Herstel van de woon- en huurmarkt begint met het doorbreken van de negatieve framing van investeerders en particuliere verhuurders, stelt Michiel Steenman.
De afgelopen dagen is door verschillende commentatoren in de media kritiek geuit op het voorstel van minister Elanor Boekholt-O’Sullivan om maatregelen uit de Wet betaalbare huur te versoepelen. Het zijn grotendeels dezelfde stemmen die drie jaar geleden toenmalig minister Hugo de Jonge aanspoorden om deze – inmiddels weinig succesvolle – wet door te drukken.
Wat is er werkelijk aan de hand? Het investeringsklimaat in de woon- en huursector is de afgelopen jaren aanzienlijk verslechterd. Waarom? Wet- en regelgeving hebben niet geholpen; hogere belastingen en beperkende fiscale regels evenmin. Maar de kern van het probleem is hardnekkiger: de voortdurende negatieve beeldvorming en het gebruik van lasterlijke taal. Termen als ‘huisjesmelkers’, ‘belachelijk hoge huren’ en zelfs ‘betaalbaar wonen’ worden te pas en te onpas ingezet om politiek te scoren. Zonder context zijn dit lege begrippen.
Over de auteur
Michiel Steenman werkte jarenlang als investment banker en is investeerder in onder andere Nederlandse woningen.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Waar De Jonge, gesteund door politieke medestanders en gesubsidieerde belangenorganisaties zoals de Woonbond en Stichting !WOON, faalde in het ontwerpen van effectief beleid, was men wél succesvol in het creëren van een negatief sentiment dat de weg voor deze wet plaveide. Niet op basis van data en statistieken – die vaak een genuanceerder beeld geven – maar op basis van anekdotisch bewijs: schrijnende, maar niet-representatieve gevallen die ten onrechte als maatgevend werden gepresenteerd voor een hele sector. Dat mechanisme vertoont parallellen met andere vormen van generalisatie en stigmatisering. Dergelijke frames blijven bovendien hardnekkig hangen.
Het gevolg is een klimaat waarin de deur open blijft staan voor populistisch beleid, gekenmerkt door steeds strengere regulering en hogere fiscale lasten. Voor investeerders wordt het daarmee irrationeel om nog actief te zijn in deze sector. De rendementen op verhuur en ontwikkeling zijn eenvoudigweg niet hoog genoeg om deze risico’s te compenseren.
Het investeringsklimaat is in essentie een kwestie van vertrouwen: vertrouwen in de politiek – zowel landelijk als lokaal – en in de overheid in brede zin. Dat vertrouwen is echter fragiel: het komt te voet en gaat te paard.
Zolang de impliciete boodschap van politici, ambtenaren en media blijft dat vastgoedondernemers per definitie opportunistisch en normoverschrijdend handelen, zal herstel uitblijven. Wanneer politieke retoriek – zoals in Amsterdam – expliciet spreekt van een ‘strijd’ tegen de vastgoedsector, versterkt met polariserende taal, wordt die vertrouwensbasis verder ondermijnd.
Opvallend is bovendien dat veel pleitbezorgers van de Wet betaalbare huur zelf nooit woonruimte hebben ontwikkeld of aangeboden. In hun betogen blijven de kosten van ontwikkeling en exploitatie structureel onderbelicht, met voorspelbare en schadelijke gevolgen.
Herstel van de woon- en huurmarkt begint met het doorbreken van deze misleidende narratieven en negatieve framing. Zonder erkenning van het maatschappelijke nut van de private sector inclusief particuliere verhuurders zullen steeds meer partijen afhaken. Duurzaam herstel zal pas volgen wanneer wet- en regelgeving – inclusief fiscale maatregelen – worden gebaseerd op economische realiteit, in plaats van op sentiment, onderbuikgevoelens of afgunst.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant