Home

Verschilt ‘Afrikaans’ denken echt zo sterk van westerse wijsgerige tradities?

Afrikaanse filosofie Wat is het belang van ubuntu? In het boek Afrikaanse filosofie benadrukken Pius Mosima en Henk Haenen de tegenstelling tussen de Afrikaanse filosofie en het westerse denken. Maar tot een echte filosofische gedachtewisseling komt het niet.

Ook in Nederland mag Afrikaanse filosofie zich al jaren in toenemende belangstelling verheugen. Het begrip ubuntu, wat grofweg zoveel betekent als onderlinge verbintenis en gemeenschapszin, keert terug in tal van boeken, cursussen, workshops en in de namen van hippe coffeeshops, lunchrooms, strandbars (en gratis software). Vaak staat het dan curatief tegenover het ziekmakende individualisme en ‘binaire’ denken van de moderne westerse cultuur.

Pius Mosima en Henk Haenen: Afrikaanse filosofie. Uitgeverij Noordboek, 430 blz. €34,90

Tegelijk hebben auteurs over ‘Afrikaanse filosofie’ (over die generieke term later meer) nog altijd de neiging hun onderwerp eerst uitgebreid te rechtvaardigen. Ze leggen uit waarom het niet alleen wenselijk maar zelfs noodzakelijk is dat we er kennis van nemen, juist in deze tijd van planetaire rampen en verwoesting. Die inleidende verkenningen duren soms zo lang (een voorbeeld is African philosophy van Pascah Mungwini, 2022) dat je als geïnteresseerde lezer na tientallen of zelfs honderden pagina’s bijna smeekt: begin nu toch eens met filosoferen! Geef na alle warme aanbevelingen nu ook argumenten uit Afrikaanse kennisleer, ethiek en metafysica. Of spreken die intuïtief vanzelf, in dat ene, alles zeggende woord ubuntu?

Begrijpelijk is die poging het onderwerp uitputtend te rechtvaardigen wel. Afrikaanse filosofie is door Europese denkers eeuwenlang genegeerd, geminacht of afgedaan als een innerlijke tegenspraak (Afrika en filosofie, echt?). Grote wijsgeren als Kant en Hegel gingen ervanuit dat van filosofie, als logisch en systematisch argumenteren, in Afrika geen sprake kon zijn, hooguit van volkswijsheden of folklore, het terrein van de antropologie. Dat racistisch aangeklede ‘epistemische onrecht’ is inmiddels door tal van auteurs bestreden.

Toch putten ook de auteurs van het nieuwe Afrikaanse filosofie zich pagina na pagina uit om het maatschappelijke en zelfs planetaire belang van hun onderwerp te onderstrepen. Hoe sympathiek ook, een overzichtelijke inleiding in Afrikaanse filosofie is dit boek daarmee niet geworden, ondanks de algemene titel. Filosofen Pius Mosima uit Kameroen, die in Tilburg promoveerde, en Henk Haenen, die eerder het degelijke Afrikaans denken (2006) schreef, presenteren ‘Afrikaanse filosofie’ als een aparte manier van denken, met een aantal kenmerken die het zouden onderscheiden van ‘westerse denken’.

Filosofische argumentatie

Die programmatische opzet kleurt het boek. Een handvol Afrikaanse filosofen krijgt een apart hoofdstuk, maar het boek is vooral thematisch. Grote namen als Henry Oruka, Léopold Senghor, Paulin Hountondji en Kwasi Wiredu duiken verspreid door de tekst op. Wie een overzichtelijke inleiding zoekt in hun werk kan beter terecht bij Haenens Afrikaans denken, een bewerking van zijn proefschrift. In dit nieuwe boek gaat het vooral om thema’s als wijsheid, democratie, verzoening (zoals in post-apartheid Zuid-Afrika met Nelson Mandela), geestelijke gezondheid, en Afrikaanse kunst als inspiratie en genezing.

Haenen en Mosima trekken ook veel ruimte uit voor een verdediging van wat heet ‘etnofilosofie’ en sage philosopy, woorden van Afrikaanse ‘wijsheidsleraren’. Te lang zijn die afgedaan als folklore terwijl ze „het authentiek zijn van de betreffende etniciteit met haar specifieke cultuur” uitdrukken – en dus filosofisch interessant zijn, menen zij. De auteurs zetten zich af tegen de Beninese filosoof Paulin Hountondji, die zulke levenswijsheid niet tot filosofie rekende maar een lans brak voor academische filosofie als universele discipline. Vanuit dat standpunt bezien zijn de passages in Afrikaanse filosofie over de „integrerende” kracht van Afrikaanse wijsheid, kunst en muziek mogelijk inspirerend (of zelfs helend, de auteurs geven ook presentaties bij GGZ), maar veel filosofische argumentatie kom je er niet in tegen.

Wel remedies. Het individualistische Westen, is de doorlopende boodschap van dit „dialogische boek”, kan genezen door Afrikaanse filosofie. Mosima en Haenen contrasteren Afrikaans denken consequent met de „eenzijdige” westerse filosofie, die de mens zou reduceren tot rationele enkeling, afgesneden van zijn banden met de gemeenschap, de natuur en de kosmos. Afrika denkt holistisch, het Westen in „binaire opposities” en atomaire individuen. Westerse filosofie is „analytisch” en „statisch”, Afrikaanse „integrerend” en „dynamisch”.

Passies

De ironie is dat de auteurs met zulk grove generalisaties nu juist zelf een keiharde en karikaturale binaire oppositie creëren van Afrikaans en ‘westers’ denken. Je kunt je gerust afzetten tegen het individualisme in moderne samenlevingen – maar is ‘het westerse denken’ een en al rationalisme? Terwijl de Verlichter Hume en na hem Rousseau en Herder, om te zwijgen van de latere Nietzsche en Freud – juist zoveel nadruk legden op de ‘passies’ respectievelijk de driften. Het Westen statisch? Terwijl Aristoteles, kopstuk van de westerse filosofie, een doelgerichte dynamiek zag in de hele werkelijkheid – om te zwijgen van de universele dialectiek van Hegel en Marx.

De kritiek van de auteurs richt zich met name op het individualisme, dat door ubuntu kan worden verholpen: geen ik zonder wij. Uiteraard is in filosofische zin Descartes de grote boosdoener, met zijn ‘ik denk dus ik ben’. Toch is ook die tegenstelling veel te grof. Dat ‘het Westen’ de mens vooral duidt als rationeel individu miskent een lange en diepe stroom van gemeenschapsdenken in de Europese filosofie. Van Aristoteles, die de mens niet alleen definieerde als „het rationele dier” maar óók als zoön politikon, een wezen dat leeft in een (politieke) gemeenschap, tot tal van andere, moderne filosofen die aandacht vragen voor het sociale karakter van taal en denken.

Maar dat beruchte ego cogito van Descartes dan, is dat geen ik-denken? Dat ego slaat niet op het ‘ik’ als concreet empirisch individu maar op een onbetwijfelbaar eerste-persoons-bewustzijn dat iedereen eigen is. Ook de bewering dat Afrika de mens in tegenstelling tot de Europese filosofie, denkt als een „psychosomatische eenheid” is alleen vol te houden als je opnieuw Aristoteles (de mens als eenheid van stof en vorm) en Aquino (holisme van geest en lichaam) eruit wegdenkt, tot en met Gilbert Ryle, Wittgenstein en vele anderen. Zelfs de „westerse logica” is er allang niet meer een van „binaire opposities”.

Waarheid van de westerse filosofie

Ondanks de verzekering dat ze „in dialoog” willen gaan, missen de auteurs zo kansen voor een echte filosofische gedachtenwisseling. Hun omschrijving van ubuntu („mens zijn is je menselijkheid bevestigen door de menselijkheid van anderen te erkennen en op grond daarvan menselijke relaties met anderen aan te gaan”) biedt een uitgelezen kans om in gesprek te gaan met de dialectiek van Hegel en de beroemde passages in diens Fenomenologie van de geest over de wederzijdse erkenning van subjecten. Of met een hele rij analytische filosofen die het publieke karakter van persoonlijke identiteit hebben belicht. In plaats daarvan bestempelen de auteurs de „universele, absolute claim” op waarheid van de westerse filosofie als „de geboorteakte van overheersing en apartheid”. Toe maar.

Hier is de enthousiaste agenda van de auteurs het boek in de weg gaan zitten. Dat neemt niet weg dat er veel lezenswaardig is aan Afrikaanse filosofie, voor wie het niet leest als een (mislukte) poging tot dialoog maar als een eigenstandig mozaïek aan Afrikaans gedachtengoed. De bevlogenheid van de auteurs gaat dan aanstekelijk werken. Gaandeweg waaiert hun boek uit naar beschouwingen over kunst, muziek („luister naar de drums”), portretten van hedendaagse Afrikaanse wijzen (met opmerkelijk genoeg ook de Amerikaanse activiste Angela Davis) en bespiegelingen over verzoening, broeder- en zusterschap. Toch, je blijft zitten met de bedenking van een te zwaar aangezet essentialisme van ‘Afrikaans’ versus ‘westers’ denken.

Pas op de bijna-laatste pagina’s klinkt er iets van twijfel bij de auteurs door of ze met deze aanpak op hun beurt de westerse filosofie geen epistemisch onrecht aandoen. Descartes had tenslotte ook grote verdiensten voor de wetenschap, benadrukken ze, en kritiek op zijn werk moet waken voor „schematisering” ten koste van „nuances” en „evenwichtige waardering”.

Te laat. Tegen die tijd heeft de lezer, behalve een warmbloedige dosis Afrikaanse inspiratie, ook al bijna vierhonderd pagina’s ongenuanceerde schematisering achter de rug.

Afrika

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next