Home

Elon Musk biedt de fantasie van onafhankelijkheid, maar er zit een addertje onder het gras, blijkt uit ‘Muskisme’

We zien Elon Musk graag als monster of als genie. Maar, zeggen de auteurs van Muskisme, je moet hem niet als individu zien. Hij is een symptoom van iets groters, engers.

Het moest wel een enorme mediastorm veroorzaken: Elon Musk, techmiljardair, die op de dag van Donald Trumps tweede inauguratie als Amerikaanse president in januari 2025 twee keer een kort gebaar maakte door zijn gestrekte arm met vlakke hand de lucht in te steken.

Het leek op een nazigroet, dat moet Musk zelf ook hebben geweten. Maar hoe we dit gebaar ook interpreteren, feit is dat de rijkste man ter wereld sinds een aantal jaar een spreekbuis voor extreemrechts is.

Daarmee is hij voor sommigen een diabolisch figuur, voor anderen een berekenende opportunist met gevaarlijke ideeën. Maar beide vormen van kritiek zien Musk primair als individu.

Musk als symptoom

In hun boek Muskisme – Een gids voor de verbijsterden kiezen de Canadese historicus Quinn Slobodian en de Amerikaanse techjournalist Ben Tarnoff voor een andere aanpak. Ze benaderen Musk als symptoom. Ze hebben aan de hand van Musk een fascinerende ‘geschiedenis van het heden’ geschreven.

Meer dan een individu is Musk volgens hen de belichaming van een wereldbeeld: het ‘muskisme’. Deze nieuwe term gebruiken ze naar analogie met het fordisme, de economische theorie en organisatievorm van arbeid genoemd naar de autofabrikant Henry Ford. Waar het fordisme de 20ste eeuw bepaalde, zo zou, speculeren Slobodian en Tarnoff, het muskisme misschien wel ‘het besturingssysteem van de 21ste eeuw’ kunnen worden.

Het is bekend waarom het fordisme een succes werd: door goedkoop, snel en veel te produceren bood het iedereen de belofte van een stijgende levensstandaard. Voor het eerst konden de massa’s dromen van een leven vol materieel comfort.

Het muskisme heeft iets anders te bieden, iets wat de auteurs ‘technosoevereiniteit’ noemen: soevereiniteit door technologie voor zowel staten als individuen. Musk verkoopt ‘soevereiniteit als dienst’. Hij biedt de fantasie van onafhankelijkheid, maar er schuilt wel een addertje onder het gras: het maakt je afhankelijk van zijn diensten.

Ambivalente soevereiniteit

Dit idee, deze belofte van een ambivalente soevereiniteit, loopt als een rode draad door het boek. Slobodian en Tarnoff belichten op chronologische wijze een aantal perioden uit Musks leven, vanaf de politieke achtergrond waartegen zijn jeugd zich afspeelde in Pretoria, het Zuid-Afrika van de apartheid, tot aan zijn optreden als hoofd van Doge, het Department of Government Efficiency.

Ze laten zien hoe soevereiniteit als dienst leidend is voor Musk als ondernemer. Met bedrijven zoals SpaceX en daarna ook Starlink wordt hij de enige leverancier van essentiële diensten aan staten. Tesla, met zijn auto’s en accu’s, biedt individuele consumenten de droom van ‘elektrische autonomie’, het idee dat hernieuwbare energie onafhankelijkheid biedt.

En ook X en Grok passen in zekere zin binnen deze analyse, door gebruikers het idee te geven van vrije meningsuiting en ongecensureerde informatie, al is deze uiteraard geheel illusoir.

Hoewel Musk vaak als een radicale rechts-libertariër wordt neergezet, die graag een zo klein mogelijke staat zou willen zien, is dit beeld volledig onjuist, zo betogen Slobodian en Tarnoff, want eigenlijk streeft hij juist naar een symbiose met de staat. Dit bereikt zijn hoogtepunt wanneer Musk in Trumps tweede termijn de leiding krijgt over Doge om de Amerikaanse overheid te hervormen.

Het boek maakt zeer aannemelijk dat Musk de overheid eigenlijk ziet als een computercode die herschreven kan worden door de ‘bugs’ eruit te halen. Dat kwam in concreto neer op het ‘deleten’ van overtollige overheidsmedewerkers en verdachte mensen die bijstand ontvingen. Doge speelde ook een fundamentele rol in het ontmantelen van Usaid, een keuze van de regering-Trump die nu al honderdduizenden levens heeft gekost.

Hoe afhankelijk staten zijn geworden van de diensten van Musk wordt pijnlijk zichtbaar aan de hand van een gebeurtenis aan het begin van de Oekraïne-oorlog. Hoewel hij na de Russische invasie het Starlink-systeem aan Oekraïne beschikbaar had gesteld, schakelde hij het in maart 2022 net zo makkelijk uit, net toen het land bezig was met een groot tegenoffensief.

Duister wereldbeeld

Naast deze invloed van Musk als ondernemer besteedt het boek ook veel aandacht aan het duistere wereldbeeld van het muskisme, want de autonomie die het belooft is niet weggelegd voor iedereen.

In de wereld van Musk komen een kille, zakelijke blik van een programmeur op de werkelijkheid en cyborg-denken samen met extreemrechtse complottheorieën over het ‘woke mindvirus’, ‘immigrantentsunami’s’ en een ‘witte genocide’. De westerse beschaving zou leiden aan een ‘suïcidale empathie’.

Zoals het wereldbeeld van Musk valt samen te vatten: ‘Verhard je hart, verhard je grenzen, en debug de codebase.’

Open vragen

De analogie die Slobodian en Tarnoff opwerpen tussen hun hypothetische muskisme en het fordisme laat nog wel wat vragen open. Waar het fordisme bijvoorbeeld berustte op een herschrijving van het sociaal contract, waarvoor de instemming van de arbeiders in zijn fabrieken nodig was, is minder duidelijk of het muskisme als besturingsysteem überhaupt instemming nodig heeft. Want welk sociaal contract is er mogelijk als individuen alleen als consumenten van Musks diensten kunnen gebruikmaken? Ook blijft het de vraag – maar dat is het risico van een diagnose die zo dicht op de tijd zit – of er een muskisme mogelijk is dat het individu Musk overleeft.

Eén ding is zeker: met Muskisme hebben Slobodian en Tarnoff een fantastische en gedurfde tijdsdiagnose geschreven. Daarmee kennen ze Musk meer en minder invloed toe dan in het welbekende portret van hem als diabolisch figuur, zoals die dagelijks in krantenstukken wordt opgevoerd.

Meer omdat hij wel degelijk een gewiekst industrieel is met veel macht; minder omdat zij laten zien dat hij het topje is van een heel economisch en politiek systeem dat zijn handelen mogelijk maakt.

Quinn Slobodian en Ben Tarnoff: Muskisme – Een gids voor de verbijsterden. Uit het Engels vertaald door Inge Pieters. De Geus; 272 pagina’s; € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next