurtenis tijdens dwangarbeid in Gronau, waar hij na Kamp Amersfoort naartoe was gestuurd. Gevangenen met dysenterie die hun ontlasting onderweg naar het toilet niet konden ophouden, werden gedwongen die van de grond op te eten. Mijn vader moest toekijken terwijl een medegevangene dit deed. In zijn flashbacks zag hij de wanhopige blik van die man, die hem bleef aankijken.

‘Mijn vader heeft zelfs mijn moeder weinig verteld over wat hij had meegemaakt. Op haar beurt wilde zij de oorlog weghouden bij haar kinderen. Pas twee maanden voor zijn dood heb ik voor het eerst met mijn vader over zijn ervaringen gesproken, in de context van het boek. Na zijn overlijden vond ik een verslag van zijn eerste therapiesessie, toen was hij 57 jaar, met een beschrijving van wat hij had meegemaakt. De enige therapie die hem momenten van verlichting bood, was EMDR, toen was hij al in de 80.’

Kan het zwijgen van uw vader komen doordat hij na zijn thuiskomst, na een ontsnapping, op 14 februari 1945 zijn verhaal niet kwijt kon?

‘Dat is mogelijk. Niemand vroeg wat hij had meegemaakt. Zijn moeder niet, de dominee niet – die een gesprek beloofde, dat nooit plaatsvond. Zijn vader niet – die in Arnhem verbleef en zijn zoon in een brief schreef: ‘Wanneer ik terug ben, praten we erover’. Ook daar kwam het niet van. In zijn laatste levensjaren sprak mijn vader verbitterd over hoe zijn ouders met hem waren omgegaan. Ook was hij boos op de buurjongen die zijn persoonsbewijs zo knullig had vervalst. Tijdens de verhoren na zijn arrestatie had mijn vader hem niet verraden, hij zei dat hij het zelf had gedaan. De eerste keer dat hij de buurjongen weer tegenkwam op straat, lachte die hem uit om zijn magere lijf en kaalgeschoren hoofd.’

Hield de emigratie naar Canada verband met al deze ervaringen?

‘De meeste Nederlanders emigreerden voor een beter leven. Voor mijn vader was het een vlucht. Hij wilde zijn herinneringen in Nederland achterlaten. De hechte gemeenschap van Nederlandse emigranten, met haar eigen, zelfgebouwde kerk, werd zijn nieuwe familie. In het begin hebben mijn ouders het zwaar gehad, hun eerste huis was een verbouwd kippenhok en mijn vader kon moeilijk aan het werk komen. Maar hij was er trots op dat hij het van elektricien uiteindelijk schopte tot hoofd van een opleidingsprogramma van de overheid voor elektriciens.

‘Het leven van mijn vader was niet alleen zijn trauma. Hij hield van mijn moeder en zijn kinderen, hij genoot van onze kampeervakanties, van vissen, van groenten kweken in zijn kas. Hij was niet alleen een vader die huilde, hij had ook veel humor. In die zin was hij een heel andere vader dan andere vaders uit de Nederlandse emigrantengemeenschap, die waren ernstig en afstandelijk.’

Wat was uw drijfveer dit memoir te schrijven?

‘Niet: ‘Kijk eens, die arme Len!’. Ik wilde mijn vader eren, zijn leed de aandacht geven die het verdient en beschrijven hoe het gezin meelijdt onder het oorlogstrauma van de vader. Mijn drijfveer was te laten zien hoe oorlog gewone mensen beschadigt, en welke impact dat heeft op de tweede generatie. Ik was vaak wóédend tijdens het schrijven. De wereld is nog steeds geen veilige plek, elke dag worden zoveel onschuldige mensen moedwillig beschadigd.’

Hebben uw ouders geweten van dit boek?

‘Ik durfde het mijn vader niet te vertellen. Mijn zus Elizabeth spoorde mij aan het wel te doen, ze dacht dat hij het fijn zou vinden. Heel zacht zei hij: ‘Thank you’.

‘Mijn moeder heb ik het niet verteld, omdat ik zeker wist dat ze ertegen zou zijn; ze gaf de voorkeur aan zwijgen. Ze is pas overleden, 102 jaar oud, kort voordat ik met mijn familie naar Nederland zou vliegen voor de boekpresentatie. Daarom hebben we haar begrafenis moeten uitstellen naar 1 mei. Dat was de laatste keer dat mijn vaders leven weer het hare bepaalde. Dat is nu allemaal voorbij.’

Wanneer ik terug ben praten we erover. Mijn vader, de oorlog en ik, door Leonard Diepeveen, uitgeverij Querido, 22,91 euro

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next