Home

Annet Bremen en Belle van Heerikhuizen maken theater over eenzaamheid: ‘Het voelt als een monster dat je achtervolgt’

Nachtschade, de voorstelling van toneelschrijver Annet Bremen en regisseur Belle van Heerikhuizen bij Het Nationale Theater, gaat over grootstedelijke eenzaamheid. Actueel, maar ook heel persoonlijk: ‘Er waren dagen dat ik bijna niet uit bed kwam.’

schrijft voor de Volkskrant over theater.

‘Eigenlijk hou ik helemaal niet van echt’, zegt een verweesde, beschadigde, naar liefde snakkende vrouw tijdens een doorwaakte nacht in een appartement op de bovenste verdieping van een anonieme woontoren. ‘Ik vind ‘echt’ eigenlijk echt verschrikkelijk saai. Zo dodelijk, zo oervervelend, onverdraaglijk saai.’ Even later zegt ze: ‘Alles is beter in mijn hoofd.’

Nachtschade, de nieuwe toneeltekst van schrijver Annet Bremen (39), die vorig jaar furore maakte met de theatervoorstelling F*ck Lolita, gaat over grootstedelijke eenzaamheid: het gevoel dat je uitgerekend te midden van de drukte helemaal alleen bent.

In de voorstelling is de vrouw (Mariana Aparicio) op de vlucht voor een groot verdriet uit haar verleden. Ze zoekt onderdak bij haar zus en zwager (Esther Scheldwacht en Chiem Vreeken), die haar met tegenzin opvangen. Fabulerend en liegend probeert ze haar eenzaamheid te maskeren en haar verleden te verbloemen.

Voorliefde voor eerlijk theater

Bremen schreef de tekst op verzoek van regisseur Belle van Heerikhuizen (32), met wie ze in 2022 bij het Limburgse jeugdgezelschap Het Laagland de voorstelling Wil je een snoepje? maakte. Daarin delen drie meisjes onderling hun ontvoeringsfantasieën met elkaar, en verkennen ze ondertussen hun ideeën over intimiteit en ontluikende seksualiteit.

De twee theatermakers vinden elkaar in een voorliefde voor eerlijk theater waarin zware onderwerpen niet geschuwd worden. Van Heerikhuizen regisseerde eerder indringende voorstellingen over onder meer seksueel misbruik (Schuldig kind, 2025) en zelfdoding onder jongeren (Sweet Sixteen, 2019). Bremens F*ck Lolita, haar vurige antwoord op Nabokovs roman Lolita (1955), ontving vorig jaar meerdere vijfsterrenrecensies en werd door de Volkskrant uitgeroepen tot beste theatervoorstelling van het seizoen: ‘Een toneelavond die bruist, snijdt en raakt.’

De eenzaamheid die ze in Nachtschade een podium geven, en daarmee hopelijk bespreekbaarder maken, is deels ingegeven door alarmerende cijfers in de media. Bijna 10 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder voelt zich ‘sterk eenzaam’, volgens recente cijfers van het CBS.

Nog altijd wordt er te weinig over gepraat, zegt Bremen een week voor de première in Theater aan het Spui in Den Haag, waar ze samen met Van Heerikhuizen aan een tafeltje in de foyer is aangeschoven: ‘Ik zoek graag naar wat zich doorgaans achter gesloten deuren afspeelt, en waarover we moeilijk praten.’ Omdat het een collectieve kunstvorm is, die je samen met medetoeschouwers ondergaat, leent theater zich volgens haar bij uitstek om zo’n maatschappelijk taboe te ontzenuwen.

Vervreemend contrast

Juist het vervreemdende contrast tussen eenzaamheid en de drukte en chaos in grote steden, intrigeert Bremen. ‘Dat je in een propvolle metro kunt zitten zonder dat iemand je opmerkt. Dat je je eigen buren niet kent. Dat je gewoon kan verdwijnen zonder dat iemand het doorheeft. Die anonimiteit van zo’n grote stad kan ook prettig zijn: het gevoel dat je kan doen wat je wilt, dat niemand je tegenhoudt of corrigeert. Maar het gevaar is dat je de aansluiting met de wereld om je heen dus ook ongemerkt kan verliezen.’

Maar de noodzaak voor dit toneelstuk is ook gevoed door eigen ervaringen, zegt Van Heerikhuizen. Ze vertelt dat ze zelf tot voor kort regelmatig last had van depressieve gevoelens en eenzaamheid. ‘Dat had verschillende uitingsvormen. Er waren dagen dat het me bijna niet lukte om uit bed te komen. Dan voelde het alsof er een zwaarte op me drukte. Ja, dacht ik dan, ik kán aan deze dag beginnen, maar dan moet ik weer alleen opstaan, weer alleen ontbijten, weer alles uit mezelf halen. En dat gevoel duwde me dan weer terug in bed.’

Tegelijkertijd kon haar eenzaamheid zich ook verraderlijk vermommen, vertelt ze. ‘Dan verloor ik me helemaal in een druk en sociaal bestaan. Dat waren fases waarin het voelde alsof ik voortdurend door mijn leven aan het rennen was. Ik ging van het ene project naar het andere, zonder omkijken, altijd dóór. Dan voelde het leven als een soort vluchtspel, waarin ik bang was om tot stilstand te komen. Alsof ik achtervolgd werd door een groot monster.’

Vlucht in fantasie

Dat vluchtmechanisme komt ook terug bij de hoofdpersoon in Nachtschade, zegt Bremen. ‘Ze leeft in het verleden of vlucht in haar fantasie, alles om het heden te ontkennen. Dat is voor mij de kern van eenzaamheid: losgekoppeld zijn van de omgeving waarin je bent. Ze is ongrijpbaar en grillig, en lijkt zich niet te willen laten helpen. Zodra iemand te dichtbij komt, glipt ze weg.’

Volgens Bremen is dat een overlevingsstrategie. ‘Ze weet niet wat er gebeurt als iemand zich om haar bekommert, en haar dwingt naar zichzelf te kijken. Daarom saboteert ze voortdurend haar eigen geluk. Als iemand die haar leuk vindt te dichtbij komt, wijst ze hem af. Ik heb haar daardoor tijdens het schrijven soms ook irritant gevonden. Dan dacht ik: het is zo vermoeiend, dat liegen, dat draaien, hou er toch mee op.’

Van Heerikhuizen noemt haar een heel bange en verdrietige vrouw, maar daardoor ook heel grappig en ad rem. ‘Ze dwingt zichzelf om iedereen steeds twee stappen voor te zijn, snel te reageren en steeds onverwachte bochten te nemen. Zo ontstaat er, gek genoeg, in alle zwaarte ook veel onderhuidse humor.’

Ook voor Bremen voelt de tekst heel persoonlijk. Ze noemt als voorbeeld een lange monoloog waarin de vrouw zichzelf ervan probeert te overtuigen om de datingapp op haar telefoon niet te openen. Doe het niet, zegt ze in die scène tegen zichzelf: je zoekt liefde, maar je krijgt hooguit ‘iets wat erop lijkt’: een vreemd lichaam, vermomd als liefde.

‘Om zo’n scène te schrijven moet ik op zoek naar het gedeelte in mezelf dat een grote behoefte heeft aan verbinding, maar geen idee heeft hoe die te vinden. Ik herken ook haar hang naar een verleden dat niet meer bestaat, en haar ontzettende angst voor de toekomst.’

Echo van Blanche Dubois

In de vrouw, die categorisch de realiteit ontkent, echoot het beroemde toneelpersonage Blanche Dubois uit Tennessee Williams’ moderne klassieker A Streetcar Named Desire uit 1947. Ook daarin zoekt een getraumatiseerde, rouwende vrouw onderdak bij haar zus en zwager. En ook zij zoekt haar toevlucht in fantasie: ‘Ik wil geen realisme’, zegt Blanche in een iconische hartenkreet. ‘Ik wil magie!’

Ondanks de gelijkenissen zien de makers Nachtschade niet als een bewerking van Williams’ stuk, maar hooguit als ‘een reactie’ erop, die er losjes door geïnspireerd is. Van Heerikhuizen: ‘Ik was geïntrigeerd door de onderlinge verhoudingen van die drie personages, maar ik wilde dat verder onderzoeken met een compleet nieuwe toneeltekst, met die ritmische, uitgebeende taal van Annet.’

Die kenmerkende beeldende schrijfstijl, waar Bremen ook bij F*ck Lolita zo om geroemd werd, werd in het verleden niet altijd op waarde geschat. Op de Utrechtse theaterschool, waar ze in 2011 afstudeerde als toneelschrijver, adviseerden sommige docenten haar dat ze beter poëzie kon gaan schrijven dan theater.

Ook later kreeg ze geregeld, onder meer van regisseurs, te horen dat haar teksten ‘te hermetisch of te poëtisch’ zouden zijn voor het toneel. ‘Dat bracht me weleens aan het twijfelen. Hoor ik wel thuis in het theaterveld? Ik heb soms op het punt gestaan om ermee te stoppen.’

Poëtische signatuur

Gaandeweg ontmoette ze regisseurs – zoals Van Heerikhuizen of Silke van Kamp, die F*ck Lolita regisseerde – die juist een kracht zagen in haar poëtische signatuur, waar onder de oppervlakte veel valt te ontginnen. Van Heerikhuizen: ‘Ik vond het juist meteen heel spannend dat haar tekst niet rechttoe-rechtaan was, maar meerduidig en gelaagd. Ik voelde me uitgedaagd. Bij Annets teksten weet je dat elk woord er met een reden staat, maar je moet soms diep graven naar die reden.’

Dat betaalt zich uit in toneel dat ook alle complexiteit en tegenstrijdigheid die aan eenzaamheid kleven blootlegt, zegt Van Heerikhuizen. Ook bijvoorbeeld de relatief aantrekkelijke kant van eenzaamheid komt aan bod. ‘Ik denk dat veel mensen wel een treurige periode hebben meegemaakt in hun leven. Als je daar later op terugkijkt zie je soms dat het ook iets heel lekkers kon hebben om je daar helemaal in te wentelen.’

Een week voor de première is ze met de acteurs van Het Nationale Theater nog op zoek om de ‘bandbreedte’ van het spel zo veel mogelijk op te rekken. ‘Ik wil kijken hoe licht we het enerzijds kunnen krijgen en hoe diep we anderzijds kunnen gaan. Er is een scène waarvan ik nog steeds denk: het is nog niet donker genoeg, ik moet Mariana nog meer tot de uiterste diepten zien te drijven. Ik zou het geweldig vinden als we met deze voorstelling een soort gebundelde, gebottelde eenzaamheid kunnen vastgrijpen.’

Zelf heeft ze overigens al een poos geen last meer van de eenzaamheid die haar lange tijd achtervolgde. ‘Hoe dat komt weet ik niet precies. Misschien omdat ik volwassener ben geworden, zelfverzekerder en rustiger ook wel. Ik heb ook therapie gehad. Het werd geleidelijk minder, en opeens realiseerde ik me dat ik af en toe achterom durf te kijken en constateer: dat monster, dat me altijd achternazat, is er niet meer. Hij is verdwenen.’

Nachtschade van Het Nationale Theater gaat op 25/4 in première in Theater aan het Spui in Den Haag en gaat t/m 13 juni op tournee door het land.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next