Striptekenaar Dick Matena, die zondag op 83-jarige leeftijd overleed in zijn woonplaats Amsterdam, werd meerdere malen bekroond voor zijn werk. Hij tekende onder meer strips voor het weekblad Pep en maakte stripversies van romans als De Avonden van Gerard Reve.
Meewarig, doorgroefd en sceptisch: zo kijkt de tekenaar je aan op de cover van 100 pagina’s Dick - vijftig jaar stripvakmanschap. Dit boek verscheen in 2014, in hetzelfde jaar dat Dick Matena in Museum Meermanno werd bekroond tot ‘Levend erfgoeddrager’. Hier werd een jaar later bovendien een grote tentoonstelling georganiseerd om te vieren dat de Hagenaar ruim een halve eeuw werkzaam was als stripmaker, in de meest uiteenlopende genres.
Matena werd in 1943 geboren in Den Haag als zoon van een zesdaagsewielrenner, maar hij heeft niet lang in de hofstad gewoond. Hij kwam op 17-jarige leeftijd bij de Toonder Studio’s in Amsterdam en tekende mee aan uitgaven als Tom Poes en Panda. In 1968 verhuisde hij naar het stripblad Pep van De Geïllustreerde Pers, waar men de buitenlandse verhalen wilde aanvullen met producties van eigen bodem.
Matena droeg bij met De Argonautjes, een parodie op de Griekse mythen die aanvankelijk werd geschreven door Lo Hartog van Banda, als Nederlandse variant van de historische humor à la Asterix en Obelix. Matena schreef in 1973 zelf het tiende verhaal, Het Zwaard van Damocles. Ook de Vikingenstrip Grote Pyr werd door hem getekend en geschreven, en Matena ontwikkelde zich in de jaren zeventig tot een volwaardig scenarist voor populaire reeksen als De Macaroni’s (met de Italiaanse tekenaar Dino Attanasio) en Blook (John Bakker). In 1976 volgde Matena zijn collega Martin Lodewijk op als schrijver van de SF-reeks Storm, oogstrelend geschilderd door de Brit Don Lawrence, en twintig jaar later zou hij onder het pseudoniem John Kelly naar deze klassieker terugkeren als tekenaar.
Inmiddels was Matena’s tekenstijl meegegroeid met de stripkunst als zodanig, die tijdens de underground-beweging volwassen was geworden, ook qua thematiek. Hij was de eerste Nederlandse tekenaar die werk mocht maken voor het Amerikaanse blad Heavy Metal en de Franse voorloper Métal Hurlant. Hij verhuisde naar de Catalaanse stad Sitges en tekende er strips voor onder andere El Víbora, dat in de jaren tachtig toonaangevend was. De verhalen in dit blad waren behoorlijk gepeperd, maar daar draaide Matena zijn hand niet voor om, want hij werkte ook mee aan de reeks Rooie Oortjes van Uitgeverij Boemerang en tekende daarvoor het pikante sprookje Sneeuwwitje en de 7 dwergen.
Zijn focus verschoof echter steeds meer naar Kunst en Literatuur, met hoofdletters. In de bundel Mythen richtte Matena zich al op beroemdheden als Alfred Hitchcock, Marilyn Monroe en Elvis Presley. Begin jaren negentig breidde hij dat repertoire uit met albums waarin hij historische personages fictieve avonturen laat beleven: Gauguin en van Gogh, Mozart en Casanova, en Sartre en Hemingway. Die belangstelling voerde hem geleidelijk naar een nieuwe fase in zijn oeuvre. Eerst maakte de immer productieve Matena voor het vrolijke weekblad Donald Duck diverse stripbewerkingen van klassieke Nederlandse kinderboeken, zoals Chris van Abkoudes Kruimeltje (1988) en Nienke van Hichtums Afke’s Tiental (1994).
Aan het begin van de nieuwe eeuw baarde Matena opzien met zijn magnum opus De Avonden, naar de roman van Gerard Reve, waarbij hij het radicale besluit nam om de originele tekst integraal in zijn beeldverhaal te verwerken. Om de naoorlogse bedomptheid erin te krijgen, penseelde hij alle tekeningen in een bruinachtig grijs. De bewerking werd door Het Parool als feuilleton voorgepubliceerd en in vier gebonden delen door uitgeverij De Bezige Bij in 2003 en 2004 uitgebracht.
Matena had toen de smaak te pakken en stortte zich op verstrippingen van onder meer Kort Amerikaans van Jan Wolkers (met de krullenkop van de auteur als leitmotiv) en Kees de jongen van Theo Thijssen. Ook van de cabaretvoorstelling De Komiek van Freek de Jonge verscheen een stripversie, met klare lijnen en strakke arceringen. Daarmee zette de tekenaar de toon voor een steeds kalere stijl, tot hij uitkwam bij de wel erg schematische platen in het boek S. Carmiggelt: Kronkels in beeld gebracht door Dick Matena.
Behalve veel talent had Matena ook veel temperament. Als iets hem niet beviel kon hij venijnig uit de hoek komen. Hans Polak maakte in 2014 de documentaire Dick is boos, waarin de stripmaker zich beklaagt over de matige waardering voor zijn kunstvorm en vertelt over zijn leven na zijn alcoholisme, waarin ook koffie en sigaretten overvloedig werden geconsumeerd. Twee jaar daarvoor kreeg Matena een zwaar hartinfarct en werd hij op het nippertje gered door zijn vrouw (en kinderboekenschrijfster) Nelleke de Boorder. Tegen tijdschrift HP/De Tijd zei hij achteraf: ‘Na een hartinfarct, hartstilstand en hartoperatie is mijn gemoedstoestand: chronisch onrustig en bij vlagen wanhopig. De mentale nasleep is heviger dan de fysieke.’
Matena is meerdere malen bekroond, onder meer met de Stripschapprijs in 1986 en de Bronzen Adhemar uit Vlaanderen in 2003. Voor het stripblad Eppo schreef de éminence grise tientallen columns over zijn belevenissen in de Nederlandse stripwereld, die in 2023, voor zijn 80ste verjaardag, gebundeld werden in het boek Nu ik er nog ben.
Na zijn Spaanse tijd woonde Dick Matena jarenlang in Turnhout en andere Vlaamse gemeenten, tot hij naar Nederland terugkeerde en een fijne plek vond in de Spaarndammerbuurt in Amsterdam. Daar fietste hij aan het eind van de middag, als het werk gedaan was, steevast naar literair café De Zwart in de Spuistraat, waar hij lang zijn eigen tafeltje had. Dat tafeltje zal voortaan leeg blijven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant