Record na record sneuvelde vorig jaar in Europa, het snelst opwarmende continent ter wereld. Dat is andermaal in detail vastgelegd in de Europese staat van het klimaat 2025, een gewichtig jaarrapport van de EU. ‘Het schetst een grimmig beeld.’
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
In het land waar wij wonen, het postzegeltje ergens boven Frankrijk links op de hoek, viel het vorig jaar reuze mee. Een lekker zonnige zomer. Een winter met zowaar weer eens sneeuw. Hier en daar een bui, soms een storm. Maar overzie heel Europa – of beter nog, Europa en contreien – en het valt pas echt op: het ijsverlies op Groenland en in de Alpen, de volstrekt absurde hittegolf in Scandinavië, de grillige rivierstanden; nu weer te veel water, dan weer te weinig.
Het is een ‘sterk beeld’ dat het deze week verschenen EU-klimaatjaaroverzicht schetst, vindt Samantha Burgess, klimaathoofd bij het Europese weercentrum ECMWF, dat het rapport regisseerde. ‘Met stijgende temperaturen en wijdverbreide natuurbranden en droogte is het bewijs ondubbelzinnig: klimaatverandering is niet een dreiging van de toekomst, maar de huidige werkelijkheid’, aldus Burgess in een vooraf opgestelde verklaring.
Wat registreren de satellietbeelden, thermometers en andere sensoren van Europa precies? Een overzicht van de nieuwste inzichten, in vijf kaarten en grafieken.
Kijk Europa daar nou liggen te bakken op de planeet. De gemiddelde temperatuur op aarde is inmiddels 1,4 graden hoger dan eind 19de eeuw, toen de mens op grote schaal broeikasgassen begon uit te stoten. Europa is in die tijd 2,5 graad opgewarmd, blijkt uit de nieuwe cijfers, veel meer dus dan het gemiddelde op aarde.
Dat komt door ‘een combinatie van factoren’, onderstreept het ECMWF in zijn rapport. Europa ligt vrij noordelijk op de aardbol, met één teen in de poolcirkel, en op een opwarmende planeet warmen de koudste gebieden nu eenmaal het snelst op. Europa is een droge plak land, die niet zoals de zee wordt gekoeld door water. En de weerpatronen lijken wat anders uit te vallen, waardoor Europa vaker in de greep raakt van warme winden uit het oosten en zuiden.
Ook binnen Europa wijzen de temperatuurmetingen op verschillen. Nederland ligt, net als alle landen aan de West-Europese kust, in het iets minder hard opwarmende hoekje van Europa: een temperatuurstijging van 0,4 graad per decennium is bij ons het tempo. Opvallend sneller gaat de opwarming in Oost- en Zuidoost-Europa: in de Balkanlanden, Turkije, op Sardinië.
Malle uitzondering: IJsland. Dat land ligt nabij een zone waarvoor experts de weinig academische naam ‘de koude blob’ gebruiken. IJsland warmde vorig jaar nauwelijks verder op. Ook weer niet goed. De ‘blob’ kan namelijk weleens een voorbode zijn van een soort plaatselijke, Europese mini-ijstijd, vrezen experts. Die kan ontstaan als het noordelijke stuk van de Golfstroom stilvalt en hitte zich ophoopt in de tropen.
Nog een reden waarom Europa extra hard opwarmt: we hebben minder sneeuw en ijs om de zon te weerkaatsen en zo de opwarming te remmen. In de Alpen zagen de satellietogen van Europa de gletsjers afgelopen jaar weer 1 tot 2 meter dunner worden.
Maar wacht, we hadden hier toch een ouderwetse winter met sneeuwpoppen, sneeuwballen en sleeën vanaf de dijk? En verderop in Europa was het toch óók ijzig en wit, met stevige sneeuwval in de Alpen? Dat klopt, maar het is ook gezichtsbedrog, doordat het toevallig op enkele opvallende plekken sneeuwde – zoals in uw achtertuin en in wintersportgebieden. Uiteindelijk was in maart, aan het einde van het sneeuwseizoen, 31 procent minder Europees oppervlak bedekt met sneeuw dan in de klimaatperiode 1991-2020 gebruikelijk was. Dat viel alleen minder op, doordat het vooral in de Balkan en Midden-Europa was waar de sneeuw achterwege bleef.
Aan het aantal dagen met vorst zie je het ook, hoe de kou uit Europa verdwijnt. Het ECMWF toont deze kleurenkaart: hoe vaak is het nog twee weken achter elkaar winter, met een temperatuur die in een etmaal op enig moment onder nul komt? Vóór 1990 was dat in Groningen, Friesland, Drenthe en delen van Gelderland en Overijssel nog normaal (lichte kleur). In het huidige klimaat is de winter teruggetrokken tot in Duitsland, en vorig jaar moest je voor twee weken vorst alweer verder reizen, richting Polen.
Het zes jaar geleden vernieuwde Europese netwerk van waterstandmeters in rivieren Efas (‘European Flood Awareness System’) registreerde intussen iets opvallends: belachelijk lege rivieren. In een uitgestrekt gebied, van Nederland tot de Baltische staten in het noorden en Turkije in het zuiden, stroomde er veel minder water door de rivieren dan gebruikelijk.
Deels zal dat komen doordat er in Noordwest- en Midden-Europa weinig regen viel, aldus het rapport: 10 tot 40 procent minder dan gemiddeld. Zo wordt een brede strook Europa, van de Benelux tot de Balkan, steeds droger. Minder verdamping, drogere grond, lagere rivierstanden, minder regen: het grijpt allemaal op elkaar in.
Opvallende uitzonderingen waren vorig jaar vooral Spanje en Portugal: landen die volgens de klimaatmodellen juist méér droge, snikhete zomers kunnen verwachten. Maar in 2025 viel het kwartje opeens een andere kant op, met in de lente zelfs recordhoogten water in de Taag en de Guadiana, na overvloedige regenval.
Het veranderende klimaat brengt ook weleens goed nieuws. Door de lage rivierstanden waren er ook weinig overstromingen, stelt het ECMWF. Al zal men dat in Spanje en Portugal anders zien: in november leidde een hele reeks stormen tot veel regen en overstromingen.
In 2025 kwamen er in Europa bij stormen en overstromingen 21 mensen om het leven, signaleert het ECMWF, opvallend minder dan het langjarig gemiddelde (33 dodelijke slachtoffers per jaar). Het continent warmt dan wel snel op, maar mensen wapenen zich ook beter tegen de gevolgen daarvan: met waarschuwingssystemen, waterwerken en voorlichting.
Modewoord in opkomst onder alle klimaatgraadmeters: hittestress. Een begrip dat ‘temperatuur, vochtigheid, windsnelheid, zon, en hitte die wordt uitgezonden door de omgeving meeweegt’, zo verduidelijkt het ECMWF-rapport. Bij een gevoelshitte van 32 graden is de hittestress ‘sterk’, boven de 38 graden ‘zeer sterk’.
En sterk werd het. In Zuid- en Oost-Spanje waren er vorig jaar maar liefst vijftig dagen méér dan gebruikelijk met sterke hittestress. In totaal turfde men er nu honderd tot honderdvijftig dagen waarop het puffen en zweten was. Ook waren er in Spanje en Portugal tientallen meer tropische nachten dan anders, met een temperatuur die niet onder de 20 graden kwam.
En, opmerkelijk, ook in het koele Scandinavië maakte men kennis met het fenomeen hittestress. Tijdens de extreme hittegolf die vorige zomer uitbrak, was het voor veel Scandinaviërs weliswaar heerlijk zomerweer; het aantal dagen met een gevoelstemperatuur van 32 graden of hoger kwam zowaar uit op twaalf, een record voor het gebied.
De andere kant van die medaille is dat er haast overal in Europa minder dagen waren met ‘koudestress’, een gevoelstemperatuur van min 13 of kouder. In ons land bedroeg dat aantal dagen vorig jaar tussen de 25 en 50, een aantal dat snel daalt.
Zo verandert het Europese landschap onder onze ogen: bezoekt u maar eens een Alpengletsjer of een wat lager liggend skigebied.
Maar in het grotere geheel valt dat toch wat in het niet bij de echte klapper: Groenland. Het Deense eiland, groot genoeg om West-Europa van Stockholm tot Sevilla te bedekken, is voor 80 procent overdekt met een dikke plak ijs, maar verliest in griezelig hoog tempo massa. Griezelig, omdat Groenland genoeg ijs bevat om de zeespiegel wereldwijd ruim 7 meter op te stuwen. Griezelig ook, omdat de smelt op sommige plekken onomkeerbaar dreigt te worden als de steeds verder noordwaarts opschuivende en ook in hoogtemeters stijgende vorstgrens hoger komt dan de ijskap.
In 2025 verloor Groenland netto 139 miljard ton aan ijs, becijfert het ECMWF nu. Een onvoorstelbare hoeveelheid die neerkomt op het ijs van álle Alpengletsjers, keer anderhalf – en dat dus in een jaar tijd. Uitgesmeerd over de wereldzeeën betekent dat een laagje van 0,4 millimeter zee erbij, aldus de Europese experts. Niet direct iets om in te verdrinken, maar ‘de verwachtingen zijn dat het ijsmassaverlies zal voortgaan en mogelijk versnellen’, constateert het EU-klimaatrapport. De zeespiegel stijgt nu al met zo’n 3,6 millimeter per jaar, vooral door uitzetting van het opwarmende water. In het jaar 2100 staat de zee naar schatting ongeveer een halve meter hoger dan nu.
Intussen is er één ding dat maar níét verandert: de trend van de CO2-uitstoot. Zo’n 2,6 deeltjes per miljoen luchtdeeltjes komen er jaarlijks in de dampkring aan CO2 bij, documenteert het ECMWF in een bijlage, in een lijn die ook volgens de Europese metingen al tientallen jaren kaarsrecht oploopt. ‘De Europese staat van het klimaat 2025 schetst een grimmig beeld’, stelt Burgess van het ECMWF. ‘Het tempo van klimaatverandering vraagt om meer urgente actie.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant