Twee rebellengroepen voeren een groot gezamenlijk offensief uit in Mali. Zaterdag begonnen gevechten in bijna alle steden van het land, en zondag werd er nog steeds gevochten. De minister van Defensie, Sadio Camara, vond zondag de dood in het zwaar versterkte Kati.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuidoost-Azië.
Het lijkt erop dat de autoriteiten volledig werden verrast door de aanvallen, die simultaan begonnen in het zuiden, midden en noorden van het land. Twee rebellengroepen - het FLA in het noorden en de islamitische JNIM in het zuiden hadden hun krachten gebundeld.
Een woordvoerder van het FLA zei dat beide groepen het erover eens waren dat alleen een gecoördineerde actie een kans van slagen had. Ze hadden het offensief maandenlang voorbereid en zouden meerdere steden hebben veroverd. De Malinese legerleiding zei zaterdagavond dat het leger de tegenaanval had ingezet en dat rebellen hier en daar al waren teruggedreven.
Zondag klonken in meerdere steden, waaronder de hoofdstad Bamako, nog steeds explosies en geweervuur. Zondagmiddag kwam bovendien het bericht dat FLA-rebellen grote delen van de noordelijke stad Kidal hadden veroverd. Begin van de middag meldde het Franse persbureau AFP dat Malinese militairen en Russische huurlingen die meevochten met het Malinese leger toestemming hadden gekregen hun kamp in Kida te verlaten. De rest van de stad zou in handen van de rebellen zijn.
Eveneens zondagmiddag volgde het bericht dat minister Sadio Camara was omgekomen bij een zelfmoordaanslag op zijn huis in Kati, vlakbij de hoofdstad Bamako. Rebellen waren met een auto vol explosieven naar binnen gereden en hadden zich opgeblazen. Kati, waar een grote militaire basis is gevestigd, gold tot zaterdag als de meest veilige plaats van Mali. Zaterdag en zondag woedden er zware gevechten.
De dood van Camara is een zware klap voor de regerende junta van Mali. Camara werd gezien als het meest invloedrijke lid van de junta, die in 2020 de macht greep. Hij zou zelfs een toekomstig leider van het land zijn geweest.
Mali is een van drie landen die voormalig kolonisator Frankrijk de rug hebben toegekeerd. De Malinese militairen, aangevoerd door generaal Assimi Goïta, beloofden in 2020 een einde te maken aan overvallen door jihadisten in het zuiden en Toearegs in het noorden, maar dat is nog steeds niet gelukt. Inmiddels is daardoor de steun van de bevolking voor de militairen behoorlijk afgekalfd. Toen de junta in Mali in 2020 aantrad, vertrokken een VN-contingent en Franse troepen die tot dan toe tegen de rebellen hadden gevochten, en werden Russische huurlingen gehaald om Mali tegen de aanhoudende aanvallen van rebellen te beschermen.
Het FLA is de strijdgroep die in het noorden vecht voor een onafhankelijke Toeareg-staat. In het zuiden vecht de jihadistische, aan Al Qaida verbonden JNIM voor een islamitische staat. Beide strijdgroepen hebben elkaar gevonden in de bestrijding van hun wederzijdse vijand en hebben besloten samen te werken, zegt woordvoerder Mohamed Ramadane. ‘Die coördinatie was nodig.’
Het FLA probeerde zondag de toegangsweg naar Kidal te blokkeren om de komst van militaire versterkingen te voorkomen. Kidal was inmiddels volgens de beweging ‘volledig onder controle’, met uitzondering van de legerbasis in de stad.
Zaterdagavond meldde het leger op zijn beurt ‘de situatie weer onder controle’ te hebben, maar zondag kondigde het FLA een ‘akkoord’ aan dat Malinese militairen en Russische huurlingen toestond Kidal te verlaten. Het FLA zou de stad zonder veel inspanningen al hebben heroverd. Kidal was een bolwerk van de Toearegs tot het in 2023 door het leger werd ingenomen.
Zondagmiddag werd in de belangrijkste steden nog altijd gevochten. Helderheid voor het verloop van de strijd was echter moeilijk te krijgen. Het offensief werd zondag veroordeeld door de Afrikaanse Unie. Ook secretaris-generaal Antonio Guterres veroordeelde de ‘daden van geweld’. Hij zei solidair te zijn met het Malinese volk.
Source: Volkskrant