Home

Natascha van Weezel over de erfelijkheid van oorlog: ‘De angst in de ogen van mijn grootmoeder heeft veel effect op mij gehad’

Oorlog is erfelijk In het programma ‘Oorlog is erfelijk’ gaat Natascha van Weezel in gesprek met mensen die oorlog van dichtbij hebben meegemaakt. Vanaf dinsdagavond wordt de interviewreeks in de aanloop naar 4 en 5 mei uitgezonden.

Natascha van Weezel

‘Met het programma bouwen we eigenlijk aan een bibliotheek vol verhalen”, zegt journalist Natascha van Weezel. Ze staat thuis voor haar boekenkast, met stapels boeken ernaast die er niet meer bij passen. „Er zitten veel boeken over de Holocaust tussen, maar ik geef die dus niet aan mijn zoontje van drie.” Het nieuwe seizoen van haar televisieprogramma Oorlog is erfelijk wordt in aanloop naar 4 en 5 mei uitgezonden op de NPO.

In Oorlog is erfelijk gaat Natascha van Weezel (1986) in gesprek met zeven mensen die oorlogen hebben meegemaakt. Ze spreekt onder anderen met Gerrit Jan Wolffensperger en Abu Hamdan. Wolffensperger groeide op met een bekende vader, of eigenlijk zonder bekende vader: verzetsman Gerrit van der Veen. Hamdan maakte gruwelijke dingen mee toen hij als kind werd gedwongen om te vechten en schreef er een boek over, Ooit was ik kindsoldaat. In de interviews onderzoekt Van Weezel hoe oorlog doorwerkt op volgende generaties. Het is de vijfde keer dat ze het programma maakt voor War Child, inmiddels in samenwerking met BNN-VARA. De ngo wil aandacht vragen voor het feit dat 520 miljoen kinderen in oorlog leven.

Oorlog is voor Van Weezel een bekend thema. Haar fascinatie (het woord obsessie vermijdt ze liever) komt door haar familie. Ze groeide op in een joodse familie, waarvan een groot gedeelte tijdens de Holocaust is vermoord. „De angst in de ogen van mijn grootmoeder heeft zo veel effect op mij gehad.”

Was oorlog erfelijk in jouw familie?

„Een van mijn oma’s praatte altijd over de oorlog. Ik voelde een groot verdriet bij haar dat niemand goed kon maken. Toch dacht ik dat ik dat wel zou kunnen als kleinkind. Daardoor was ik zelf ook heel veel met de oorlog bezig. Op een gegeven moment liep ik tegen een grens aan en ben ik in therapie gegaan. Toen zei die therapeut ‘misschien ben je zelf ook wel beïnvloed door die oorlog?’. Ik was negentien, dus ik dacht ‘doe normaal, ik heb toch niets meegemaakt?’”

En hoe denk je daar nu over?

„Mijn ouders hebben mij naar beste kunnen opgevoed, alleen denk ik dat het niet anders kan dan dat ze iets hebben doorgegeven. Mijn grootouders zijn heel dapper geweest en hebben iets van hun leven weten te maken. Maar wel met pijn en verdriet. Mijn ouders groeiden op in joodse gezinnen waarvan driekwart van de families was vermoord. Ik heb lang gedacht dat ik de enige was in mijn generatie die daar nog last van had.”

Inmiddels is er meer aandacht voor intergenerationeel trauma. Wordt er ook makkelijker over gepraat?

„We zijn als maatschappij veel bewuster geworden van hoe trauma’s doorwerken in latere generaties. Dan gaat het niet alleen over oorlog, maar ook over het slavernijverleden bijvoorbeeld.” 

Zes van de zeven verhalen in de interviewreeks gaan over de Tweede Wereldoorlog. Is het programma bedoeld om vooral die verhalen te vertellen?

„We zoeken ieder jaar naar een goede balans van verhalen. Maar je merkt dat veel Nederlanders die eraan toe zijn om hun verhaal te vertellen toch een link hebben met de Tweede Wereldoorlog, in de breedste zin van het woord: de Holocaust, het verzet, Indië. Dat is niet zo gek, deze oorlog vond tachtig jaar geleden plaats waardoor er meer afstand bestaat dan bij meer recente oorlogen,  en er dus ook meer ruimte is ontstaan om er op televisie op deze manier over te praten.”

Natascha van Weezel

Je maakt het programma voor War Child, bepalen zij de inhoud?

„Er worden altijd wel een paar vragen gesteld over War Child, maar in principe is het heel vrij. Regisseur Deborah van Dam en ik gaan samen met een kernteam kijken welke verhalen wij schrijnend vinden, of juist heel hoopvol. Die hoop zit in de veerkracht die de geïnterviewden laten zien.”

In de aankondiging staat dat War Child aandacht wil vragen voor de 520 miljoen kinderen die nu in oorlog leven. Toch komen die kinderen in het programma eigenlijk niet aan bod. Is dat te politiek?

„Deze serie gaat over het effect dat oorlog op je heeft en niet iedereen is er klaar voor om te reflecteren op hun ervaringen. We moeten de actualiteit en politiek nooit schuwen. Dat is laf, dan moet je een ander beroep kiezen. Toch ligt er altijd de vraag, wanneer is iets te politiek en gaat het weg van het persoonlijke? Ik vermoed dat als we deze serie blijven maken dat we de komende jaren heel veel verhalen gaan horen uit Libanon of Gaza. Dat is het verdrietige, er komen alleen maar nieuwe oorlogen bij.”

Geloof je dat de NPO-kijkers de link met nu in oorlog levende kinderen zelf kunnen leggen?

„Dat denk ik wel, het gaat ook niet uitsluitend over de Tweede Wereldoorlog. De erfelijkheid van oorlog is heel universeel. Gevoelens van angst, altijd waakzaam zijn, je ontheemd voelen. We moeten afwegen tussen iets actueel maken of de gesprekken te laten zijn wat ze zijn. We zeggen niet letterlijk: ‘Wat deze mensen hebben meegemaakt, dat gaan de kinderen van nu ook meemaken.’ Maar daar kun je je als kijker wel iets bij voorstellen.”

Angst, van zichzelf of van hun ouders, lijkt de gemene deler tussen de geïnterviewden. Is het überhaupt mogelijk om angst níét door te geven aan je kinderen?

„Ik denk dat elke generatie hoopt dat het lukt om het niet door te geven. Ik doe in ieder geval heel erg mijn best. Het gaat in het geval van mijn kinderen ook over de vierde generatie, het zwakt af. Zij zullen nooit de angst in de ogen van mijn grootouders zien. Maar natuurlijk voelen kinderen dingen die je niet uitspreekt. Ik vind deze tijd ook ingewikkeld, dat zullen zij vast ook voelen.”

Is deze tijd ingewikkelder dan andere tijden?

„De haat tegen minderheden, de haat tegen vrouwen, groepen die tegen elkaar worden uitgespeeld. Persoonlijk maak ik veel antisemitisme mee. Het lijkt wel alsof 7 oktober en de daaropvolgende genocide een vrijbrief zijn geweest om antisemitisme gewoon maar te uiten. Kritiek op Israël is overigens geen antisemitisme, ook al proberen sommige politici dat zo te spinnen, dat vind ik echt verschrikkelijk. Zo worden groepen tegen elkaar opgezet. Maar antisemitisme bestaat wel.”

De afgelopen jaren heb je je ingezet tegen polarisatie. Bijvoorbeeld met het boek Hoe houd je je hart zacht? Is dit programma onderdeel van die missie?

„‘Dat is een jood’, ‘dat is een moslim’ of ‘dat is een vluchteling’. Mijn opa zei altijd ‘groepen bestaan niet, alleen individuen’.” Die individuen kunnen een groep vormen, maar je blijft altijd je eigen persoon. Ik geloof dat met elkaar praten en naar elkaar luisteren helpt om empathie te krijgen.”

Antisemitisme, racisme, moslimhaat, anti-lhbti-geweld, het neemt allemaal toe. Tel daarbij de mensen op die gevlucht zijn voor oorlog en onderdrukking en je hebt best een grote groep in Nederland voor wie vrijheid niet vanzelfsprekend is. Wie vormen toch de groep die zich daar niet bewust van is?

„Een deel van stemmend Nederland. Als je ziet hoe mensen over migratie praten. ‘Gelukszoekers’ of ‘ze verkrachten onze kinderen’. Die mensen over wie dat wordt gezegd, zijn mensen die vluchten voor oorlog. Die zouden in onze serie kunnen zitten! De mensen die demonstreren tegen AZC’s hebben daar nul empathie voor. Daarnaast is er ook een groep die zich schuldig maakt aan antisemitisme, moslimhaat en andere vormen van discriminatie. Daar maak ik me wel echt zorgen over.”

Is dat waarom empathie zo belangrijk is?

„Ik ben liever alert dan te laat. Zonder empathie wordt het makkelijk om groepen te demoniseren. Als we verleren om empathisch te zijn en groepen mensen als vijand zien, dan wordt de democratie van binnenuit uitgehold. Met alle gevolgen van dien. Ik geloof in dialoog en in ontmoeting, al is dat misschien een heel zachte manier.”

Wanneer het over oorlog gaat wordt vaak het belang benadrukt om de verhalen te blijven vertellen, zoals in je gesprekken. Hoe zorg je ervoor dat je met die verhalen de angst niet doorgeeft?

„Ik denk dat het heel goed is, voor jezelf en de maatschappij, om verhalen door te geven. Kinderen moeten er de juiste leeftijd voor hebben. Mijn uitdaging als moeder van twee kleine kinderen is om de verhalen door te geven en niet de angst.”

Tweede Wereldoorlog

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next