Home

In ‘Macca’ betuigt Arie Storm zich opnieuw een ambitieuze totaalverteller

Hoewel het niet altijd duidelijk is waaróm alles met elkaar in verband staat in het Arie-versum, wordt de lezer beloond met soms ontroerende en vaak grappige passages.

Tom van Santen, de ik-verteller van Macca, is een fijn potje gitaar aan het spelen als zijn buurman aan de deur komt klagen. Of het wat zachter kan.

Tom is er de persoon niet naar om geruisloos aan zo’n verzoek gehoor te geven: ‘Buurman, laat me je vertellen dat de mens die geen muziek in zijn hart draagt en die zich niet door zoete klanken laat beroeren, tot verraad, boosheid en roof in staat is.’

Oké, Tom, denk je dan als lezer, zo kun je het ook bekijken.

En dat denk je wel vaker in de nieuwe roman van Arie Storm, die inmiddels bekendstaat als ambitieuze totaalverteller. Hoewel het niet altijd duidelijk is hóé de dingen met elkaar samenhangen in het literaire universum van Storm, staat buiten kijf dát ze dat doen.

Vernuftige vertelstructuur

Neem die titel, Macca, verwijzend naar de bijnaam van Paul McCartney. De associatie met het gitaarspel van Tom is snel gelegd (hij oefent nota bene Give Peace A Chance van mede-Beatle Lennon) en laat hij in de trein naar London nu net – ‘hoe onwaarschijnlijk dat ook is’ – Paul McCartney in levenden lijve treffen.

Kun je flauw vinden. Maar dat zou geen recht doen aan de vernuftige vertelstructuur van het boek. Het gaat bij Storm niet zozeer om het verhaal zelf, maar om wat er te zeggen valt over de manier waarop fictie de werkelijkheid mede vormgeeft.

Tegen wil en dank is Tom schrijver geworden, weten we uit de romans Schoonheidsdrift (2021) en De harp (2022), waar hij ook in voorkomt. Hij schrijft romans waar ‘veel in gebeurde zonder dat [hij] daar een enorme invloed op had’. En je voelt aan alles dat hij een pion is in het grotere geheel dat Storm optuigt. Het interessante aan Macca is dan ook niet de plot, maar hoe al die kunstig gestapelde verhaallagen samen leiden tot een grondige reflectie op de al dan niet poreuze grenzen tussen feit en fictie.

Want ondanks de schijnbare willekeur waarmee je als lezer wordt geconfronteerd (ik noem: een buurman die het grootste deel van de roman aan een balkon blijkt te hangen), is het geen fragmentarisch boek. Integendeel, geen personage, plotelement of stijlfiguur is er ‘zomaar’ – de losse onderdelen dragen bij aan een groter geheel dat verder strekt dan dit boek alleen.

Oeuvrebouwer

Zo verankert Storm dit boek in zijn eigen oeuvre: naast Tom keren ook andere personages uit eerdere romans terug, zoals schrijver August Voois, uitgevers Pim en Fiona en bestsellerauteur Julia Vis. Centraal staat het gesprek tussen die markante ik-verteller en de bredere literatuurgeschiedenis, dat op zijn sterkst is in scènes waarin hij nadrukkelijk romans als Virginia Woolfs Mrs. Dalloway in herinnering roept. Of wanneer de gelijkenis tussen Don Quichot en Tom wordt aangezet wanneer zijn fantasie op hol slaat: ‘Kunst, het tot je nemen van kunst of het beoefenen ervan, schijnt je fantasie te prikkelen tot op het punt dat je begint te overdrijven.’

Het is alleen niet altijd duidelijk waaróm alles met elkaar in verband staat in het Arie-versum. Ik ben geneigd het te lezen als een uiting van psychologische urgentie: het scheppen van orde in een tumultueuze wereld, precies zoals de modernisten dat deden.

Puzzelstukjes

Hoewel hij hem niet bepaald bij de hand neemt, heeft Storm zijn lezer juist heel hoog zitten. Nee, die lezer wordt niet verwend met makkelijk verteerbare verhalen, de lezer moet een beetje zijn best doen om het allemaal te volgen. Maar wie zich over durft te geven aan de grillige ik-verteller wordt beloond met soms ontroerende en vaak grappige passages.

Niet in de laatste plaats in de scènes waarin Tom van Santen weer eens een kritische noot kraakt over de uitgeverswereld, of observaties doet over literaire trends. Bijvoorbeeld over de ‘zogenaamd literaire en suggestieve stijl’ van Julia Vis: ‘Soms bestaat een hoofdstuk slechts uit twee zinnen, waarin dan ook nog eens staat dat ze een bepaald gevoel of een bepaalde gewaarwording niet goed onder woorden weet te brengen.’ Scherp, snedig ook, want duidelijk herkenbaar bij de jongere schrijversgeneratie.

En soms, heel soms, vallen de puzzelstukjes in Macca precies in elkaar, zoals in de slotscène, wanneer Tom en zijn geliefde Fiona in de avondschemering voor het raam staan: ‘Ze streek even over mijn arm en gaf me een kus op mijn wang. Dat bracht alles op een bepaalde manier weer in evenwicht.’ De vraag is, echter, voor hoelang.

Arie Storm: Macca. Prometheus; 240 pagina’s; € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next