Home

Waarom konden ze vijftig jaar geleden moeiteloos op de maan landen, en nu niet meer?

is schrijver van ‘autobiografische non-fictie’.

De altijd drukke M. had een gat in haar schema, waardoor we lekker lang konden rondhangen. We zaten aan een tafeltje in de koffiehoek van een boekhandel. Buiten scheen de zon en kwetterden toeristen.

‘De laatste tijd vermoed ik dat je toch gelijk zou kunnen hebben over de maanlanding’, zei ik.

‘Wat fijn dat je dat zegt’, antwoordde ze. ‘De meeste mensen willen daar niets over horen. Jij trouwens ook niet.’

‘Ik ben goedgelovig’, zei ik. ‘Maar sinds die raket óm de maan heen vloog in plaats van erop te landen, vraag ik me af waarom ze dat vijftig jaar geleden moeiteloos deden en nu niet meer. En hoezo krioelt het op de maan eigenlijk niet van de Russen en Chinezen? China is toch supergeavanceerd.’

Naast ons probeerde een vermoedelijk Chinees stel hun dreumes stil te krijgen door er een speen in te stoppen. Dat vond ik dan weer minder geavanceerd.

‘Die landing is nooit gebeurd’, zei M. beslist. ‘Stanley Kubrick heeft toegegeven dat hij betrokken was bij het filmen.’

Peinzend prikten we in een gezamenlijke homp worteltaart.

We waren op weg naar een historisch grachtenpand. Totdat ik een baan vind, ben ik onder mijn vrienden de aangewezen persoon voor verstrooiende bezigheden.

Het pand was protserig gemeubileerd en beschilderd.

‘Tenzij anders aangegeven mag je alles aanraken, op stoelen zitten en laatjes openmaken’, vertelde een vrijwilliger terwijl ze ons audiotourapparaatjes overhandigde.

‘Jemig’, zei ik.

We wandelden door het gebouw met dat dingetje tegen ons oor.

Beneden in de keuken, waar vroeger keukenmeiden boven het fornuis stonden te zweten, zat nu een kalme vrijwilliger.

‘Koffie en thee kun je pakken, en neem gerust een koekje. Die heb ik zelf gebakken.’

We schonken wat in en aten een chocoladekoekje in de vorm van het huis waarin we ons bevonden. Dat voelde zeer meta. We keken naar de mooie oude, maar zeer laag geplaatste, wasbak.

‘Ze moeten vroeger piepklein zijn geweest’, zei ik. ‘Een soort smurfen.’

‘Nee hoor’, zei de koekjesvrijwilliger, die dit eerder had gehoord. ‘Luister maar naar de audio.’

Het apparaatje vertelde dat de keukenmeiden helemaal niet klein waren, maar op hun knieën moesten afwassen vanwege een bouwkundige kwestie.

We gaan natuurlijk allemaal gebukt onder hiërarchische systemen, maar vroeger deden ze minder moeite te verhullen dat je welzijn geen waarde heeft.

‘We kunnen nog even naar de Embassy of the Free Mind gaan’, zei M. na het koekje. ‘Dat is hier vlakbij.’

‘Klinkt een beetje eng’, zei ik. ‘Zit vast vol complotdenkers.’

‘Nee’, zei M. ‘Oude filosofieboeken en prenten.’

‘Daar heb ik ook niks mee. Mensen kunnen zelf wel uitvogelen wat de zin van het leven is, of het gebrek daaraan. Heb je geen filosoof voor nodig.’

We gingen toch, want wat maakt het uit.

‘Ik denk tegenwoordig veel na over kwantumverstrengeling’, vertelde M. Ze had me dat al eens proberen uit te leggen, maar mijn brein bleek niet toereikend. Zo had ze jaren geleden ook al eens tevergeefs geprobeerd me te leren schaken.

‘Het is als Schrödingers kat’, zei ze. ‘Of die dood is of leeft, wordt pas bepaald wanneer je hem observeert.’

‘Dat is toch een gedachtenexperiment’, zei ik. ‘Zijn staat verandert toch niet werkelijk?’

M. zuchtte.

‘Ik ben gewoon niet zo’n denker’, legde ik uit. ‘Ik observeer alleen.’

Je kunt prima met me kletsen of naar een museum, maar het is beter niet te veel van me te verwachten.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next