Cineast Sergei Loznitsa durft in zijn verbeelding van de Grote Zuivering de wrange humor te zien, zonder zijn film minder benauwend te maken. Op het gebied van de nietsontziende, aan de geschiedenis ontleende fictie toont de Oekraïner zich op zijn allerbest.
schrijft voor de Volkskrant over film.
De bel van de gevangenis in het Russische Brjansk, op zo’n 400 kilometer van Moskou, doet het niet. Natúúrlijk doet de bel het niet. Je moet aankloppen, instrueert een vrouw die in gezelschap van een groepje andere vrouwen wacht voor de poort. Ongetwijfeld wacht ze daar tevergeefs, in de hoop op nieuws over een opgesloten zoon of echtgenoot.
Het is 1937, Stalins Grote Zuivering is op haar hoogtepunt, de cellen worden volgeladen met onterecht beschuldigde politieke gevangenen. Zo’n miljoen mensen zullen in deze tijd de dood vinden. De man die aanklopt, is een jonge officier van justitie, Aleksander Kornjev, op wiens bureau een in bloed geschreven hulpkreet van één zo’n gevangene is beland. Hij wil een gesprek met deze I.S. Stepnjak, een oude bolsjewiek die over belangrijke informatie zegt te beschikken.
Je hoort die vlijtige, ambitieuze Kornjev denken: wat als hij op zijn jonge leeftijd al naam maakt als klokkenluider die misstanden naar buiten brengt binnen de NKVD (de voorloper van de KGB)?
De grote kracht van de vijfde speelfilm van de Oekraïense meester Sergei Loznitsa (My Joy, Donbass) is dat hij in zijn verbeelding van verstikkende staatsrepressie de wrange humor durft te zien, zonder zijn film minder benauwend te maken. Zie Kornjev in het kielzog van de ene na de andere summier communicerende bewaker door het gevangenislabyrint sloffen, via talloze deuren, trappen, hekken en controlepunten.
Het is een feilloze uiteenzetting van een hermetisch gesloten bolwerk, maar het doet ook denken aan de gortdroge komedies van de Finse filmer Aki Kaurismäki of, met een beetje fantasie, een subtiele variant van Jiskefet.
In een van de sterkste scènes zet een gevangenisbaas Kornjev in de wacht op een spartaans houten stoeltje, onder een net iets te goed hoorbare tikkende klok: ontmoedigingsbeleid van de buitencategorie, en toch ook duivels geestig. Mededelingen over besmettelijke ziekten die op de afdeling van Stepnjak zouden heersen, klinken onderwijl als de dreigementen van een maffiabaas: zelfs de handen wassen met zeep beschermt hier niet tegen alle ziekten.
Later, wanneer Kornjev na een lange treinreis in Moskou de zaak op het hoogst mogelijke niveau probeert aan te kaarten, begint de film zichzelf te spiegelen: ook het terrein van de hoge ambtenaren van het regime is opgetuigd als doolhof, met gekmakend lange wachttijden en sadistische protocollen.
Loznitsa maakte de afgelopen jaren vooral naam met documentaires vol historisch archiefmateriaal (State Funeral, over de begrafenis van Stalin, The Natural History of Destruction, over de propagandabeelden van de Europese oorlogsindustrie). Maar op het gebied van de nietsontziende, aan de geschiedenis ontleende fictie toont hij zich op zijn allerbest.
Two Prosecutors is gebaseerd op het gelijknamige boek van Georgy Demidov (1908-1987), die als slachtoffer van de stalinistische zuiveringen veertien jaar in de goelag doorbracht, maar oogt bovendien razend actueel. Loznitsa filmt zo lucide dat hij geen tekst of uitleg nodig heeft om de parallellen te laten zien tussen Stalin toen en Poetin nu. Bewonderenswaardige, beklemmende en intelligente cinema levert dat op.
Drama
★★★★☆
Regie Sergei Loznitsa
Met Aleksandr Koeznetsov, Aleksandr Filippenko, Vytautas Kaniusonis
117 min, in 41 zalen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant