Home

Slimme beeldregie bracht Rob Jetten aan de macht. Nu ervaart hij de keerzijde

nieuwsbriefNone

Machtige Tijden In D66 zien ze ontsteld dat de VVD elke kans aangrijpt om Rob Jetten te beschadigen. Zijn minderheidskabinet oogt zwak, de interne D66-kritiek op zijn formatiekeuzes zwelt aan: te veel beeldregie, te weinig resultaat. Het besef groeit dat hem een eenzame strijd wacht: uiteindelijk staat de premier er alleen voor.

Niet lang nadat de senaat dinsdag de asielwetten van het kabinet-Jetten wegstemde, voerde de Tweede Kamer een debat over oplevend antisemitisme. De eerste spreker was Maikel Boon (PVV). Hij haalde vorig jaar het nieuws omdat hij op sociale media criminaliserende AI-beelden van lijsttrekker Frans Timmermans (GL-PvdA) verspreidde. Geert Wilders sprak zijn afkeuring uit maar liet kort erna weten dat Boon gewoon Kamerlid kon blijven.

Boon begon met gebruikelijke PVV-kritiek op de islam, waarna het Joodse Kamerlid Laura Bromet (PRO) hem onderbrak: „Ik heb één vraag. Wie heeft volgens de heer Boon mijn familie vermoord, de familie Bromet?” De PVV’er sprak van „een prikzwarte bladzijde” in de geschiedenis en zei: „Maar laten we niet nieuwe bladzijdes toevoegen met islamitisch antisemitisme.”

Bromet: „Wat u doet, en wat uw partij hier altijd doet – alles in de schoenen van één specifieke bevolkingsgroep schuiven – is precies hetzelfde als wat er voor de oorlog gebeurde met de Joden.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Machtige Tijden

Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet

Het werd een inzichtelijk debat. Tegen Bromet zei Boon dat hij alle vormen van antisemitisme bestrijdt, ook „van rechts”, maar later hield hij een vurig pleidooi voor „de-islamisering”, anders „verdwijnen de Joden”.

Andere partijen vonden hun eigen manier om het antisemitisme als vraagstuk te politiseren. Zo wezen ze op het lot van de asielwetten in de senaat. Door dit „politiek hooliganisme van de PVV”, zei Annabel Nanninga (JA21), was het mislukt „om die islamisering een klein beetje in te dammen”.

VVD-Kamerlid Ulysse Elian zag „antisemitisme” op allerlei plaatsen maar wees „het [Iraanse] islamitische regime” aan als „de hoofdsponsor en hoofdveroorzaker van de terroristische dreiging”. Eenpitter Mona Keijzer (ex-BBB) wees op „de gigantische instroom van asielzoekers”, en „we weten allemaal dat die voor een groot gedeelte uit islamitische landen komen”.

Zo stuurde de Kamer het debat langs de geschiedenis van de familie Bromet: elke partij verkoos haar eigen strijd tegen het antisemitisme. En hoewel de vroege geschiedenis van Nederlandse partijen in bijna alle zuilen antisemitisme laat zien, zodat één veroorzaker onaannemelijk is, wist de Kamer dichtbij de gewenste politieke werkelijkheid van 2026 te blijven: migranten en moslims als veroorzakers van zo’n beetje alle problemen, ook het antisemitisme.

Het staat voor iets groters. Een half jaar terug, in de campagne, vroegen bijna alle partijen om een stabiel kabinet. Maar nu het minderheidskabinet-Jetten twee moeizame maanden functioneert is niet stabiliteit maar eigenheid hun voornaamste streven. Ieder voor zich. Niemand voor ons allen.

Het asieldebat is vermoedelijk het beste voorbeeld. Minder dan een jaar geleden, 29 april 2025, had minister Marjolein Faber (PVV) twee asielwetten bij de Kamer ingediend en plaatste Geert Wilders een Telegraaf-bericht op X: ‘Toestroom van asielzoekers naar Nederland daalt fors.’ Hij typte erbij: „De PVV regeert en levert.”

Twee maanden later bracht hij het kabinet ten val, het asielbeleid was hem te slap, en een maand daarna kreeg hij met een PVV-collega in de Kamer gedaan dat het verblijf van mensen zonder verblijfsvergunning strafbaar werd. In de toelichting schreven ze dat „personen of organisaties” die illegalen „helpen onder te duiken (..) ook strafbaar zijn”.

Nadat die laatste bepaling in een wetsaanpassing verdween en met PVV-steun de Tweede Kamer passeerde, zorgde de PVV er in de senaat alsnog voor dat Fabers voornaamste asielwet sneuvelde. Liever houdt Wilders het thema op de agenda: strengste asielbeleid nooit.

Maar ook andere partijen – D66, SGP, CDA – redeneerden op bepalende momenten alleen vanuit zichzelf. Elke partij haar eigen strijd tegen antisemitisme, elke partij haar eigen asielbeleid. 

Ook de VVD had een eigen plannetje. Want toen vanaf 16 april duidelijk was dat het kabinet één stem in de senaat tekortkwam – D66 bleef tegen Fabers asielwetten –, legde de VVD het probleem openlijk bij Jetten: nu kon hij aantonen dat hij werkelijk de nieuwe Mark Rutte is. Klassiek VVD-werk: verzwak de reputatie van de concurrentie zo vroeg mogelijk.

Het werd breed uitgerold. Fractievoorzitter Ruben Brekelmans (VVD), vrijdag 17 april, Café Kockelmann (WNL): „We weten nog hoe Mark Rutte dat in het verleden deed. Die ging op zulke momenten bovenop je zitten en liet niet meer los voordat er een oplossing was.”

Oud-vicepremier Annemarie Jorritsma (VVD), maandag 20 april, Sven op 1 (WNL): „Hier moet de premier aan de bak. Dat zou Mark Rutte overigens allang gedaan hebben. En ik weet niet of Jetten ook al aan de bak is.” Oud-fractievoorzitter Halbe Zijlstra (VVD), maandag 20 april, Pauw en De Wit (BNNVara): „Jetten is al een aantal keren vergeleken met Rutte. Nu gaan we het zien.”

Het werkte: in media-analyses na afloop kregen naast de PVV vooral Jetten en D66 kritiek.

Groetjes uit New York

Niet dat de VVD-verhaallijn volledig fair of correct was. Toen Dilan Yesilgöz een half jaar in functie was als VVD-leider, stootte ook zij haar neus in de Eerste Kamer: de VVD-fractie stemde januari 2024, in strijd met Yesilgöz’ campagnebelofte, vóór de Spreidingswet. En de VVD verzwakte vorig jaar zomer onder haar leiding de kansen van de voornaamste asielwet door in de Tweede Kamer het PVV-voorstel strafbaarstelling illegaliteit te steunen, hoewel minister van Justitie, partijgenoot David van Weel (VVD), dit openlijk ontraadde.

En over Rutte: hij groeide inderdaad uit tot premier die vrijwel iedereen kon overreden. Maar in zijn beginjaren – Jetten zit er twee maanden – viel dit soms behoorlijk tegen. Zo beschreef NRC eind 2012 – Rutte zat er twee jaar – dat de premier eerder in cruciale onderhandelingen met de oppositie, over het zogenoemde Lenteakkoord, dagen zoek was.

Arie Slob (CU) herinnerde zich dat ze voorstelden de afwezige Rutte verslagen van de onderhandelingen te sturen. De VVD sloeg het af. Ze waren al met de verkiezingen bezig, vermoedde Slob. „Ik denk dat ze bij de VVD dachten: we moeten Mark heel houden.” Sybrand Buma (CDA) vertelde over overleg op Financiën toen het akkoord bijna rond was. Hij had Rutte de hele week niet gezien. „Wij hadden lange dagen onderhandeld, en hij kwam, na drie dagen, ‘even luisteren’ wat er lag. De premier!” Later hoorden ze van een ambtenaar van Algemene Zaken dat Rutte op vakantie was: „Jullie krijgen de groeten van Rutte, uit New York.”

In D66 waren sommigen ontdaan over de VVD. Iemand zei: we moeten de volgende keer net zo hard terugslaan. Een partijcoryfee sprak met walging over Yesilgöz die na de stemmingen in de senaat in de Kamer opdook: zij wilde alsnog strengere asielwetgeving ingevoerd zien.

In Idee, tijdschrift van het wetenschappelijk instituut van D66, verschijnt deze maand een vraaggesprek met oud-verkenner Wouter Koolmees. Hij vertelt dat hij partijgenoten op verkiezingsavond een appje stuurde: „Gefeliciteerd, knappe prestatie. Maar jeetje, wat is dit ingewikkeld.”

Ook bespreekt hij ‘het spel’ in een formatie. Zoals toen hij en Alexander Pechtold met Gert-Jan Segers en Carola Schouten (beide CU) in 2017 gingen eten in een Indisch restaurant. De spanning met de CU was opgelopen maar D66 wilde uitstralen: komt goed. „Alle journalisten die erbij stonden waren door Alexander getipt dat we daar gingen zitten. Beeldregie.”

Harde realiteit

En nu circuleert in D66 de vraag of het in de laatste formatie niet te veel om beeldregie draaide. Een opgeruimde Jetten die bleef benadrukken dat ze wilden opschieten: strakke deadline, snelle formatie. Het oogde goed maar bracht de hardste onderhandelaar, Yesilgöz, in de positie dat ze op het laatst kon eisen wat ze wilde. Jetten zat vast aan zijn deadline: zijn beeldregie ontnam hem de speelruimte voor tegenspel toen het erop aankwam.

In zijn eindverslag waarschuwde verkenner Koolmees al in november voor een zwakke positie in de senaat. Hij raadde partijen aan „na te denken over het verzekeren van breder draagvlak” in de Eerste Kamer. Veel acute vraagstukken (asiel en migratie, stikstof, energie) liggen niet voor niets zolang stil, noteerde hij: „Het zijn politiek ingewikkelde en gepolariseerde thema’s.”

Het bleef onopgelost. En dus confronteert de keuze voor een minderheidskabinet de coalitie nu met een onmachtige positie in de senaat en het vooruitzicht dat veel ambitieus beleid kan sneuvelen. Terwijl ook duidelijk is dat de VVD zich op bepalende momenten niet opstelt als coalitiepartner van Jetten maar als zijn concurrent.

Ieder zijn eigen strijd tegen antisemitisme, zijn eigen asielbeleid, zijn eigen coalitie: het is na twee maanden kabinet-Jetten de harde realiteit voor de premier. Als het erop aankomt staat hij er alleen voor.

Opmerkingen, aanmerkingen, observaties, tips? Elke reactie is van harte welkom. Mail me – t.meeus@nrc.nl – of stuur een persoonlijk bericht op mijn LinkedIn.

Source: NRC

Previous

Next