Home

Zeldzame alliantie van jihadisten en separatisten doet machtsverhoudingen in Mali kantelen

West-Afrika De gecoördineerde aanvallen van afgelopen weekend raakten het hart van de Malinese machtsstructuur. Met de val van sleutelstad Kidal kwam het verhaal van militair gezag en Russische steun van coupleider Assimi Goïta onder druk te staan. Wie is wie?

Rook stijgt op boven gebouwen terwijl verkeer langs het Africa Tower-monument in de Malinese hoofdstad Bamako rijdt, een dag na de gecoördineerde aanvallen van FLA en JNIM.

Gecoördineerde aanvallen in meerdere delen van Mali raakten afgelopen weekend het hart van de machtsstructuur in het West-Afrikaanse land. Het plotselinge offensief van het Front de libération de l’Azawad (FLA) en de Jama’at Nusrat al Islam wal Muslimin (JNIM) op strategische posities van de junta legde tegelijk de zwakheden van het regime bloot. Met de val van sleutelstad Kidal en gevechten rond andere steden kwam ook het verhaal onder druk te staan waarmee generaal Assimi Goïta sinds zijn machtsovername in 2021 regeert: dat militair gezag, Russische steun en harde veiligheidspolitiek Mali weer onder controle zouden brengen.

De recente gebeurtenissen lieten ook iets anders zien. De JNIM en FLA, twee voormalige vijanden, trekken nu tijdelijk samen tegen het Malinese regime. Welke belangen delen de twee groepen? En waarom is dit zo’n zware klap voor het bewind? Om dat te begrijpen, helpt het te kijken naar wie de spelers zijn en waar hun belangen elkaar raken.

1JNIM

Jama’at Nusrat al Islam wal Muslimin, kortweg JNIM, is een aan Al-Qaida gelieerde jihadistische coalitie die sinds 2017 verschillende gewapende netwerken in de Sahel bundelt. De groep is actief in Mali, maar ook in delen van Burkina Faso en Niger. JNIM wil de bestaande staatsmacht vervangen door bestuur op basis van een strikte, salafistisch-jihadistische interpretatie van de islamitische wet. Daarnaast presenteert het zichzelf als alternatief gezag op plekken waar het Malinese regime zijn legitimiteit verloor.

JNIM heeft vooral in centraal Mali en delen van het zuiden een stevige greep opgebouwd en beweegt zich steeds dichter richting de hoofdstad Bamako, die in handen is van het Malinese leger. In haar gebieden functioneert JNIM als een parallelle bestuursstructuur, vertelt Folahanmi Aina, onderzoeker aan SOAS in Londen. „De groep heft belastingen, spreekt recht en biedt vormen van orde in gebieden waar de staat zwak aanwezig is of als onderdrukkend wordt ervaren. Daarin zijn ze pragmatisch. Haar rekruteringsstrategie grijpt terug op lokale conflicten rond land, etniciteit en toegang tot hulpbronnen.”

De groep groeit door in te spelen op zwaktes van de staat: gebrek aan bestuur op het platteland, onvoldoende bescherming van burgers en wantrouwen door geweld van het leger en zijn bondgenoten. In de afgelopen maanden sneed het belangrijke aanvoerroutes naar Bamako af, met grote brandstoftekorten als gevolg. Ook richt de groep zich op goud- en lithiummijnen, cruciale bronnen van inkomsten voor Mali.

Tegelijk richt de groep zich op militaire doelwitten die het gezag van de staat symboliseren, zoals de aanval op een gendarmerieschool nabij de luchthaven van Bamako in september 2024 of een soortgelijke aanval in juni vorig jaar op een kamp en de luchthaven van Timboektoe.

2FLA

In de kern voert het Front de libération de l’Azawad (FLA) een hele andere strijd dan JNIM. De beweging strijdt voor Azawad: de naam die Toearegse separatisten geven aan het noorden van Mali. Het gaat om een uitgestrekt woestijngebied rond steden als Kidal, Gao en Timboektoe, waar het centrale gezag van Bamako wordt ervaren als ver weg en onbetrouwbaar.

De Toeareg, een nomadisch volk verspreid over Mali, Niger, Algerije, Libië en Burkina Faso, voeren al decennia een gewapende strijd tegen wat zij ervaren als politieke en economische marginalisering.

In 2015 moest het vredesakkoord van Algiers die strijd in een politiek kader brengen. Mali bleef daarbij één staat, maar het noorden zou meer bestuurlijke ruimte en politieke invloed krijgen. In de praktijk werden die afspraken nauwelijks uitgevoerd en bleef het noorden grotendeels buiten effectief staatsgezag. Begin 2024 trok de junta zich terug uit het akkoord, na hernieuwde gevechten en beschuldigingen dat zowel de rebellen als bemiddelaar Algerije de afspraken hadden geschonden.

De samenwerking tussen JNIM en FLA is geen vanzelfsprekende alliantie. Voor het FLA is Bamako de macht die Azawad onder controle wil brengen en het oude conflict in het noorden opnieuw militair heeft geopend. Voor JNIM is Bamako de staat die moet worden uitgeput en ontregeld. De junta is voor beiden het obstakel. Maar door samen op te trekken, zijn beide groepen nu in staat om de junta op meer fronten onder druk te zetten dan ze afzonderlijk zouden kunnen.

Het is hun manier om het Malinese leger tegenwicht te bieden, zegt Aina. „De toenadering is het best te begrijpen als een strategische verstandhouding die voortkomt uit gedeelde belangen op de korte termijn. In conflictgebieden zoals Mali zijn allianties vaak transactioneel, eerder dan duurzaam of ideologisch verankerd.”

Door samen op te trekken met een jihadistische groep, stelt de FLA zich evenwel bloot aan een oude dreiging: dat haar eigen strijd wordt ingesloten door krachten die een ander einddoel hebben. In 2012 werkten Toeareg-separatisten ook al samen met jihadisten, waarna ze hun positie kwijtraakten aan de beter bewapende jihadistische groepen. De huidige alliantie is tegelijk begrijpelijk en gevaarlijk. Begrijpelijk, omdat de junta en haar Russische bondgenoten voor beide groepen de directe vijand zijn. Gevaarlijk, omdat JNIM uiteindelijk geen Azawad nodig heeft als nationaal project.

Bovendien dreigt de alliantie de FLA internationaal verder te isoleren. JNIM ligt onder een vergrootglas van het Internationaal Strafhof, dat haar verdenkt van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. „Dit type alliantie past in een bredere trend in de Sahel, waar de grenzen tussen jihadistische en niet-jihadistische gewapende groepen steeds meer vervagen onder invloed van pragmatische overwegingen”, vertelt Aina.

Toeareg-rebellen van de Azawad Liberation Front (FLA)-coalitie rijden zondag achterop een pick-up truck in de Malinese sleutelstad Kidal.

3Malinese junta

Voor generaal Assimi Goïta raakt deze aanval aan de kern van zijn macht. Sinds de staatsgrepen van 2020 en 2021 heeft de Malinese junta haar gezag gebouwd op de belofte orde te brengen, waar gekozen politici, oud-kolonisator Frankrijk en de VN faalden. Het noorden zou worden heroverd en de jihadisten teruggedrongen. Die belofte wordt nu van binnenuit aangetast. „De aanval stelt het kernverhaal van de Malinese junta fundamenteel ter discussie”, zegt Aina. „Dat draait om herstel van soevereiniteit en veiligheid.”

De gecoördineerde aanval trof niet alleen afgelegen legerposten of betwiste gebieden in het noorden, maar bereikte Kati, de garnizoensstad vlak bij Bamako waar de macht van de junta is geconcentreerd. Daar werd minister van Defensie Sadio Camara gedood, de architect van de militaire samenwerking met Rusland. Ook hoge figuren binnen leger en inlichtingendiensten zouden gewond zijn geraakt.

De junta kan nog altijd volhouden dat zij terrein terugwint of aanvallen afslaat. Maar het politieke probleem is dat haar tegenstanders inmiddels in staat blijken het tempo te bepalen. Daarmee draaiden zij de machtsverhouding om: niet Bamako zette de vijand onder druk, maar de vijand bepaalde waar de staat moest verschijnen. Ovigwe Eguegu, beleidsanalist bij denktank Development Reimagined, erkent dat de junta’s grote belofte het verbeteren van de nationale veiligheid was. „Tegelijkertijd hangt haar legitimiteit in de ogen Malinezen niet uitsluitend af van veiligheid. Zij herinneren zich ook hoe slecht de staat functioneerde voordat deze militaire regimes aan de macht kwamen. Vooralsnog is geen enkel land in de regio er in geslaagd terrorisme volledig te beteugelen.”

4Rusland

Rusland is in Mali niet zomaar een buitenlandse partner. Voor de junta was Moskou het bewijs dat er een alternatief bestond voor Frankrijk, de VN en andere buitenlandse veiligheidssteun. Daarbij koos Bamako voor een harder model: geen buitenlandse legers met politieke voorwaarden, maar Russische huurlingen, directe militaire steun en geen kritiek op het gebied van mensenrechten. Inmiddels opereert het Africa Corps, de opvolger van Wagner, die nauwer onder het Russische ministerie van Defensie valt. De aanwezigheid van naar schatting duizend tot tweeduizend Russische strijders moest laten zien dat Moskou kon leveren waar Parijs en de VN hadden gefaald.

Voor Moskou is de Russische aanwezigheid in de Sahel ook geopolitiek theater: tonen dat Rusland invloed kan winnen waar het Westen terrein verliest. De aanvallen van afgelopen weekend hebben dat beeld aangetast. Kidal was daarin cruciaal. De herovering van de stad in 2023 werd gepresenteerd als een historisch bewijs van dat nieuwe model. Juist daarom is het mogelijke verlies van Kidal schadelijk voor Moskou. Als Russische steun de junta niet kan beschermen tegen een gecoördineerde aanval op Kati, Bamako en Kidal, wordt de vraag onvermijdelijk wat die steun waard is.

Hoe vast ligt de trouw van Rusland aan de junta zelf? In zijn claim van verantwoordelijkheid stelde JNIM, volgens een vertaling van SITE Intelligence Group waar Africa Confidential naar verwijst, dat het Russische partners van het Malinese leger bewust niet op de korrel had genomen en sprak het de wens uit voor een „gebalanceerde en effectieve toekomstige relatie” met hen. Als de junta verder verzwakt, blijft Rusland dan investeren in dezelfde machtskring, of probeert Moskou vooral zijn positie in Mali veilig te stellen?  

Sinds Wagner plaats maakte voor het Africa Corps veranderde ook de logica van de samenwerking, zegt Ovigwe Eguegu. „Met het Africa Corps moet je die relatie anders begrijpen: minder als louter betaling voor geweld, meer als partnerschap dat wordt gedreven door strategische belangen. Rusland weegt zijn aanwezigheid nu niet alleen militair, maar ook politiek en economisch af.”

Afrika

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next