Home

Ik ga naar de Autobahn: het gaspedaal intrappen en me gevaarlijk jong voelen

Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.

Als u dit leest, bevinden we ons ergens op de Autobahn. Duitsland is het ideale land om tochtjes te maken. Op welke plek je ook staat of gaat, overal is wel iets gebeurd en grijnst de geschiedenis je tegemoet. Ook ligt Duitsland onbegrijpelijk dichtbij, je bent er zo. Mocht alles volgens plan verlopen, dan rijden we van Keulen richting Bonn over de A555 – de allereerste Autobahn, in 1932 geopend door Konrad Adenauer. Hij was toen burgemeester van Keulen en zou na de oorlog bondskanselier worden. Mijn vader heeft Der Alte, zoals hij werd genoemd, nog geïnterviewd. Zo dichtbij is het allemaal.

Het eerste wat we in Duitsland gaan doen, is natuurlijk tanken. Daar is de benzine zo’n 30 cent per liter goedkoper en per 1 mei gaat er nog eens 17 cent van af! Anders dan Duitsland heeft ons land niet eenvoudig een generieke maatregel genomen, maar is er gekozen voor een typische Hollandse oplossing. Met het argument dat het eerlijker is en dat we ook moeten sparen voor tegenslagen in de toekomst, zijn alleen bepaalde groepen weggebruikers gevrijwaard voor al te hoge energieprijzen.

Economen zeggen dat het verstandig beleid is, maar ik heb daar zo mijn twijfels over. Al dat maatwerk leidt vast weer tot een hoop bureaucratie met allerlei onduidelijkheden en rechtszaken over de kleur van het kenteken en dat soort kwesties. Mij zou het niet verbazen als wij aan het eind niet goedkoper, maar duurder uit zijn en dat de tegenslagen dan nog moeten komen. Wanneer bovendien in de ons omringende landen de benzineprijzen aanzienlijk lager blijven, krijg je nog meer gemopper en ontevredenheid.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Na getankt te hebben, gaan we in Duitsland flink harder rijden dan in Nederland. Niet te lang, maar wel een stuk om de benepenheid van ons kikkerland af te schudden. Het gaspedaal intrappen en je gevaarlijk jong voelen. In de Volkskrant stond vorige week een reportage van correspondent Remco Andersen over de Duitse liefde voor de Autobahn, waar je op sommige trajecten net zo hard mag rijden als je wilt. Volgens motorrijder én snelheidsduivel Eddie Nitz, die met 190 km over de Autobahnen pleegt te scheuren, ‘is hard rijden goed voor mijn mentale gezondheid’. Eenmaal veilig thuis slaapt hij als een baby.

Ulf Poschardt, hoofdredacteur van Welt, meent zelfs dat de Autobahn ‘de enige plek is waar dit protestantse volk zichzelf een bijzonderheid toestaat’. In een land als Nederland, waar de ene helft een burn-out heeft en de andere helft vindt dat wij daar heel begrijpend over moeten doen, wordt het idee om het scheuren over de Autobahn als een uitlaatklep te beschouwen met een tik op het voorhoofd bejegend. Maar ik gun die Duitsers hun sublimerend gejakker wel.

Misschien waren al die verschrikkelijke dingen niet gebeurd als de eerste personenauto’s op de Autobahnen geen Kevertjes waren geweest, maar Porsches en Ferrari’s. Dat de popgroep Kraftwerk met de hit Autobahn heeft bijgedragen aan de mentale gezondheid van de Duitsers staat voor mij vast. Uiteraard is het klimaat niet gebaat bij hoge snelheden, maar ik vroeg mij af of Duitsland voor weggebruikers gevaarlijker is dan Nederland, waar we tot ergernis van vroom-vroom-partijen doorgaans met 100 km per uur over ’s Heeren wegen hobbelen. De uitkomst was nogal verrassend. In 2024/’25 vielen er in Duitsland 33 verkeersdoden per miljoen inwoners en in Nederland 31.

Daarmee behoren Duitsland en Nederland tot de veiligste landen van Europa, waar het gemiddelde op 45 doden per miljoen inwoners ligt. Daar komt nog bij dat de meeste ongelukken in Duitsland niet op de Autobahn plaatsvinden, maar op de provinciale wegen en in de bebouwde kom. Pikant detail, al heb ik dat van ChatGPT: opmerkelijk veel Nederlanders zijn betrokken bij zware ongelukken op de A516 tussen Arnhem en Oberhausen. Nederlanders zijn niet gewend hard te rijden, zoals er ook altijd bovengemiddeld veel Nederlanders bij het skiën een been breken.

Wanneer de schrijver Jeroen Brouwers niet kon slapen, ging hij altijd ’s nachts autorijden om tot rust te komen. Ik begrijp dat meer mensen dat doen, omdat het ’s nachts stiller is op de wegen en klassieke muziek in de cabine de rest doet. Je geeft je over aan iets zinloos, maar je hebt toch het gevoel dat je ergens naartoe op weg bent. Het leven van de mens in een notendop.

Bij Brühl laten wij de Rijn links liggen en nemen we de afslag 553 richting Ordensburg Vogelsang, gelegen in het nationaal park Eifel. De natuur is daar feeëriek en rustgevend mooi, maar het is ook een voormalig opleidingskamp van de SS – tegenwoordig een bezienswaardigheid. Ik zei het al: in Duitsland verveel je je nooit. Hitler heeft Vogelsang twee keer bezocht. Hij kwam daar in zijn open Mercedes W31.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Source: Volkskrant

Previous

Next