Uiterst rechts Op het Europese toneel presenteert premier Giorgia Meloni zich graag als rechts-conservatief. In Italië is de band tussen politici van de radicaal-rechtse regeringspartijen en neofascisten soms innig, blijkt op een bijeenkomst in Napels.
De remigratie-conferentie in Napels (v.l.n.r.): Gianluca Cantalamessa, senator voor de Lega-partij, schrijver Francesca Totolo, CasaPound-woordvoerder Luca Marsella en naast hem Emmanuela Florino, van CasaPound, en regionaal raadslid en Meloni's partijgenoot Gennaro Sangiuliano.
Op de brede straat voor het Millennium Gold Hotel, een viersterrenhotel op een steenworp afstand van de Napolitaanse luchthaven Capodichino, staat een politiecordon. In de buurt van het hotel hangen mannen rond die niet bij de ordediensten horen. Ze dragen baarden en hebben kort haar, hun kleren zijn zwart of legergroen. Velen hebben tatoeages met Romeinse cijfers en Latijnse spreuken. De meesten kennen elkaar goed en grijpen kordaat elkaars onderarm vast – een begroeting die fascisten typeert.
In dit hotel vindt een bijeenkomst plaats van het Comité voor Remigratie en Herovering, een initiatief van vier extreemrechtse groeperingen die het Italiaanse parlement zover willen krijgen een wetsvoorstel rond ‘remigratie’ te bespreken. Italië moet volgens de initiatiefnemers de hoogste prioriteit maken van de gedwongen uitzetting van al wie illegaal in het land verblijft.
Voorstanders van remigratie vinden dat daarnaast legale migranten aangespoord moeten worden tot vrijwillig vertrek, om te voorkomen dat het Italiaanse volk uiteindelijk – in hun woorden – helemaal verdwijnt. Beveiliger Giovanni Coppola, een lange en potige man van 58 jaar, is uit nieuwsgierigheid naar de conferentie gekomen. „Eerst de illegalen uitzetten, en daarna, wie weet ook de legale migranten. Waarom niet? Ik wil er graag meer over horen.”
Remigratie is een extreemrechts concept, dat in Europa onder meer door de Oostenrijkse rechts-extremist Martin Sellner wordt verspreid. Voorzitter van het Italiaanse remigratiecomité is Luca Marsella, een ict-consulent uit de Romeinse kustgemeente Ostia. Marsella is ook woordvoerder van de neofascistische beweging CasaPound Italia.
Een paar weken voor de bijeenkomst omschrijft Marsella zich tijdens een interview in een drukke Romeinse koffiebar openlijk als fascist. De term „neofascist” bevalt hem niet, omdat volgens hem de ideologie nooit dood was. Buiten Italië is CasaPound geen bekende organisatie, maar in eigen land is bij velen bekend dat aanhangers zichzelf omschrijven als „fascisten van het derde millennium”. Dat maakt het opvallend dat senator Gianluca Cantalamessa van de Lega-partij van vicepremier Matteo Salvini en Gennaro Sangiuliano, regionaal raadslid, oud-minister van Cultuur en partijgenoot van Giorgia Meloni, als sprekers deelnemen aan een conferentie die mede is georganiseerd door het neofascistische CasaPound.
Die naam verwijst naar casa (Italiaans voor huis), het basisprincipe van de beweging dat alle Italiaanse gezinnen – géén migranten – recht hebben op een woning. Pound verwijst naar Ezra Pound (1885-1972). De Amerikaanse dichter en fascist is een inspiratiebron voor de groepering. In principe wijst CasaPound geweld af. Komt het toch tot vechten, dan gebeurt dat volgens de woordvoerders uit „zelfverdediging”. In februari zijn twaalf leden veroordeeld omdat ze in 2018 in het Zuid-Italiaanse Bari linkse betogers een pak slaag hebben gegeven – volgens de rechtbank deed het denken aan een klopjacht in fascistische stijl.
Hoeveel leden de neofascistische organisatie precies heeft, zegt ze niet. In 2019 schatten Italiaanse media het aantal leden en sympathisanten in Italië op meer dan 20.000. Hun electoraal gewicht is marginaal. Toen CasaPound en Forza Nuova, een andere neofascistische partij in Italië, in 2018 aan de verkiezingen deelnamen, behaalden ze niet eens 1 procent. Daarna veranderden ze hun tactiek: in plaats van zelf verkozen te raken, proberen ze hun radicale voorstellen over migratie op de agenda te krijgen van partijen die wél besturen.
„Met Lega en Fratelli d’Italia zitten twee radicaal-rechtse partijen in de regering”, zegt Mattia Zulianello, onderzoeker van populisme en extreemrechts aan de universiteit van Triëst, telefonisch. „Neofascisten beschouwen zulke partijen een beetje als ‘verraders’, omdat ze die als te liberaal en pro-kapitalistisch beschouwen. Maar tegelijk zien ze partijen die ook een repressief migratiebeleid verdedigen als een buitenkans om hun eigen extreme ideeën door te drukken.”
Om die reden zetten neofascisten tegenwoordig vol in op remigratie, legt Zulianello uit. Dat lijkt deels te werken. Bij de lancering van de remigratie-campagne, in november vorig jaar in een hotel in Brescia, niet ver van het Gardameer, zag de populismeonderzoeker een volle conferentiezaal met zo’n driehonderd belangstellenden: „In de zaal zaten zowel oldskool-skinheads en mensen met T‑shirts van extreemrechtse rockgroepen als gewone gezinnen.”
Eind januari werd de leden van het remigratiecomité de toegang ontzegd tot het Italiaanse parlement, toen oppositiepolitici de perszaal voor hen blokkeerden. (v.l.n.r.) Initiatiefnemers Ivan Sogari van Veneto Fronte Skinheads, Salvatore Ferrara van het Netwerk van Patriotten, en Luca Marsella, woordvoerder van CasaPound, spreken met de pers buiten de Kamer van Afgevaardigden.
Het remigratiecomité is een petitie gestart om zijn wetsvoorstel formeel voor te leggen aan het parlement. Daarvoor zijn 50.000 handtekeningen nodig, een doel dat snel werd bereikt. Maar toen de activisten eind januari het wetsvoorstel wilden presenteren, blokkeerde de centrumlinkse oppositie de perszaal van het parlement. Inmiddels zijn volgens Luca Marsella al 150.000 handtekeningen opgehaald. De conferentie in Napels is de eerste etappe van een nationale tour, en telkens gaat de petitie rond. „We gaan terug naar het parlement en dan overspoelen we hen met handtekeningen!” roept hij in Napels strijdvaardig, voor een juichend publiek.
De zaal zit met een kleine honderd deelnemers goed vol, terwijl tientallen anderen in de gang en voor het hotel staan – een behoorlijke opkomst, maar een stuk lager dan tijdens de bijeenkomst in Brescia. Volgens de organisatoren is dat de schuld van het politiecordon en de tegenbetogers, die geïnteresseerden de toegang zouden hebben belemmerd.
Buiten moet de anti-oproerpolitie ingrijpen als antifascistische demonstranten het politiecordon proberen te doorbreken. De tegenbetogers zijn woedend over de neofascistische bijeenkomst, uitgerekend een dag voor Bevrijdingsdag. Elk jaar op 25 april herdenkt Italië de overwinning op het fascisme. „We geven geen moer om die dag. Volgens ons moet die feestdag afgeschaft worden, het is een rampzalige dag, een dag van nederlaag”, zegt Marsella. Hij oogst applaus. De tegenbetogers omschrijft hij als „de antifascistische maffia”.
Remigratie is geen officieel regeringsbeleid in Italië. De Italiaanse regering is wel voor strengere grenscontroles en repatriëring voor illegale migranten, en voert quota in voor seizoenarbeiders die legaal naar Italië kunnen reizen. Individuele Lega-politici spraken al wel hun steun uit of namen deel aan initiatieven rond remigratie. In de zaal zitten ook kiezers van Meloni’s partij Fratelli d’Italia. Voordat zij premier werd, sprak Giorgia Meloni ook over „etnische vervanging” of omvolking, een extreemrechtse samenzweringstheorie die stelt dat de oorspronkelijke witte en christelijke bevolking van Europa doelbewust vervangen wordt door migranten. Ook dit thema komt aan bod op de conferentie in Napels.
De conferentie over remigratie in Napels.
Voor de deur van het hotel waar de conferentie plaatsvindt schieten demonstranten met waterpistolen op de politie.
In Europa profileert de Italiaanse premier zich als een gewone, conservatieve regeringsleider. Meloni en haar partijgenoten reageren stekelig op vragen over of verwijzingen naar fascisme of neofascisme. Maar de politieke wortels van Meloni en velen in haar partij liggen in de Italiaanse Sociale Beweging (MSI), de neofascistische partij die in 1946 door Mussolini-aanhangers werd opgericht. Premier Meloni sloot zich als tiener aan bij de jongerenorganisatie van de MSI. Verre opvolger Fratelli d’Italia, stichtingsjaar 2012, is een post-fascistische volkspartij, al blijven prominente partijleden, zoals senaatsvoorzitter Ignazio La Russa die de tweede hoogste functie van de staat bekleedt, de MSI openlijk eren.
De relatie tussen Fratelli d’Italia en de neofascisten, kinderen van dezelfde gedachte, is complex en ambigu. „Zeker over Meloni, ooit een militante zoals zij, is het oordeel niet mals”, zegt onderzoeker Zulianello. In Napels spreekt Luca Marsella inderdaad zijn ontgoocheling uit over de premier: „Tijdens haar campagne sprak ze over een zeeblokkade, en intussen keurt ze een half miljoen arbeidsmigranten goed.”
Raadslid Sangiuliano, partijgenoot van Meloni, en Lega-senator Cantalamessa zeggen dat ze moeite hebben met het controversieelste deel van remigratie, het aanmoedigen van legale migranten tot vrijwillig vertrek, in ruil voor een financiële bonus. „Ach, Fratelli d’Italia en Lega hebben louter twijfels bij de financiering daarvan. Maar over het principe zijn ze het eens, alleen zeggen ze dat niet hardop”, zegt Emmanuela Florino, die CasaPound in de streek van Napels vertegenwoordigt.
De Italiaanse premier Meloni in 2022 in de Senaat, met toenmalig Cultuurminister Gennaro Sangiuliano.
Tijdens de presentatie lijken beide politici het roerend eens met de meeste beweringen. De talrijke selfies, omhelzingen en schouderklopjes met leden van CasaPound illustreren de soms vage scheidslijn tussen extreemrechtse groepen en de regeringspartijen in Rome.
Senator Cantalamessa „huivert ervan dat de burgemeesters van Londen en New York moslims zijn” – applaus – en dat moslima’s genitaal worden verminkt, zodat ze geen genot ervaren – alsof dit élke moslimvrouw overkomt. Voormalig minister Sangiuliano citeert uit ‘Soumission’, de roman van Michel Houellebecq die schetst dat Frankrijk verandert in een islamitische staat, en zegt erbij dat Frankrijk nu al onherkenbaar veranderd is.
Ze knikken instemmend als er slides worden getoond die migranten linken aan criminaliteit. Dat gaat er goed in bij het publiek. Giuseppe Molfini, een advocaat uit Napels die Fratelli d’Italia stemt, zegt dat „Italië het druk genoeg heeft met zijn eigen criminelen.”