Hoewel het beeld vaak anders is geweest, kunnen we trots zijn hoe Nederlanders massaal voor vrijheid opkwamen in de Tweede Wereldoorlog. Dat kan een inspiratie zijn voor het heden, nu de rechtsstaat en democratie hier en elders onder grote druk staan.
Op 4 mei herdenken wij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en degenen die zich verzetten tegen de nazi’s. Daarbij bestaat vaak het beeld dat maar weinig Nederlanders in verzet zijn gekomen: de meeste Nederlanders keken weg en er was nauwelijks verzet tegen de Duitse bezetter.
De beeldvorming over de oorlog en wat verzet is, is sterk bepaald door historicus Loe de Jong in zijn monumentale reeks boeken met als titel Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (1969-1994).
Volgens De Jong wordt de kern van het verzet gevormd door het georganiseerd verzet, dat fulltime bezig is met verzet in georganiseerd verband. Een kleine groep, die zich volledig wijdt aan sabotage, overvallen, illegale verzetsbladen en vervalsingswerk. De Jong komt voor deze verzetsactiviteiten dan tot een aantal van zo’n 45 duizend illegale verzetsstrijders.
Over de auteur
Paul van Tongeren is voorzitter van Stichting Jacoba van Tongeren.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dat aantal van 45 duizend is een geheel eigen leven gaan leiden. Het beeld van een relatief kleine groep vooral gewapende mannelijke verzetsstrijders, lijkt zich stevig te hebben verankerd in ons collectieve geheugen. De Jong erkent dat eenlingen die individueel verzet plegen, zoals onderduikers en stakers, belangrijk werk doen, maar het valt niet onder zijn definitie. Natuurlijk is de ene verzetsactiviteit minder gevaarlijk dan de andere: een verzetskrant rondbrengen is iets anders dan lid zijn van een knokploeg.
Toch is het verzet veel massaler dan vaak wordt gedacht, zoals onderzoek van Mirjam Lange-Schoemaker en mij aantoont in ons boek Land in verzet. Hoe een miljoen mensen opstonden tegen de nazi’s, dat vorig jaar uitkwam. Wij kwamen tot die conclusie na onderzoek en gesprekken met gezaghebbende historici, onder wie drie oud-directeuren van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. We onderscheidden daarbij de volgende groepen:
Ook onderduikers pleegden verzet. Zij ondermijnden de plannen van de nazi’s; de bezetter jaagde actief op de 28 duizend ondergedoken Joden, op verzetsmensen, studenten en stakers. Er waren ongeveer 450 duizend onderduikers.
Er waren bij benadering 400 duizend onderduikgevers. Onderduikgevers liepen zelf grote risico’s door onderduikers te helpen, onder meer door de (altijd aanwezige) kans om verraden te worden. Daarbij liepen ze kans op gevangenisstraf in ‘Vught’.
Deze hulp werd gegeven door een echtpaar (dus twee personen) of ook vaak een familie, waarbij ook grootouders, broers of zusters meehielpen met de onderduik. We berekenden dit door analyse van honderden persoonsbeschrijvingen die voorkomen in de 6.000 persoonsbeschrijvingen uit het boek Rechtvaardigen onder de Volkeren. Nederlanders met een Yad Vashem oorkonde voor hulp aan joden.
Alleen al in februari 1941 verzetten 50 duizend stakers zich tegen de bezetter. Ongeveer een half miljoen mensen deden mee met de april-meistakingen in 1943, toen de bezetter alle voormalige Nederlandse militairen opriep voor tewerkstelling in Duitsland. De nazi’s onderdrukten de stakingen met groot geweld en terreur. Hierna groeide in het hele land de bereidheid om verzet te plegen.
Het georganiseerd verzet telde circa 100 duizend verzetsmensen, waaronder 30 duizend medewerkers van verzetskranten, en 17 duizend verzetsmensen van de Landelijke Organisatie van Hulp aan Onderduikers en de Landelijke Knokploegen.
Genoemde aantallen van onderduikers en onderduikgevers, stakers en mensen van het georganiseerd verzet zijn immense aantallen. Natuurlijk zitten hier ook dubbeltellingen bij, maar die incalculerend kunnen we toch concluderen dat meer dan een miljoen Nederlanders in verzet zijn gekomen.
Tijdens de bezetting telde de bevolking zo’n vijf miljoen mensen van tussen de 20 en 65 jaar oud. Een miljoen is dus maar liefst 20 procent van de werkende bevolking.
In 2022 zond de NTR de tv-serie Het Verhaal van Nederland uit. De aflevering over de Tweede Wereldoorlog zat vol historische onjuistheden. Zo zei presentator Daan Schuurmans ‘dat slechts een enkeling in actie durfde te komen’. Dit vormde voor ons een aanleiding om bovengenoemd boek te schrijven.
Dit voorjaar zendt de NTR een nieuwe reeks uit van Het Verhaal van Nederland, waaronder opnieuw de Tweede Wereldoorlog. De aflevering van woensdag 22 april ging over het georganiseerd verzet en de onmogelijke keuzes waar Nederlanders voor stonden. We zijn blij dat ons protest uit 2022 en ons boek hebben bijgedragen aan het neerzetten van een realistischer en genuanceerd beeld van het verzet, waarin duidelijk wordt dat de meeste Nederlanders het vanaf het begin niet eens waren met de bezetting, en dat het verzet al vroeg ontstond en steeds sterker werd. En dat niet (zoals vaak gedacht) 90 procent van de Nederlanders laf wegkeek, maar dat het verzet breed en massaal was, wat van groot belang is voor een bijstelling van de geschiedschrijving van bezetting en verzet.
De Tweede Wereldoorlog is een moreel kompas voor zeer velen. We kunnen trots zijn op het massaal opkomen voor vrijheid en het verzet tegen onderdrukking. Dat kan een inspiratie zijn voor het heden, nu de rechtsstaat en de democratie niet alleen in Nederland maar ook wereldwijd onder grote druk staan.
Dat is ook precies wat de herdenking van 4 mei beoogt. Als wij dankbaar willen zijn voor de mensen die voor onze vrijheid hebben gevochten en in verzet zijn gekomen, zijn dat er dus véél meer dan tot nu toe werd aangenomen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant