Home

Recensies zijn de brandstof van ons culturele gesprek

Hij wilde er liever niet aan herinnerd worden, dus begon ik er over telkens als ik hem tegenkwam. Een goed geheugen is een geschikt martelwerktuig. Het was tenslotte een nogal woest sentimentele recensie van hem geweest, zo een waar je als recensent jaren later met gêne aan terugdenkt. Hoe kon ik me zo aanstellen? Dacht ik echt dat de lezers met me mee zouden huilen?

Het loog er dan ook niet om, wat Jan Donkers in 1970 in het alternatieve blad Aloha schreef over After the Goldrush, de nieuwe elpee (boomer voor ‘album’) van Neil Young. De paginalange bespreking begon zo: „De Grote uit het raam staar-periode is weer begonnen. Het is al dagenlang zelfmoordweer, de auto’s rijden op nat asfalt voorbij en de regen gutst ook in het toch al woelige, door windhozen beroerde water van de gracht daarlangs.” En: „de halfjaarlijkse depressie is goed en grondig aan het invreten, ditmaal door talrijker sores dan gebruikelijk versterkt.” Ook: „Álle oude vragen komen weer op, nieuwe problemen voegen zich erbij, maar oplossingen zijn niet te vinden.”

Kortom, schreef hij, de nieuwe elpee van Neil Young kwam „precies op tijd”. Die laatste zin, over nieuwe problemen die zich aandienen en oplossingen die maar uitblijven, had trouwens een strofe kunnen zijn uit een nummer van de Canadese zanger, om zijn ijle zang en gruizige gitaargeluid later wel de godfather of grunge genoemd.

Dat journalist Jan Donkers (1943-2026) zich later schaamde voor de zwartgallige ontboezemingen in die recensie – ze stonden ook wat haaks op het zonnige karakter van de besproken plaat – snap je wel, maar bij herlezing is het ook een ontroerend stuk. Muziek was niet zomaar iets, het was een zaak van levensbelang. Donkers’ niet-ijdele openhartigheid onderstreepte dat recenseren in die pionierstijd van de popmuziek meer was dan een journalistieke functie. Het was ook een politiek-persoonlijk genre, een instrument voor sociale en individuele emancipatie.

Dat kon leiden tot uitwassen zoals opzichtig beste-vriendjes-gedrag met popmuzikanten, toen nog niet verscholen achter dranghekken en een cordon mannen met oortjes (Muziekkrant Oor-recensent Constant Meijers voorzag dezelfde Neil Young bij een concert van flessen tequila). Soms was het uitsloverij van het type ‘Blondie gaat naast me op bed zitten en zegt: wat zie je er goed uit!’

Maar in de handen van hartstochtelijke vakmensen als Donkers, die niet probeerde zelf óók een bestie van sterren te worden, gaven recensies lezers iets om over te denken, niet alleen over de kwaliteit van de besproken muziek maar ook over de betekenis en historie ervan. Er stond iets op het spel, meer dan vrijblijvende arbeidsvitaminen of het gezapig-hedonistische ‘soundtrack bij mijn leven’.

De beste popjournalistiek kan dat nog steeds – al staat het genre van de recensie jammerlijk genoeg in kranten en tijdschriften alom onder druk, niet alleen over muziek maar ook over boeken (NRC heeft in elk geval nog een boekenkatern dat grotendeels bestaat uit recensies). Ook die afkalving van recensies kun je opvatten als een teken van emancipatie, onder het platte motto ‘wie ben jij om me te vertellen wat ik van een [album, boek, concert] moet vinden?’

Dat pseudo-egalitaire (maar in feite populistische) argument is een misvatting. Ja, er zijn recensies waarin de bespreker het houdt bij zijn eigen mening: leuk, niet leuk, goed geschreven, niet goed geschreven. Maar een goeie recensie doet méér dan consumenten voorlichten: die plaatst muziek, boek of voorstellig in een culturele, historische en soms sociale context – en gaat ermee in gesprek.

Op hun best zijn recensies zo de brandstof van onze culturele en intellectuele conversatie. Geen kwestie van dumbing down met duimpjes omhoog of omlaag, maar van Bildung – zelfs met popmuziek die je zielig-ontroerd doet uitroepen „ik heb nu tenminste een vriend”, zoals Donkers schreef over After the Goldrush (hij revancheerde zich twee jaar later met een kritische noot over Youngs „hernia-sound” en „tastende, bejaarde gezoek” op de gitaar op Harvest).

Over verplatting gesproken: dat is ook het probleem van de ballen of sterren bij een bespreking. Die voeden het gesprek niet, maar slaan het dood. Jan Donkers kon heel goed zónder.

 

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next