Home

Verpletterende Vollering, Van Aerts levenswerk en een (bijna) onaantastbare Pogacar: de hoogtepunten van dit wielervoorjaar

Met indrukwekkende zeges van Tadej Pogacar en Demi Vollering is het wielervoorjaar afgelopen zondag in Luik met een knal tot een einde gekomen. Wat viel dit seizoen op?

De ontknoping

Tadej Pogacar en Demi Vollering lieten er in Luik-Bastenaken-Luik geen twijfel over bestaan: zij zijn een klasse apart. Beiden demarreerden ze op La Redoute, op ruim 30 kilometer van de finish. De een met Paul Seixas in zijn wiel, de ander met achtervolgers die al snel haar tempo niet konden volgen. Pogacar (27) reed vanaf de Côte de la Roche-aux-Faucons, waar Seixas hem moest laten gaan, solo naar de meet. Vollering (29) begon al op La Redoute aan een tijdrit in haar eentje. Hij won Luik-Bastenaken-Luik voor de vierde keer, zij voor de derde keer.

De Grote Vier

Ze waren dit voorjaar hét onderwerp van gesprek: de Grote Vier. Oftewel Tadej Pogacar, Remco Evenepoel, Wout van Aert en Mathieu van der Poel. De ‘Galacticos’ op de fiets, volgens sommigen zo buitenaards dat ze ‘aliens’ worden genoemd. Met kop en schouders steken ze boven de rest uit, ze trappen wattages waar anderen van achteroverslaan. In de Ardense klassiekers liet Paul Seixas (19) bovendien zien dat er een Grote Vijf in wording is, door met overmacht de Waalse Pijl te winnen en in Luik-Bastenaken-Luik tweede te worden.

‘Ze zitten echt een trap boven de rest’, zei Addy Engels, ploegleider bij het Zwitserse Tudor voor de start van Luik-Bastenaken-Luik. ‘Niemand kan met ze concurreren.’ En dus maakte ook hij, net als zoveel andere ploegleiders, dit voorjaar eigen doelen voor zijn team. In Luik was dat bijvoorbeeld eindigen bij de top vijftien, bij gebrek aan kopmannen als Julian Alaphilippe (ziek) en Marc Hirschi (gebroken sleutelbeen).

Engels: ‘Het is niet zo dat we zonder motivatie aan de koers beginnen, dat ze beter zijn wil niet zeggen dat ze nooit te verslaan zijn. Maar je moet ook realistisch blijven. Er staan 175 renners aan de start. Als je alleen maar voldoening haalt uit winnen, dan is dit een lastige sport.’

Grote Een

Overigens zei Mathieu van der Poel al in de Ronde van Vlaanderen dat er wat hem betreft gewoon een Grote Een is: Pogacar. En daar heeft hij een punt. Kijk naar de uitslagen van dit voorseizoen. Pogacar staat in vier van de vijf klassiekers op het podium, één keer als tweede en drie keer als winnaar. En die ene klassieker waar hij niet bij de besten eindigde, de Amstel Gold Race? Daar deed hij niet mee.

Pogacar bevestigde aan de start van dit voorjaar al zijn onaantastbare status door Strade Bianche en Milaan-San Remo (La Primavera) te winnen. Zelfs na een valpartij in de finale op weg naar San Remo was hij de snelste, na een billenknijpende sprint tegen Tom Pidcock.

Eerder liet Pogacar al weten dat hij liever één keer de Primavera zou winnen dan ooit een zesde Tour de France-zege op zijn naam te schrijven. Nu heeft hij vier Tourzeges op zak, nooit won een renner meer dan vijf keer. En ook over zijn ambitie om alle vijf de wielermonumenten te winnen, maakte hij aan het begin van dit seizoen geen geheim.

Dat is hem uiteindelijk niet gelukt. In het enige monument dat nog ontbreekt op zijn erelijst, Parijs-Roubaix, werd hij in de sprint verslagen door Wout van Aert. Kniesoor die dat als een smet op zijn voorjaar ziet.

De kracht van Vos

Door de ziekte en het uiteindelijke overlijden van vader Henk, haar hele wielerleven bij elke wedstrijd aan haar zijde, ging er een streep door Milaan-San Remo, Dwars door Vlaanderen en de Ronde van Vlaanderen. Maar aan Parijs-Roubaix, een van de weinige koersen die niet op de erelijst van Marianne Vos staat, wilde ze wél deelnemen.

Omdat het in haar eigen woorden ‘heerlijk’ is om die klassieker te rijden, al voelen de kasseien als een ‘marteling’. De liefde voor Parijs-Roubaix, voor de fiets, gaf haar kracht. Ondanks die slechte voorbereiding en haar verdriet. Met haar Visma-Lease a Bike-ploeggenoot Pauline Ferrand-Prévot als superknecht redde ze het zelfs tot aan de sprint om de overwinning in de velodroom van Roubaix. Om het op het laatste nippertje af te leggen tegen de Duitse Franziska Koch.

De emoties vlogen na afloop alle kanten op, Vos voelde zich bijna schuldig dat ze het harde werk van haar ploeg niet had kunnen afmaken. Maar, klonk het ook: ‘Een tweede plek is des te meer reden om nog even door te gaan.’ En dat is de grote winst van dat verder nare voorjaar van Vos: ze blijft nog even fietsen, voor niets minder dan de winst.

Dromen die uitkomen (1)

Crazy. Sick. Anders kon Demi Vollering het na de finish van de Ronde van Vlaanderen niet noemen. Die nacht had ze in haar dromen de koers al honderd keer gereden. En ja, dromen komen af en toe uit, vertelde ze die zondagmiddag in Oudenaarde. ‘Als je er hard voor werkt en er ook echt in gelooft.’

Vollering was in deze Ronde van Vlaanderen de beste versie van zichzelf. Ze eindigde er eerder kort in de uitslagen, maar won nooit. Nu plaatste ze op de kasseien van de Oude Kwaremont haar beslissende demarrage en kwam ze na een achttien kilometer lange solo als eerste over de finish. Zonder om te kijken, stampend op de pedalen.

Het was de wisselwerking tussen Vollering en haar ploeg FDJ-Suez die het verschil maakte. Ze was in De Ronde de absolute kopvrouw, gesteund door een ijzersterk blok dat de koers domineerde.

De droom die uitkwam in Oudenaarde bleef maar duren. Vollering won nog de Waalse Pijl door in de sprint op de Muur van Hoei nipt Puck Pieterse voor te blijven en verpletterde de concurrentie in Luik-Bastenaken-Luik door op 30 kilometer voor de finish alleen weg te rijden op de beklimming van La Redoute. Niet voor niets zei ze na afloop in Luik dat ze even tijd nodig had om te reflecteren op haar voorjaar. ‘Deze winst maakt het nóg specialer.’

Wel de benen, niet de hoofdprijzen

Een achtste plek in Milaan-San Remo, een tweede in de Ronde van Vlaanderen, en een vierde in Parijs-Roubaix. Mathieu van der Poel (31) stond, als het gaat om de grote klassiekers, met lege handen aan het einde van zijn voorjaar. En dat was even wennen voor de man die zowel voor de vierde keer de Ronde van Vlaanderen als Parijs-Roubaix had kunnen winnen.

Van der Poel zorgde dan wel weer voor een heerlijk koersverloop in de wedstrijden waar hij aan de start stond. In zijn debuut in Omloop Het Nieuwsblad, de officieuze opening van het voorjaar, won hij na een indrukwekkende solo van 16 kilometer. Daarnaast schreef hij overtuigend de E3 Saxo Classic op zijn naam na een liefst 45 kilometer durende tocht in zijn eentje. Om nog maar te zwijgen van zijn vlucht van 30 kilometer samen met Wout van Aert in de finale van In Flanders Fields, die in schoonheid strandde in de laatste kilometer.

Maar in de Ronde van Vlaanderen liet Tadej Pogacar hem tijdens de laatste beklimming van de Oude Kwaremont in ademnood achter tijdens hun gezamenlijke vlucht. De kritiek die hij achteraf kreeg, dat hij te lang met Pogacar meereed in de ontsnapping, vond hij onzin. Niet meerijden zou volgens hem ‘anti-racing’ zijn.

En in Parijs-Roubaix reed hij twee keer lek op de kasseienstrook van het Bos van Wallers. De beelden van een door het gras wandelende Van der Poel, op zoek naar een fiets, deden onwerkelijk aan. Net als die uitslagen van zijn voorjaar. Met het stof van de kasseien nog op zijn gezicht keek hij in het velodroom van Roubaix op geheel eigen wijze terug op de maand april. ‘Ik had hier natuurlijk graag in schoonheid afgesloten, maar ja. Jammer.’

Een dag later stond hij alweer om acht uur ’s ochtends op de golfbaan, liet hij op zijn Instagramaccount weten. Met de tekst: ‘De beste manier om het hoofd leeg te maken.’

Dromen die uitkomen (2)

Ook Wout van Aert (31) zag zijn droom uitkomen dit voorjaar: hij won ein-de-lijk Parijs-Roubaix, de kasseienklassieker waarin hij zo vaak pech en tegenslag kende. En waarin hij in 2018 hoorde dat zijn toenmalige ploeggenoot Michael Goolaerts was overleden na een hartstilstand in dezelfde koers. Om ooit daar te kunnen winnen, dat was naar eigen zeggen zijn ‘levenswerk’.

Dat deed hij door wereldkampioen Pogacar in een direct duel te verslaan op het velodroom van Roubaix. Het gaf zijn overwinning zo mogelijk meer glans. Van Aert liet na afloop optekenen dat hij het maar moeilijk kon geloven. ‘Je werkt jaren voor een moment als dit. Dat het ineens mijn kant op valt, is waanzinnig.’

Niet voor niets noemde Visma-Lease a Bike-ploegleider Frans Maassen bij de afsluiting van het voorjaar de winst van Van Aert in Roubaix ‘bijna mooier dan een Tourzege’. Maassen: ‘Natuurlijk is een Tourzege het allerhoogste voor ons, maar dit komt in de buurt. Voor Wout én voor ons. We hebben als ploeg heel lang moeten wachten op het winnen van deze klassieker. Dit maakt zijn carrière gewoon af. Zelfs winst in de Ronde van Vlaanderen is vanaf nu bonus.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next