Journalisten als doelwit De dood van een Libanese journalist heeft opnieuw de discussie opgelaaid over de wijze waarop Israël mikt op beroepsgroepen die van oudsher bescherming op het slagveld genieten. De non-profit Committee to Protect Journalists spreekt van een „ernstige schending van het internationaal humanitair recht”.
De Libanese verslaggever Amal Khalil in 2024 in het zuiden van Libanon. Deze week werd ze tijdens haar werk gedood door een Israëlische aanval.
Vormden de Libanese journalisten Amal Khalil en Zeinab Faraj woensdag een rechtstreeks doelwit van het Israëlische leger? Daar lijkt het wel op, volgens de Amerikaanse non-profitorganisatie Committee to Protect Journalists (CPJ). Khalil, een verslaggever voor de Libanese krant Al-Akhbar, overleed aan haar verwondingen. De freelance fotojournalist Faraj raakte zwaargewond; na een spoedoperatie is haar situatie stabiel.
CPJ is „diep verontwaardigd” dat Israël schoot op het gebouw in het Zuid-Libanese dorp At Tiri waarin de twee vrouwen hun toevlucht hadden gezocht. Ze zaten daar nadat ze even eerder van dichtbij getuige waren geweest van een Israëlische aanval op een auto. Officieel geldt er in Libanon een staakt-het-vuren, maar zowel Israël als de Libanese strijdgroep Hezbollah blijft geregeld schieten. Behalve Khalil doodde Israël woensdag nog vier anderen in Zuid-Libanon.
Door de aanval is opnieuw de discussie opgelaaid over de wijze waarop Israël mikt op beroepsgroepen die van oudsher bescherming op het slagveld genieten, zoals journalisten en hulpverleners. Wat deze discussie extra brandstof geeft, is dat Israël woensdag bovendien een reddingspoging voor het tweetal journalisten belemmerde.
Nadat het gebouw was geraakt waarin Khalil en Faraj zich schuilhielden, kreeg het Rode Kruis beperkte toegang tot het gebied, dat op dat moment nog steeds onder vuur lag. De hulpinstantie kon Faraj, die naar verluidt ernstig hoofdletsel had opgelopen, en twee lichamen van gedode burgers evacueren.
Vanwege aanhoudende beschietingen moest het Rode Kruis zich vervolgens toch terugtrekken. Het Libanese ministerie van Volksgezondheid zegt dat het Israëlische leger ambulances onder vuur nam en met onder meer een flitsgranaat de toegang tot het getroffen gebouw blokkeerde. Daarna heeft het Rode Kruis uren gewacht op toestemming om het gebied opnieuw te betreden en op zoek te gaan naar Khalil.
Ook zou een belangrijke toegangsweg tot de plaats zijn geraakt, waardoor hulpverleners het gebied moeilijk konden bereiken. Het Rode Kruis zegt in een reactie dat leden van vier van zijn reddingsploegen woensdag in At Tiri in het ziekenhuis zijn beland door de aanvallen van het Israëlische leger. Directeur Harm Goossens van het Nederlandse Rode Kruis noemt dat „onacceptabel”: burgers en hulpverleners zijn beschermd onder het oorlogsrecht en mogen nooit worden aangevallen.
In de afgelopen maanden verloor het Libanese Rode Kruis twee hulpverleners tijdens hun werk. Ook andere organisaties verloren hulpverleners en velen raakten gewond. „Dat moet stoppen”, zegt Goossens.
„De herhaalde aanvallen op dezelfde locatie, het bombarderen van een gebied waar journalisten zich schuilhielden en het belemmeren van de toegang voor medische en humanitaire hulp vormen een ernstige schending van het internationaal humanitair recht”, stelt Sara Qudah, regionaal directeur van CPJ. „CPJ acht de Israëlische strijdkrachten verantwoordelijk voor het in gevaar brengen van het leven van Amal Khalil en de verwondingen die Zeinab Faraj opliep na de gerichte aanval op hun locatie.”
Ramzi Khaiss, Libanon-onderzoeker van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, zegt dat de dood van Khalil op „geloofwaardige wijze onderzocht” moet worden. „Journalisten die gewoon hun werk doen zijn onder het internationaal recht beschermd als burgers en mogen niet doelbewust worden aangevallen. Het opzettelijk aanvallen van burgers is een oorlogsmisdaad.”
Behalve Khalil doodde Israël in de afgelopen twee maanden in Libanon zeker vijf andere journalisten, naast tientallen hulpverleners. Op 13 maart kwamen er bij een aanval op een kliniek twaalf medische hulpverleners om het leven.
De Israëlische aanvallen op journalisten en hulpverleners doen denken aan de gevechtsstrategie tijdens de vernietiging van Gaza, waarin deze beroepsgroepen evenmin werden ontzien. Net als in Gaza hanteert Israël in Libanon geregeld de tactiek van de ‘tweetrapsaanval’: er wordt een bom gegooid, waarna de hulpdiensten arriveren, en dan gooit het leger op dezelfde plek een tweede bom. Volgens sommige verslagen voegt het leger hier soms een derde of zelfs vierde trap aan toe: elke ploeg hulpverleners die de vorige komt redden, wordt zelf weer aangevallen.
Het Israëlische leger ontkent dat de twee journalisten een doelwit waren en dat het bewust reddingsoperaties heeft tegengewerkt. De aanvallen waren volgens de krijgsmacht gericht op voertuigen die vanuit een door Hezbollah gebruikt militair complex vertrokken waren en die een directe bedreiging vormden voor Israëlische troepen in het grensgebied.
De Israëlische ontkenning wordt stevig in twijfel getrokken. Zo is CPJ „gealarmeerd” door berichten dat Khalil in september 2024 per sms een directe doodsbedreiging ontving die aan het Israëlische leger toegeschreven werd.
Khalil zelf had in een interview gezegd dat ze „via de telefoon rechtstreekse bedreigingen van de Mossad, van de Israëliërs” ontving. „Ze dreigden me te vermoorden. Ze zeiden letterlijk dat ze mijn hoofd van mijn schouders zouden scheiden als ik Zuid-Libanon niet zou verlaten.”
Een Amerikaanse journalist besloot het nummer waarvandaan de bedreiging tegen Khalil kwam te appen met de vraag om commentaar. Het antwoord luidde: „Dit zijn geen onschuldige mensen.” De Libanese journalisten in kwestie, aldus de onbekende persoon die antwoordde, spioneerden voor Hezbollah. „Stuur de groeten aan alle journalisten die aan Hezbollah verbonden zijn, want iedereen die voor de organisatie werkt, moet weten dat ze bestemd zijn voor de dood.”
De Libanese journalistenbond ziet de bedreiging aan het adres van Khalil als bewijs dat de aanval op de journalisten doelbewust was. Bondsvoorzitter Elsy Moufarrej riep de Libanese regering en internationale instanties op om dringend actie te ondernemen tegen wat zij „niet-onderzochte en herhaalde Israëlische oorlogsmisdaden tegen journalisten” noemde.