Home

In het rijke Luxemburg kent armoede vele gezichten: ‘Zelfs mensen met een baan komen naar de gaarkeuken’

Luxemburg staat bekend als een van de rijkste landen van de Europese Unie, maar de armoede en dakloosheid nemen er toe. Bij de gaarkeuken van Stëmm vun der Strooss kunnen mensen terecht voor een maaltijd en een warme douche.

In een rustige zijstraat in Hollerich, een wijk in het zuidwesten van de hoofdstad Luxemburg, staat een lange rij met tientallen wachtenden. De realiteit van die menigte botst met het imago van de welvarende stad met zijn historische binnenstad en brandschone stadsparken. Veel mensen zien er gehavend en vermoeid uit. Met geduld wachten ze tot twee beveiligers om half twaalf de deuren van het Stëmm vun der Strooss-restaurant (‘stem van de straat’) openen.

Voor een symbolische 50 cent kunnen ze binnen een warme maaltijd krijgen. Vandaag op het menu: een mals kippetje, salade en friet – met een klodder mayonaise. Ook kunnen mensen hier terecht voor een douche, schone kleren en een dutje.

Plekken zoals deze zijn voor een groeiend aantal inwoners broodnodig. Want de armoede groeit, ondanks het feit dat Luxemburg in de EU het hoogste minimumloon en bruto binnenlands product per inwoner heeft. Meer 13,4 procent van de werkenden loopt het risico op armoede. In buurlanden Frankrijk (8,2 procent) Duitsland (6,5 procent) en België (4,2) is dit aanzienlijk lager. Bovendien neemt de armoede onder werkenden in Luxemburg sneller toe dan in andere EU-landen, vertelt de Luxemburgse hoogleraar economie Philippe van Kerm.

Kenniswerkers verdienen er goed. Om aan de groeiende vraag naar hun expertise te voldoen, stijgen hun lonen snel, terwijl die van praktisch opgeleiden achterblijven, legt Van Kerm uit. Tegelijkertijd stijgen de kosten van levensonderhoud en huisvesting. Hierdoor komen steeds meer mensen financieel in de knel. De situatie wordt verergerd door een tekort aan sociale huurwoningen.

Het relatief hoge minimumloon werkt als een magneet voor mensen van buiten. Arbeidsmigranten houden de welvarende economie van het kleine land draaiende, vertelt de hoogleraar. Maar ook zij worden met de hoge levenskosten geconfronteerd.

Bordje kip

Zodoende zoeken steeds meer mensen hun toevlucht in de gaarkeuken. Nadat de bezoekers bij het buffet hun bordje met kip in ontvangst hebben genomen, nemen ze plaats aan lange tafels. Sommigen beginnen te kletsen met hun buren. Anderen kijken stilletjes naar hun eten. Een lange vrouw loopt met een grote glimlach rond. Op haar shirt staat: LOVE, never forget where you began. Het is Alexandra Oxacelay, oprichter en directeur van Stëmm vun der Strooss.

In tien jaar tijd is het aantal maaltijden dat haar organisatie met werknemers uit de doelgroep uitdeelt, verdubbeld. Afgelopen jaar waren dit er meer dan 262 duizend. Ze leidt acht locaties. Dankzij overheidsgeld en particuliere donaties kan Oxacelays organisatie zich nog net staande houden, vertelt zij.

Het gezelschap in de kantine laat zien dat armoede vele gezichten kent. ‘In het begin kwamen er vooral daklozen. Maar tegenwoordig is de groep hulpbehoevenden veel diverser. Vluchtelingen, arbeidsmigranten, jongeren en zelfs mensen met een baan komen hier voor steun, omdat ze niet meer kunnen rondkomen’, vertelt Oxacelay.

Een van hen is Wassim El Amri (40). De Tunesiër werkt drie keer per week bij ‘het sociale restaurant’ en houdt in opdracht van Stemm straten schoon. De straten waar hij ook slaapt. Toch is het leven in Luxemburg volgens hem een stuk beter dan in Nederland en Duitsland, waar hij voorheen verbleef. ‘Hier kan ik op straat slapen zonder dat de politie mij ’s nachts wakker schopt.’ Geëmotioneerd zegt hij: ‘In Nederland en Duitsland zijn mijn geest, hart en lichaam gebroken.’

Huur onbetaalbaar

Ook Luxemburgers nemen hun toevlucht tot de gaarkeuken, al woont de 75-jarige Mathilde Schoof niet meer in haar geboorteland: ze reist bijna elke dag een uur met de bus vanuit Duitsland naar Hollerich. Ze woont al twintig jaar in het buurland omdat het leven – en vooral de huur – in Luxemburg voor haar onbetaalbaar is geworden. ‘Zonder organisaties als deze zouden arme mensen gedoemd zijn’, zegt ze. Directeur Oxacelay vreest dat de situatie alleen maar erger wordt als de overheid niet ingrijpt.

Mathilde Moes komt niet alleen naar de gaarkeuken voor een goedkope maaltijd, maar ook om zich verbonden te voelen met andere armen. ‘De steun die we hier krijgen, houdt ons sterk. Het voelt als een familie, maar er komen soms ook verwarde figuren.’

Dat blijkt wanneer plotseling de gemoedelijke sfeer omslaat. Er klinkt een harde schreeuw. Beveiligers gooien de deur snel dicht, waarna er van buitenaf keihard met een prullenbak tegen de glazen deur wordt geslagen. De deur houdt stand. Even is het doodstil, daarna keert het gezellige geroezemoes terug.

‘Incidenten komen niet vaak voor’, licht de vriendelijke beveiliger Abner Semedou (37) toe. Maar soms willen mensen niet lang in de rij wachten en worden ze boos. Dan vangt hij met zijn collega de klappen op. ‘Ik begrijp hun situatie: ze wonen op straat en hebben veel zorgen’, vertelt hij.

434 magen gevuld

De Kaapverdiër kwam samen met zijn vrouw, die als schoonmaker werkt, en hun dochtertje naar Luxemburg. Daarvoor woonden ze in Portugal. ‘Daar was geen werk. Hier wel.’ Semedou schuift vaak aan in de gaarkeuken vanwege het dure levensonderhoud, maar ook omdat het eten lekker is.

De hele dag wordt de kantine in Hollerich druk bezocht. Om half vier stroomt de zaal leeg. Vandaag zijn hier 434 lege magen gevuld. Alexandra Oxacelay trekt de deur achter zich dicht en droomt hardop: ‘Ik hoop dat ik op een dag kan zeggen dat Stëmm vun der Strooss niet meer nodig is.’

Source: Volkskrant

Previous

Next