Home

Over relatiehypochondrie

Afgelopen week ging ik met enkele vrienden wat vitamine D tanken aan de kade en terwijl wij probeerden te ontspannen klonk er naast ons aanhoudend geritsel, geschuif en getik, want vriend K. zat de hele tijd op zijn telefoon. Oppakken, openen, scrollen, zuchten, wegstoppen en enkele ogenblikken later opnieuw tevoorschijn halen.

„Alles okay?” vroegen we, maar die vraag was overbodig, we wisten dat alles niet okay was. Anderhalf jaar geleden biechtte K’s vriendin op dat er een ander was. Wat volgde waren drama, relatietherapie en hereniging. Tegenwoordig kunnen ze weer lachen en nemen ze op feestjes hun kinderen als vanouds in de maling, maar er is een onbevangenheid verdwenen.

„Leg die telefoon nou eens weg”, zei A. op een gegeven moment tegen K.

„Ik heb haar al een uur geleden geappt”, mompelde K. Zoals bij wel meer bedrogen mensen is zijn mobiel veranderd in een martelwerktuig. Als de geliefde niet snel genoeg reageert of terugbelt, daveren de doemscenario’s al als op hol geslagen bizons door het hoofd.

Mijn vorige relatie leidde tot iets vergelijkbaars. Toen ik zijn bedrog ontdekte – het was inmiddels al uit – vielen er veel puzzelstukjes op zijn plaats: waarom hij de hele tijd op zijn telefoon zat, zich met het ding in de slaapkamer terugtrok, het apparaat haastig afschermde als er een berichtje binnenkwam. En soms uren niet reageerde als ik hem had gebeld. Dat soort ervaringen neem je, of je het nou wil of niet, mee. En voor je het weet heb je dan een soort relatiehypochondrie, dat wil zeggen dat je bij het minste of geringste denkt dat het mis is en je je uit de voeten moet maken.

„Ah, dwanggedachten na bedrog”, zuchtte mijn psychologe, „Je bent de enige niet. Zovelen zitten thuis angstig op de bank wanneer hun partner op pad is.”

K. keek me bedrukt aan toen ik dit vertelde.

„Denk je niet dat ik het zelf vreselijk vind?” viel hij uit, „Ik doe mijn best om die hele toestand uit mijn systeem te krijgen, therapie, EMDR, mediteren, maar het zit zo diep dat ik er soms wanhopig van word!”

Ik dacht aan wat ik weleens wil zeggen wanneer ik mensen luchtig hoor doen over vreemdgaan, of wanneer de dooddoener voorbijkomt dat de mens van nature polygaam is en dat een foutje daarom moet kunnen. Ze gaan voorbij aan de schade die erdoor ontstaat.

En aan hoe duurzaam die is.

„Ik wil weer meer zijn dan wat me overkwam”, zei K. zacht.

Psychologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next