Colombia organiseert samen met Nederland de komende dagen een klimaattop voor landen die wél af willen van fossiele brandstoffen. Wie sluit zich aan en wat staat er op het spel?
is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.
Waarom nog een klimaattop? Zijn de jaarlijkse COP’s niet voldoende?
De laatste VN-klimaattop, de dertigste Conference of the Parties die in november plaatsvond in de Braziliaanse Amazone-stad Belém, eindigde in een weinig ambitieus akkoord. De woorden ‘fossiele brandstoffen’ kwamen niet voor in de slotverklaring. Het was een domper voor landen die vaart willen maken met klimaatplannen, maar tijdens de grootste jaarlijkse klimaatconferentie ter wereld tegen een steeds grotere groep dwarsliggers aanlopen.
Twee landen grepen het moment aan om een eigen initiatief te lanceren. Colombia en Nederland kondigden hun eigen gezamenlijke klimaattop aan, gericht op het uitfaseren van fossiele brandstoffen. De uitnodiging aan de wereld was als volgt: wil je af van kolen, olie en gas, kom dan in april 2026 naar de Colombiaanse kuststad Santa Marta. De naam van de top vat het doel goed samen: ‘Transitie weg van fossiele brandstoffen’.
Van 24 tot 29 april vindt de landenconferentie plaats in het noorden van Colombia aan de Caribische kust. De eerste vier dagen zijn voor wetenschappers, ngo’s en inheemse groepen. De laatste twee dagen vindt overleg plaats tussen delegaties van de deelnemende landen.
De locatie is een symbolische plek voor Colombia: de regio staat bekend om zijn immense open kolenmijnen, de kust telt meerdere havens van waaruit Colombiaanse steenkool wordt verscheept naar de rest van de wereld. De huidige linkse regering van Colombia, geleid door president Gustavo Petro, wil af van de kolenverslaving en zette afgelopen jaren een transitie in van fossiel naar groene energie.
Nederland als klimaatvoorloper? Dat is lang geleden.
In tegenstelling tot Petro, die sinds zijn aantreden in 2022 waarschuwt voor de klimaatapocalyps en zich in Latijns-Amerika profileert als klimaatactivist, geldt Nederland niet als groot aanjager van klimaatpolitiek. Zeker het vorige kabinet, met de PVV als grootste partij, schroefde de Nederlandse klimaatambities terug. Toch sloeg toenmalig demissionair klimaatminister Sophie Hermans (VVD) de handen ineen met Colombia.
Colombia benaderde Nederland, laat een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat weten. ‘Er is een duidelijk momentum om fossiele brandstoffen uit te faseren’, stelde Hermans destijds in een nieuwsbericht van de organisatie Fossil Fuel Treaty (een verbond van achttien landen waar Colombia wel, maar Nederland geen deel van uitmaakt). ‘We moeten een concrete route uitstippelen die ons in staat stelt om het nieuwe te omarmen en het oude achter ons te laten.’
Het scheelde wellicht dat de klimaatsceptische PVV al uit de regering was gestapt toen Nederland de uitnodiging kreeg. In het huidige kabinet-Jetten (voormalig zelfverklaard klimaatdrammer) heeft D66’er Stientje van Veldhoven de portefeuille klimaat overgenomen van Hermans. Zij zit op 28 en 29 april samen met haar Colombiaanse collega Irene Vélez Torres de vergaderingen tussen de landendelegaties voor.
Hoe belangrijk is deze top?
Zo’n zestig landen nemen deel aan de conferentie in Colombia. Volgens de organisatie zijn deze landen goed voor 30 procent van de wereldwijde vraag naar fossiele brandstoffen en 20 procent van de wereldwijde productie. Een greep uit de gastenlijst: van Australië, België, Canada, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk tot Brazilië, Ghana, Nigeria, de Filipijnen, Sri Lanka en Tuvalu. Niet verrassend: de grootste producenten en vervuilers zijn niet van de partij.
De top is nadrukkelijk bedoeld als signaal aan een steeds klimaatsceptischer wereld. In plaats van met vrijwel de hele wereld te komen tot een waterig akkoord, beoogt deze conferentie een voorbeeld te zijn door het samenbrengen van gelijkgestemde landen. Uit de top komt geen zwaarbevochten slotakkoord, zegt de woordvoerder van EZK. De top zelf is de boodschap: wie deelneemt toont daarmee zijn klimaatambities.
Wel zullen de landen gedurende twee dagen ideeën uitwisselen over de stap van fossiel naar groen. Nederland kan bijvoorbeeld waarschuwen voor de gevaren van netcongestie, zo suggereert de woordvoerder. Windmolens en zonnepanelen schieten immers hun doel voorbij als het lokale stroomnet de groene stroom niet kan verwerken. Ook wordt er gedacht over een loket waar landen (financiële) hulp kunnen krijgen voor hun nationale transitie.
Hoe staat het eigenlijk met de wereldwijde consumptie van fossiele brandstoffen?
Hoewel groene energie aan een opmars bezig is, loopt ‘fossiel’ nog niet terug. Alleen het verstoken van kolen vlakt in de laatste jaren wat af, zo tonen cijfers van het Energy Institute, een internationale organisatie die kennis verzamelt over de energiesector. Ondanks decennia van wetenschappelijke rapporten over klimaatverandering neemt de consumptie van kolen en olie nog steeds ieder jaar toe.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant