De Iraakse president heeft het mandaat om een nieuwe regering te vormen aan een volledige politieke outsider gegeven. Na maanden van groeiende druk vanuit de Verenigde Staten en Iran werd zakenman Ali al-Zaidi aangedragen in een poging om de politieke impasse te doorbreken.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant.
Het vinden van een premier is steevast ingewikkeld in Irak, maar des te meer vanwege de huidige oorlog in het Midden-Oosten. Het politieke stelsel - nog ingevoerd door de Amerikaanse bezetter - schrijft voor dat de premier een sjiiet moet zijn. Maar hij moet ook de steun krijgen van de helft van de facties in het uiteenlopende politieke landschap, én van de buitenlandse machthebbers die achter de schermen aan de touwtjes trekken.
Afgelopen november ging de Irakese bevolking naar de stembus om het nieuwe parlement te kiezen. Zoals verwacht werden de verkiezingen gewonnen door de nieuw opgerichte partij van zittend premier Mohammed Shia al-Sudani. Hij vergaarde afgelopen jaren populariteit met wegenbouwprojecten en economische hervormingen en probeerde afstand te nemen van de vastgeroeste Iraakse politiek. Maar in Irak betekent verkiezingswinst niet automatisch premierschap.
Sinds de val van Saddam Hoessein heeft Irak zes democratische verkiezingen gehouden, waarbij nooit één partij een meerderheid behaalde. Het blok van Sudani was ditmaal de grootste met 46 van de 329 zetels. Winst was er ook voor de pro-Iraanse sjiitische partijen die aan milities verbonden zijn. In totaal behaalden alle sjiitische partijen een meerderheid van 197 zetels, maar deze zijn op te delen in verschillende bewegingen die elkaar fel bestrijden.
De parlementsverkiezingen zijn eigenlijk een eerste stap, waarbij zetelwinst een betere positie geeft in de complexe en vaak langdurige onderhandelingen die volgen. Sudani wilde in december direct aan de slag om een regering te vormen, maar werd actief tegengewerkt door pro-Iraanse partijen vanwege zijn goede banden met de Amerikaanse speciaal gezant voor Irak. Vermoedelijk was hij de Amerikaanse voorkeurskandidaat.
Ook oud-premier Nuri Kamal al-Maliki werd voorgedragen, maar de Amerikaanse president Trump dreigde in januari alle steun aan Irak stop te zetten als hij weer premier werd. Maliki verkreeg in 2006 de positie nog met steun van de VS, maar in de ogen van de Amerikaanse regering is hij steeds meer richting Iran gaan leunen.
Met het uitbreken van de oorlog tussen Amerika en Israël enerzijds en Iran anderzijds, werd de druk op de onderhandelingen alleen maar hoger. De VS en Iran willen dat Irak een kant kiest, terwijl Irak juist al jaren buiten de conflicten in het Midden-Oosten probeert te blijven en de relaties met beide landen in evenwicht probeert te houden. Intussen wordt Irak door beide kanten gebombardeerd.
Uit woede over luchtaanvallen op Amerikaanse doelen door pro-Iraanse milities in Irak heeft de Trump-regering recent alle samenwerking met het Iraakse leger stopgezet totdat Irak een nieuwe, acceptabele regering heeft. Dat meldt The New York Times. Door het verlies van verschillende bondgenoten zijn die pro-Iraanse milities juist extra belangrijk geworden voor Iran. Ook is Irak van cruciaal belang als afzetmarkt voor de Iraanse economie en als doorvoerhaven om westerse sancties te vermijden.
Uiteindelijk toverde de grootste sjiitische coalitie maandag de politieke nieuwkomer Ali al-Zaidi uit de hoge hoed. Hij is een invloedrijke zakenman die carrière maakte bij grote bedrijven en banken en grotendeels buiten de publieke aandacht bleef. Voor zover bekend is hij bij geen enkele politieke partij betrokken geweest.
Nog dezelfde dag gaf president Nizar Amedi hem de taak om binnen dertig dagen een nieuwe regering te gaan vormen en die aan het parlement voor te leggen. Amedi riep alle partijen op om met Zaidi samen te werken en verdere vertragingen te voorkomen, maar dat wordt nog een hele uitdaging.
Een lichtpuntje van de afgelopen verkiezingen is dat een behoorlijk aantal mensen de moeite nam om naar de stembus te gaan. Veel Irakezen zijn gedesillusioneerd geraakt door jaren van corruptie en machtsspelletjes in de politiek, wat zich vertaalde in steeds lagere opkomstcijfers. Die trend lijkt te zijn gekeerd: 56 procent van de stemgerechtigden kwam opdagen, tegenover 41 procent vier jaar geleden.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant