Historisch drama Het knap gestileerde ‘Two Prosecutors’ volgt de jonge aanklager Kornjev op zijn deerniswekkende missie om recht te vinden in de Sovjet-Unie anno 1937, het piekjaar van Stalins ‘Grote Terreur’.
Aanklager Kornjev (Aleksandr Koeznetsov) in de NKVD-gevangenis anno 1937.
Two Prosecutors. Regie: Sergej Loznitsa. Met: Aleksandr Koeznetsov, Aleksandr Filippenko. 117 min.
Het jaar is 1937, een gevangene in de Russische stad Brjansk krijgt een klusje: de kachel aanmaken met brieven van gedetineerde partijleden die bij het openbaar ministerie hun beklag doen over onrecht en foltering door de geheime dienst NKVD. Eén in bloed geschreven briefje smokkelt hij naar buiten: van jurist I.S. Stepnjak uit blok 5, cel 84.
Zo begint in Two Prosecutors de expeditie van de pas afgestudeerde communistische aanklager Alexander Kornjev om het recht te doen zegevieren in de Sovjet-Unie anno 1937, het piekjaar van Stalins ‘Grote Terreur’, toen de geheime dienst NKVD tussen de 700.000 en 1,2 miljoen Sovjetburgers vermoordde en vooral het oude communistische partijkader het moest ontgelden: eens te meer verslond de revolutie zijn eigen kinderen. 1937 is een sleuteljaar voor de verminkte Sovjetziel. De geheime dienst NKVD, na de oorlog tot KGB omgedoopt, zegevierde – voorlopig – over de partijkaders met een giftige ethos van paranoia en gangsterachtig cynisme dat onder Poetin een opmerkelijke renaissance beleeft.
Regisseur van Two Prosecutors is de Oekraïense filmmaker Sergej Loznitsa, bekend van found footage-documentaires over massagraf Babi Jar, de mislukte coup van 1991, Stalins begrafenis en de showprocessen. Belangwekkend, maar archivariswerk; zijn visuele meesterschap bewijst Loznitsa in speelfilms waar zich voor je voeten de Russische afgrond opent. Ditmaal volgen we met groeiende beklemming Kornjevs missie. Een nauwkeurig gestileerde exercitie: twee reizen, twee omzwervingen door totalitaire doolhoven en enkele dialogen vol dubbele bodems en inherente dreiging. Periodiek neemt de camera even afstand om een panorama van repressie te tonen.
In het eerste uur volgen we Kornjev door het sinistere doolhof van de NKVD-gevangenis te Brjansk. Poort, gang, trap, traliedeur, wachtkamer: een frêle, brave burgerman dribbelt langs grimmige bullebakken in uniform. Kornjev wil gevangene Stepnjak uit blok 5 spreken en laat zich niet afpoeieren; verhulde dreigementen negeert hij. Dat hij beter buiten die ‘speciale afdeling’ blijft, want daar heersen besmettelijke ziektes en „er is altijd een risico van infectie”.
De dappere Kornjev raakt ook besmet: op aandringen van de halfdood geslagen Stepnjak, die weigerde een nep-bekentenis te tekenen, reist hij naar Moskou om Stalin of een lid van het Politburo te informeren over het monsterlijke onrecht dat zich in Brjansk voltrekt. Daar baant hij zich dapper een weg door een tweede doolhof, nu niet stil en dreigend maar rumoerig en chaotisch, vol mensenstromen en uitpuilende wachtkamers. Hij vindt zowaar een machtig luisterend oor.
Wees toch niet zo dom, wil je loeien. Het is 1937! Maar hoe kan die arme Kornjev weten welke catastrofe zich om hem heen voltrekt? Het is deerniswekkend dit dapper piepende muisje in de stalinistische leeuwenkuil rond te zien scharrelen, een wereld van kil sadisme waar alleen de eenvoudige mensen in de trein naar Moskou enige menselijke warmte uitstralen. Hij en Stepnjak geloven dat boven de bojaren en boeven een goede tsaar staat. Dat vis niet vanaf de kop bederft. Dat het Sovjet-communisme een fundamenteel humaan systeem is. Ontwaken uit zulke Russische dromen gaat doorgaans heel hardhandig.