Muziek Het Snaar Festival bood muzikale voordrachten van wetenschappers Brankele Frank en Erik Scherder. Violist en oprichter Merel Vercammen speelde nieuwe werken van Patricia Kopatchinskaja en Mathilde Wantenaar.
Het Cello Octet Amsterdam en violist Merel Vercammen spelen het openingsconcert van het Snaar Festival in Utrecht.
Snaar Festival
Premières van Wantenaar & Kopatchinskaja.
Gezien: 25/4 Tivoli Vredenburg Utrecht.
Inl. snaarfestival.nl
De derde editie van het Snaar Festival was voor het eerst helemaal uitverkocht, zei violist en artistiek leider Merel Vercammen bij de opening. Gek is dat niet want Snaar heeft een fijne formule om muziek en wetenschap op een aantrekkelijke en toegankelijke manier te combineren. Er waren uiteraard concerten, zoals de première van Het lied van Koios, nieuw muziektheater van Mathilde Wantenaar, maar ook muzikaal omlijste voordrachten van wetenschappers als Brankele Frank en Erik Scherder.
In het compacte openingsconcert stonden leven en werk van de ‘vrijdenker’ Erasmus centraal. Hoe doe je dat eigenlijk, vrijdenken? vroeg historicus Eveline van Rijswijk zich af. Haar prikkelende reeks mini-referaten werd afgewisseld met muziek door het Cello Octet Amsterdam en Merel Vercammen. Korte stukken van Obrecht – de enige componist die de amuzikale Erasmus waardeerde – klonken nog wat voorzichtig.
Van voorzichtigheid was gelukkig geen sprake in het nieuwe werk van sterviolist en componist Patricia Kopatchinskaja, die niet speelde maar wel aanwezig was. In Merel hield ze een pleidooi voor vrijdenken, duidde Van Rijswijk: „vrij als de vogels en niet vogelvrij”.
Merel begon met onderzoekende tikjes op de snaren. Solist Vercammen zocht tsjilpend en krassend de interactie met de cellisten, in een klassieke de-natuur-ontwaakt-scène met eigentijdse klanken. De vogelscène ontwikkelde zich tot een gelaagd klankbeeld, met boventonenglissando’s en vlammende lyriek tegen zwoele klankvelden van de celli, alvorens terug te keren tot gekwinkeleer.
Het was boeiend en onderhoudend, maar de eigenzinnige klankwereld ten spijt toch ook een beetje voorspelbaar. Gek genoeg was het wat je verwachtte van de onbevreesde avonturier Kopatchinskaja, en dan verwacht je dus stiekem méér. Interessant was het zeker om Vercammen muziek te zien vertolken die zo karakteristiek Kopatchinskaja-achtig was: niet met Kopatchinskaja’s speelse doch heilige ernst, maar met een ironisch lachje.
In dit festival is de wetenschap geen oppervlakkig thematisch haakje, maar daadwerkelijk onderdeel van de programmering, zij het in populaire vorm. Op het festivalplein tussen de bovenzalen van Tivoli Vredenburg kon je zelf aan knoppen draaien om laser-visuals te maken door middel van geluidstrillingen. In het geestige onderdeel ‘Zing jij beter dan een papegaai?’ vertelde bioloog Michelle Spierings over haar onderzoek naar de muzikaliteit van papegaaien, waarna kunstfluiter Geert Chatrou Mozarts aria van de Koningin van de Nacht ten gehore bracht (bizar) en zangeres Sterre Konijn een workshop grunten gaf.
Neurobioloog Brankele Frank vertelde hoe we beter met prikkels kunnen omgaan (scherpere aandachtskeuzes maken, meer lummelen) en de rol daarbij van muziek, terwijl haar moeder, pianist Marjès Benoist, stukken van Chopin, Ravel en Joey Roukens speelde.
Vijf jaar geleden componeerde Mathilde Wantenaar Het lied van Koios op basis van brieven die kinderen aan Albert Einstein hadden geschreven. Voor het sluitstuk van het festival breidde ze dat werk uit met delen over Darwin en Madame Curie, voor het Nederlands Kamerkoor en een klein ensemble van strijkers en percussie, geleid door Florian Helgath, aankomend chef-dirigent van het Groot Omroepkoor.
De rode draad in het drieluik was de pervertering van wetenschappelijke ontdekkingen tot iets zeer schadelijks – denk aan de atoombom. Zo maakte Darwins evolutietheorie de weg vrij voor eugenetica, terwijl hijzelf heel dierbaar schreef over zijn jongste zoon, die leed aan het syndroom van Down.
Dode kinderen vormden een terugkerend motief in het drieluik, waarvan de panelen zeer verschillend waren. Een documentaire benadering met veel tekst maakte het openingsdeel over Darwin aanvankelijk wat taai. Wantenaar illustreerde de sluipende griezeligheid van wetenschappelijke megalomanie met een wrang marsje of een kronkelende chromatische baslijn. Het schrille contrast met de tedere muziek van Darwins innerlijke monoloog miste zijn uitwerking ten slotte niet.
Bij Madame Curie waren de ‘Radium Girls’ aan het woord, die in de fabriek lichtgevende horloges maakten met het door Curie ontdekte nieuwe element, zonder te weten dat ze zichzelf daarbij vergiftigden. De vrolijke vingerknipswing met close-harmony-koortjes verkreeg gaandeweg een weemoedige ondertoon. Die ondertoon trad op de voorgrond in het prachtige deel over Einstein: grote zoemende zangakkoorden, subtiel ondersteund door de strijkers en gestreken vibrafoontonen van Ramon Lormans.