Kanye ‘Ye’ West
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
I’m living in that 21st century, doing something mean to it/ Do it better than anybody you ever seen do it/ Screams from the haters got a nice ring to it/ I guess every superhero need his theme music.” Het zijn de woorden van de Amerikaanse hiphopartiest Kanye ‘Ye’ West op zijn album Late Graduation (2010), toen hij nog werd omarmd als baanbrekende rapper en producer die het genre verder bracht.
Van ‘superhero’ is Ye inmiddels verworden tot een artiest die afkeer oproept. Zijn zwarte Ku Klux Klan-outfit, zijn MAGA-petjes, zijn racistische en antisemitische tirades, de omarming van neonazi’s met het nummer ‘Heil Hitler’ en de verkoop van T-shirts met hakenkruizen, of beelden op social media waarbij een swastika samensmelt met een davidsster: het een is nog weerzinwekkender dan het ander. Maar kan dat de reden zijn de artiest – die inmiddels overigens zijn excuses aanbood voor zijn uitspraken en ze toeschreef aan een bipolaire stoornis – een inreisverbod op te leggen opdat hij in juni niet kan optreden in het Arnhemse Gelredome?
Wat het CDA en ChristenUnie betreft wel. En ook de pro-Israëlische lobbygroep CIDI en het samenwerkingsverband Centraal Joods Overleg (CJO) vroegen Bart van den Brink, minister van Asiel en Migratie (CDA), hem de toegang tot ons land te weigeren. Van den Brink zag daar geen juridische basis voor en daar heeft hij gelijk in. Het is namelijk niet aan de politiek om te besluiten wie niet mag komen optreden zolang de openbare orde niet op het spel staat. Dat was een les die vorig jaar al geleerd had kunnen worden bij de optredens van Kneecap en Bob Vylan, waar ook tegen geprotesteerd werd vanwege hun pro-Palestina uitspraken maar waarbij tijdens de optredens hier de openbare orde niet werd verstoord. Voor Ye geldt hetzelfde, en ook eerst maar eens zien hoe hij zich opstelt wanneer hij in Istanbul zijn tournee aftrapt.
Ahmed Marcouch, de burgemeester van Arnhem, merkte in een interview in NRC terecht op dat racistische en antisemitische uitspraken al strafbaar zijn: „Nu gaat het over iemand die in het verleden iets gedaan heeft, en om die reden niet naar Nederland zou mogen komen. Daarvan heeft de minister terecht gezegd: daar is geen juridische basis voor.” Als burgemeester heeft hij niet de bevoegdheid iets te verbieden op grond van wat iemand kán gaan zeggen.
De oproep van Kamerleden om Ye’s optreden wel te verbieden werkt polarisatie in de hand. Degenen die terecht gruwen van de uitspraken van Ye zullen het idee krijgen dat ze weer eens in de steek worden gelaten door ‘de politici’, waardoor onjuiste theorieën gevoed worden. Een oproep aan het Gelredome en de concertorganisator om maatschappelijke verantwoordelijkheid te laten prevaleren boven financieel gewin zou juister zijn.
Daar komt bij dat het protest van politici tegen Ye een opportunistische, gemakzuchtige indruk maakt. Geen enkel weldenkend mens zal achter de neonazistische uitspraken van Ye staan, maar een risico voor de veiligheid lijkt er in 2026 niet te zijn. Ondertussen – en een stuk minder geruchtmakend – is wel de uit Rusland gevluchte protestkunstenaar en voormalig politiek gevangene Pavel Krisevitsj de toegang tot Nederland door de IND geweigerd, omdat „onvoldoende was gewaarborgd” dat hij weer uit Nederland zou vertrekken. Zijn optreden gaat niet door, en dat is een slechte zaak, maar daar hebben het CDA en de CU het niet over. Politici kunnen zich dan ook beter verre houden van optredens van kunstenaars, want kunst en ideologie is een zaak tussen de kunstenaar en zijn publiek. Laat Kamerleden die niet inkleuren met desinformatie en politiek gewin.