Na de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis leek een trans-Atlantische ‘internationale’ van radicaal-rechts te ontstaan. Maar inmiddels is de impopulaire Trump een politiek risico geworden voor zijn Europese geestverwanten.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking. Hij woont in Berlijn.
‘Je vindt het toch niet erg om mooi genoemd te worden, hè?’, zei de Amerikaanse president Donald Trump vorig jaar op een top in Egypte tegen de Italiaanse premier Giorgia Meloni. Trump en Meloni waren geestverwanten. In Europa wierp Meloni zich op als de ‘Trump-fluisteraar’, die een brug kon slaan tussen Europa en de Verenigde Staten, omdat ze wist hoe ze de grillige president moest bespelen.
Maar de warme relatie is voorbij. Meloni reageerde eerder deze maand scherp toen Trump paus Leo XIV aanviel. ‘Ik vind de opmerkingen van president Trump over de Heilige Vader totaal onaanvaardbaar’, zei ze. ‘Ze is zelf onaanvaardbaar’, sloeg Trump terug. ‘Ik dacht dat ze dapper was, maar ik heb me vergist.’
Voor Meloni was de ruzie met Trump een politiek cadeau, schreef de The New York Times. Nabijheid tot Trump is een politiek risico geworden voor Europese populisten, zeker nu hij een impopulaire oorlog tegen Iran is begonnen. In maart verloor Meloni een door haar uitgeschreven referendum over de hervorming van de Italiaanse justitie. Volgens analisten speelden haar nauwe betrekkingen met Trump daarbij een rol.
De Hongaarse premier Viktor Orbán was het bruggenhoofd van Trump en zijn Maga (Make America Great Again)-beweging in Europa. Vanuit Boedapest werd de radicaal-rechtse boodschap over Europa verspreid. Voor de recente parlementsverkiezingen kwam vicepresident JD Vance naar Boedapest om Orbán te ondersteunen.
Orbán verloor vanwege corruptie en de slecht draaiende economie, maar Vance’ bezoek heeft zeker niet geholpen. ‘De opzichtige vriendschap met de huidige Amerikaanse regering hing Orbán als een molensteen om de nek’, twitterde AfD-Bondsdaglid Matthias Moosdorfer.
Europese populisten zagen Trump aanvankelijk als een bron van inspiratie. Hij liet zien wat er allemaal mogelijk was: een keihard immigratiebeleid, een niet-aflatende strijd tegen alles wat ‘woke’ wordt gevonden, de afrekening met klimaatbeleid, de consequente voorkeur voor het nationaal belang boven internationale samenwerking. Een trans-Atlantische radicaal-rechtse ‘internationale’ leek in de maak.
Dat was ook de bedoeling van de Verenigde Staten. In de Nationale Veiligheidsstrategie uit november 2025 beloofden de Amerikanen de ‘patriottische’ partijen in Europa te steunen. De Europese beschaving dreigt ‘uitgewist’ te worden door immigratie en de dominantie van de Europese Unie, ten koste van nationale identiteit en soevereiniteit, zo stond in de strategie.
‘Amerika moedigt zijn politieke bondgenoten in Europa aan om een geestelijke herleving te bevorderen, en de groeiende invloed van patriottische Europese partijen geeft aanleiding tot groot optimisme.’
Het smeden van een trans-Atlantisch radicaal-rechts bondgenootschap blijkt echter moeilijker dan verwacht. Europese populisten worden in verlegenheid gebracht door Trump.
In Frankrijk hekelde Marine Le Pen de ‘ondoordachte’ oorlog tegen Iran, die de gewone Fransman veel geld kost aan de benzinepomp. In het Verenigd Koninkrijk zei Reform UK-leider Nigel Farage, die ooit in een gouden lift werd gefotografeerd met de Amerikaanse president, dat Trumps dreigementen om de Iraanse beschaving weg te vagen ‘veel te ver gingen’.
In veel Europese landen bestaat een lange anti-Amerikaanse traditie, ook bij radicaal-rechts. Voor Marine Le Pen en haar aanhangers is anglo-saxon bijna een scheldwoord. Het harde Angelsaksische kapitalisme wordt gezien als een bedreiging voor het Franse savoir-vivre, met zijn copieuze lunches, lange vakanties en vroege pensioenleeftijd.
Binnen de AfD bestaat weerstand tegen de Amerikaanse dominantie in het naoorlogse Duitsland. Duitsland is een ‘slaaf’ van de VS, zei AfD-leider Alice Weidel vorig jaar in het tijdschrift American Conservative. Duitsland zal dan ook geen oorlogen voeren voor het Amerikaanse ‘rijk’, aldus Weidel.
Bovendien verloopt de internationale samenwerking tussen radicaal-rechtse partijen bijna altijd moeizaam, omdat ze allemaal hun eigen nationale belangen vooropstellen. Dat geldt zeker voor Trump, die met niemand rekening houdt, ook niet met zijn Europese geestverwanten. Zo merkte Meloni dat ze maar weinig terug kreeg voor haar inspanningen als ‘Trump-fluisteraar’. Eind vorig jaar dreigde Trump nog met een importheffing van 92 procent op Italiaanse pasta.
Ook Europese populisten bekritiseren de manier waarop Trump Europa behandelt. De importheffingen schaden de Europese economie en zijn dreigement om Groenland te annexeren ging ook voor Meloni en Le Pen alle perken te buiten.
Vervolgens begon hij een oorlog tegen Iran, zonder overleg met Europa. Ook Meloni wist van niets. De Italiaanse minister van Defensie vierde toevallig net vakantie in Dubai en moest met een militair vliegtuig worden geëvacueerd.
De achterban van partijen als de AfD, de Fratelli d’Italia of het Rassemblement National staat van oudsher zeer sceptisch tegenover buitenlandse militaire avonturen. Dat geldt zeker voor een oorlog die de benzineprijzen omhoog jaagt. Radicaal-rechtse partijen trekken relatief veel kiezers met een laag inkomen die in landelijke gebieden wonen en veel waarde hechten aan hun auto.
Donald Trump is nooit populair geweest in Europa. Zelfs een meerderheid van de PVV-kiezers zou in 2024 op Kamala Harris hebben gestemd, als ze aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen hadden mogen meedoen, bleek uit een peiling van Ipsos I & O.
Trumps optreden als president heeft dat beeld allerminst verbeterd. De ideologische verwantschap tussen Maga en radicaal-rechts in Europa is er nog steeds. Maar ook Europese populisten zien dat America First de Europese belangen schaadt, terwijl zijn onbetrouwbaarheid en ordinaire stijl in Europa nog minder gewaardeerd wordt dan in de Verenigde Staten zelf.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant