Niets in de biopic Michael herinnert je aan de slepende rechtszaken, de beschuldigingen van kindermisbruik, de getuigenissen uit de documentaire Leaving Neverland. De film eindigt vóór de Bad Tour in 1988, toen de geruchten niet meer de kop ingedrukt konden worden. Dat was ook het moment waarop ik hem als zestienjarige voor het eerst live zag optreden in de Kuip in Rotterdam.
Ik herinner me dat we Michael Jackson toen al een paar jaar „Wacko Jacko” noemden; kinderen en tieners voelen het haarfijn aan als volwassen mannen afwijken van de norm. We maakten ons er niet zo druk over; het totaalpakket van een superster leek als vanzelfsprekend gepaard te gaan met noodzakelijke aberraties.
De tijden zijn veranderd, sterren komen niet langer met wangedrag of erger weg. Ik schaar me in het kamp van de kijkers die de film Michael in muzikaal opzicht fenomenaal vinden, maar die de nostalgische heiligverklaring niet trekt.
De algehele boodschap van Michael is duidelijk: Michael Jackson is een slachtoffer, hij werd onderdrukt door zijn grote boze vader. Wie wil, kan in een joystickscène, waarbij Michael een kind instructies geeft hoe een game te spelen, nog een penisverwijzing in zien, of in de slang, het huisdier van Michael Jackson, een verwijzing zien naar ‘het kwaad’ (lees: seksueel misbruik). Want de realiteit van de veranderde tijdgeest vol #metoo-schandalen laat zich tijdens het kijken niet wegdrukken.
Er is meer dat wringt. Ook de uitgesponnen liefde van Michael Jackson voor dieren werkt niet in deze tijd. Het is helemaal niet schattig om een chimpansee, een wild dier, in je kamer te hebben, zoals het evenmin vertederend is om een giraf in je achtertuin te stallen. Met een heel welwillende blik zie je er misschien nog een panpsychische – panseksuele? – of animistische blik op het leven in.
Dat panpsychisme, het idee dat alles om ons heen een geest/ziel/bewustzijn heeft, lijkt intussen aan een vrolijke opmars bezig. Werd ‘bomenknuffelaar’ prinses Irene er ooit om bespot, nu is er een film over de gevoelens van bomen (Silent Friend), en kwam deze krant met een boekenspecial over het contact met bomen. Maar het ongemak dat ik voel bij de relatie tussen Bubbles de chimpansee en Michael overheerst: we hebben inmiddels geleerd dat dieren geen rekwisieten zijn.
De liefde voor dieren en zieke kinderen fungeren als signalen van onschuld; dat geldt natuurlijk ook voor Peter Pan. In Michael komt het boek Peter Pan zo vaak in beeld dat het een verantwoording wordt. Michael identificeert zich met de jongen die graag in onschuld wil opgroeien, hij noemt zijn landgoed Neverland.
Journalist Margo Jefferson formuleert het in Over Michael Jackson. Een analyse van The King of Pop (2019) treffend: „Neverland is een opgewekt preseksueel eiland dat door jongens geregeerd wordt.” Het is een van de beste boeken die ik las over de rechtszaak rondom Jackson, met aandacht voor de rol van fictie daarin: de verdediging wilde een psychiater laten getuigen die zou uitleggen waarom Jacksons (kinder)boekencollectie – inclusief zijn obsessie met Peter Pan – aantoonde dat hij niet voldeed aan het profiel van de pedofiel. Maar de aanklagers dreigden op hun beurt met een psychiater die dezelfde boeken zou bespreken en het tegendeel zou concluderen.
Peter Pan werd door filosoof Susan Neiman in Waarom zou je volwassen worden? (2014) ooit uitgeroepen tot „zinnebeeld van onze tijd”. Peter Pan, schrijft ze, werd daarbij „het grondigst nagevolgd door Michael Jackson”. We zitten, zo betoogde ze, helaas vast in een systeem waarbij volwassenheid als iets onaantrekkelijks wordt voorgesteld. Volwassen is saai en serieus, jong zijn is avontuurlijk en bovendien ben je op je mooist. In een hedonistische en consumentistische samenleving verkeer je in een staat van eeuwige adolescentie: je hele leven forever young.
Is Neimans Peter Pan-hypothese in deze tijd nog geldig? Nee, want jammerlijk verouderd, denk ik. Neem de Netflixserie Adolescence, waarin de puberteit allang niet meer de gelukzalige tijd van onschuld en schoonheid is, maar een periode waarin je kind een mes mee naar school kan nemen, in Andrew Tate-holen kan verdwijnen, op een dag een meisje kan neersteken. Niets wijst er bovendien nog op dat tieners graag in Neverland willen wonen: op hun veertiende staan ze pronkend met hun cv op LinkedIn. De adolescentie is de meest gevaarlijke periode geworden: vapend, depressief en looksmaxxend ten onder.
Wat zou het zinnebeeld van deze tijd zijn? Ik denk aan een indrukwekkend beeld dat ik ooit zag in het beeldenpark Vigelandpark in Oslo: een stampvoetende peuter, het heet Sinnataggen, te vertalen als kleine driftkop. Er is iets merkwaardigs met dat beeld: de linkerhand is afgesleten, net als de genitaliën. Mensen raken dat, naar het schijnt, de hele tijd aan. Ze adoreren het kind. Er is ook iets aan de hand met de fan, blind voor de realiteit, bezeten door de droom. Margo Jefferson eindigt haar boek zo: „Michael Jackson spreekt tot en voor het monsterlijke kind in ons allemaal.” Neverland is verdrongen door dat monsterlijke kind.