Rol Pakistan Eén keer onderhandelden de VS en Iran in Pakistan over een einde aan de oorlog. Er is nog geen tweede ontmoeting gepland, maar Pakistan werkt achter de schermen stug door als bemiddelaar. De verbazing over die rol lijkt weggeëbd.
De Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken Ishaq Dar (links), de Pakistaanse premier Shehbaz Sharif (midden) en de minister van Binnenlandse Zaken Naqvi (rechts) op weg naar een ontmoeting met de Amerikaanse delegatie onder leiding van vicepresident JD Vance in Islamabad op 11 april.
„Pakistan denkt dat het heel belangrijk is. In werkelijkheid is het niet meer dan de middeleeuwse postduif die boodschappen van het ene naar het andere kamp brengt.” De tirade tegen Pakistan van de populaire Indiase tv-presentator Arnab Goswami, begin april, was één van de vele voorbeelden van het gemeesmuil in India over de hoofdonderhandelaar tussen de strijdende partijen VS en Iran. Zelfs India’s minister van Buitenlandse Zaken deed eraan mee. Subrahmanyam Jaishankar zei dat India zich nooit zou lenen voor een opportunistische makelaarsrol zoals Pakistan kennelijk wel bereid was te vervullen.
Dat de druiven in Delhi zuur waren toen hun aartsvijand door zowel de VS als Iran begin april op het podium werd gehesen als vredesapostel, was te begrijpen: de twee landen vochten meerdere bloedige oorlogen uit. De verbazing over de keuze voor Pakistan was ook buiten India te horen. Pakistan had helemaal geen traditie als vredesonderhandelaar, klonk het in westerse hoofdsteden. En was het land zelf niet in een oorlog met Afghanistan verwikkeld? De conclusie was snel getrokken: Pakistan bokst boven zijn gewicht en is als vredestichter ongeloofwaardig.
Bijna een maand later is het beeld anders. Natuurlijk: er is geen akkoord en er wordt door Washington en Teheran flink gedreigd, schepen worden in beslag genomen. Afgelopen weekend lukte het niet om behalve een Iraanse ook een delegatie uit de VS naar Islamabad te laten komen. Maar de wapens zwijgen grotendeels, sinds Pakistan zijn nieuwe rol oppakte. Het staakt-het-vuren dat mede op initiatief van Pakistan en China eind maart tot stand kwam, werd verlengd. Beide partijen spreken via Pakistan nog met elkaar. En de leiders in Islamabad maakten als hoofdonderhandelaars tot nu toe geen grote brokken.
„Hoe dit ook verder gaat, nu al heeft Pakistan voor zichzelf een plaatsje veroverd in de diplomatieke geschiedschrijving”, zei Massood Khan, oud-ambassadeur van Pakistan bij de Verenigde Naties, onlangs tegen Al Jazeera. In The Guardian toonde de Amerikaanse oud-diplomaat Elisabeth Threlkeld, die onder meer in Islamabad werkte, zich afwachtend positief. „Zolang Pakistan geen onrealistische verwachtingen wekt en zich geen incidenten voordoen, wint het land alleen maar, simpelweg door het bieden van de mogelijkheid aan beide kampen om bij elkaar te komen.”
In analyses van onderzoekers en media duiken drie verklaringen op voor de verbetering van de beeldvorming rond Pakistan als vredestichter: de enorme inspanningen van het Pakistaans politiek-militair establishment, de rol van legerleider Asim Munir en de invloed achter de schermen van China.
De elite in Islamabad en Rawalpindi (waar het hoofdkwartier van het leger is gevestigd) was hyper-gemotiveerd om iets van de onderhandelingen te maken. Tal van hoofdsteden (Teheran, Istanbul, Beijing, Riad, Washington, Caïro) werden bezocht of intensief afgebeld, voor „een actieve shuttle-diplomatie”, zoals Haroon Sheikh het via de telefoon noemt. Sheikh is geopolitiek expert bij de Vrije Universiteit in Amsterdam en mede-auteur van een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over veranderingen in de mondiale veiligheidsorde. Hij vindt dat „Pakistan zijn contacten met beide kampen goed en actief gebruikt”.
De Pakistaanse legerleider Asim Munir (links) en de Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken Ishak Dar (tweede van rechts) verwelkomen de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Aragchi (vooraan, tweede van links) in Rawalpindi op 25 april.
Sheikh is verbaasd dat zoveel anderen verbaasd waren over de bemiddelingsrol van Pakistan. „Normaliter speelt Qatar die rol, maar dat was onmogelijk omdat dat land zelf werd aangevallen door Iran. Zoveel andere landen in de regio zijn er niet die goede banden met zowel de VS als Iran onderhouden.”
Er was bovendien een „keihard veiligheidsbelang” voor Pakistan om op te treden, zegt Sheikh. Juist vorig jaar had het land een defensiepact gesloten met Saoedi-Arabië. Dat verplicht tot wederzijdse bijstand als een van beide landen wordt aangevallen, precies wat in maart gebeurde toen de Iraanse aanvallen op Amerikaanse bases in Saoedi-Arabië begonnen. „Tot nu toe houden de Saoediërs zich redelijk koest, maar dat kan zomaar veranderen als de oorlog weer oplaait. Dan wordt Pakistan misschien meegesleurd in de oorlog met Iran.”
Daarnaast zijn er de enorme gevolgen van de bijna-afsluiting van de Straat van Hormuz. Juist Pakistan werd daardoor hard getroffen, een andere reden voor Islamabad om in actie te komen, zegt Sheikh. Het energietekort stortte de economie in een diepe crisis. De zeer omvangrijke kapitaalstroom van Pakistanen die in de Golfregio werken, werd hard geraakt. De arbeidsmigranten komen nu moeilijker aan werk, zodat ze veel minder geld naar huis kunnen sturen. Opgeteld waren deze overboekingen naar het thuisland, enkele tientallen miljarden dollars, vorig jaar goed voor bijna tien procent van het bruto nationaal product van Pakistan.
De goede persoonlijke contacten van de Pakistaanse militaire top met Washington en Teheran zijn ook relevant. Veel aandacht is er voor de rol van legerleider Asim Munir, de feitelijke machthebber in het land. Hij was eerder chef van twee, vaak bruut opererende inlichtingendiensten. De Amerikaanse president Donald Trump noemt Munir zijn „favoriete veldmaarschalk” met wie hij geregeld belt. Pakistan – lees: Munir – nomineerde Trump vorig jaar voor de Nobelprijs voor de Vrede omdat hij de oorlog van Pakistan met India zou hebben beëindigd (volgens India is dat onzin). Ook zouden er gedeelde financiële belangen zijn. Er zijn berichten over Pakistaanse deelname aan het cryptofonds van een zoon van Steve Witkoff, een van Trumps onderhanderlaars.
Ook in Iran is Munir een graag geziene gast, een gevolg van zijn intensieve banden met het Iraanse leger, de Republikeinse Garde en de geheime diensten. Zijn krediet werd zichtbaar kort nadat de eerste ronde onderhandelingen op zondag 12 april in Islamabad waren geklapt. Een paar dagen later al verwelkomde Teheran een zware delegatie onder Munirs leiding voor een driedaags bezoek. Volgens de Financial Times keerde het Pakistaanse gezelschap terug uit Iran in de stellige verwachting dat Iraanse leiders weer naar Islamabad zouden komen om verder te praten. Ter voorbereiding liet Munir alvast de hele stad afsluiten, zodat VIP-konvooien vrij baan zouden hebben. Vrijwilligers kregen de opdracht affiches te maken met de tekst ‘Islamabad Peace Deal’.
De Pakistaanse legerleider Asim Munir (links) ontmoet de Amerikaanse vicepresident JD Vance op 11 april in Islamabad.
In plaats daarvan bleven de Iraniërs thuis. Ze begonnen eind april diverse schepen te beschieten en te confisqueren, uit woede over de Amerikaanse blokkade van Iraanse havens. Die wending had Munir waarschijnlijk niet voorzien toen hij Teheran verliet. De episode riep vragen op over de mate waarin Trump zijn favoriete maarschalk vooraf informeerde over de Amerikaanse plannen. De hooggespannen verwachtingen in Islamabad zakten in. Wat nu?
Pakistan moest voor het eerst hard kiezen. Wie moest inbinden: Washington of Teheran? Munir durfde het aan zijn vriend in het Witte Huis kritisch toe te spreken. De Amerikaanse blokkade van Iraanse havens stond de voortgang van het onderhandelingsproces in de weg, zei hij vorige week donderdag. Trump reageerde diplomatiek en zei Munirs woorden „in overweging te nemen”. Hij zette de blokkade echter voort en hervatte zijn agressieve retoriek richting Teheran.
Iran toonde zich in de ogen van Islamabad constructiever en stuurde vrijdag minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi naar Pakistan om te kijken of er iets te halen viel. Hij sprak na afloop van „zeer vruchtbare besprekingen” met premier Shehbaz Sharif en legerleider Munir. Daarna zette Iran echter een stap die de leiders in Islamabad veel minder beviel. Araghchi ging naar Moskou om met president Vladimir Poetin te spreken. Tot nu toe toonde Rusland zich een trouw bondgenoot van Iran. Poetin zei na afloop dat Rusland „alles zal doen dat in het belang is van Iran.”
Maandag openbaarden de Iraniërs een nieuw plan. Dat kwam erop neer dat er bij een nieuwe ronde besprekingen eerst over heropening van de Straat van Hormuz en de opheffing van de Amerikaanse blokkade moest worden gesproken, en pas later over de nucleaire capaciteiten van Teheran. Onbekend is hoe groot de bijdrage van Pakistan aan dit voorstel was. Araghchi was net twee dagen in Pakistan geweest. Wel bekend is dat het voorstel van de Iraniërs via Islamabad naar Washington werd gestuurd. Daar reageerde president Trump „not amused”. Hij zei dat de Chinezen Iran maar eens tot meer inschikkelijkheid moest dwingen.
China was, naast Munir, de andere troefkaart die Pakistan tot nu toe enig houvast gaf in het heftige diplomatieke steekspel tussen Iran en Washington. Op sleutelmomenten trokken de bondgenoten China en Pakistan samen op. Het openingsbod van Pakistan eind maart was in nauwe samenspraak met Beijing tot stand gekomen. Donald Trump bevestigde later, op 8 april, weliswaar op summiere wijze, dat China Iran had aangespoord naar de onderhandelingstafel te komen.
Dat Iran akkoord ging met een staakt-het-vuren met aartsvijand Amerika gebeurde waarschijnlijk ook onder Chinese invloed. Onlangs openbaarden zich aanwijzingen dat Beijing een tot dan toe onbekend aanmoedigingsmiddel richting Teheran achter de hand heeft. Op 15 april berichtte de Financial Times dat de Iraanse Republikeinse Garde eind vorig jaar een commerciële satelliet van de Chinezen had gekocht. Zo zou de Garde gedetailleerde gegevens hebben verkregen over Amerikaanse legerbases en hun luchtverdediging in het Midden-Oosten en Irak. Een grondstation in Beijing dat in contact staat met de gekochte satelliet zou de gegevens uit de ruimte hebben doorgegeven aan Iran. Beijing ontkende na publicatie van de berichten dat het weet had van deze samenwerking.
Het was opzienbarend nieuws omdat Beijing zeer voorzichtig opereert en confrontaties met de VS zo veel mogelijk uit de weg gaat, „zolang het die confrontaties niet kan winnen”, zoals geopolitiek deskundige Haroon Sheikh zegt. Opmerkelijk of niet: Toen de VS en Israël eind februari hun grootscheepse aanvallen openden op Iran, sloeg de laatste in maart terug met venijnige aanvallen op Amerikaanse bases, mogelijk dus met gebruik van Chinese gegevens. Zwermen Iraanse drones verzadigden de Amerikaanse luchtverdediging en raakten de Prins Sultan Air Base in Saoedi-Arabië en andere Amerikaanse bases. Meerdere Amerikaanse militairen werden gedood, tientallen raakten gewond.
Iran was in staat gebleken de VS flink pijn te doen, maar had daar wel hulp van Beijing bij nodig. Dat gaf China armslag om Iraanse hardliners te stimuleren naar de onderhandelingstafel te gaan. Het verklaart mogelijk ook waarom Trump zijn hoop nu deels op de Chinezen heeft gevestigd.
De ontwikkelingen van de komende weken zijn zeer ongewis. Toch verwacht Haroon Sheikh dat in de nieuwe wereldorde met zijn ruwe omgangsvormen de invloed van Pakistan zal groeien. „De verzwakking van Iran door de oorlog met de VS en Israël geeft ruimte aan andere partijen in de regio met sterke legers, zoals Saoedi-Arabië, Turkije en Pakistan. Dit soort landen zal meer gevraagd gaan worden een actieve rol in de regio te spelen, zoals nu al bleek.”