Home

Wie zijn echt verdwaald in deze roman, de volwassenen of de kinderen?

Alejandro Zambra De twee verhaallijnen in Manieren om naar huis te keren van de Chileense auteur Alejandro Zambra worden geschreven om dat andere, zeldzame verhaal aan de oppervlakte te krijgen: het verhaal van leven onder Pinochet.

Een anti-Pinochet muurschildering

„Ooit ben ik verdwaald.” Zo begint Manieren om naar huis te keren, de derde roman van de Chileense schrijver Alejandro Zambra. Een naamloze jongen van negen verliest zijn ouders uit het oog maar vindt een andere weg naar huis, waar hij eerder aankomt dan zijn ouders. Daardoor denkt hij dat zijn ouders verdwaald zijn, dat „ik de weg terug naar huis wel kende en zij niet.”

„Je hebt een andere route genomen, zei mijn moeder lachend, haar ogen nog vochtig van de tranen. Jullie hebben een andere route genomen, dacht ik, maar ik zei het niet hardop.”

Alejandro Zambra: Bonsai. Het verborgen leven van bomen. Manieren om naar huis te keren. [drie romans] Vert. Luc de Rooy. Meridiaan, 300 blz. €25,99

Deze scène symboliseert op een mooie manier de hele roman, die gaat over hoe verschillende generaties omgaan met de herinneringen aan het leven onder de militaire junta van dictator Pinochet.

Manieren om naar huis te keren dateert uit 2012, toen het verscheen bij uitgeverij Karaat. Nu is het opnieuw uitgegeven door Meridiaan Uitgevers, in een band met Zambra’s eerste twee romans (of novelles eigenlijk) Bonsai en Het verborgen leven van bomen. Omdat die boeken destijds in NRC zijn besproken richt ik me hier op Manieren om naar huis te keren.

Net als zijn twee voorgangers is ook deze roman, met nog geen 140 pagina’s, bepaald niet lijvig, maar Zambra weet een enorme rijkdom aan ideeën, gebeurtenissen en reflecties in zijn smalle boek te verpakken.

Manieren om naar huis te keren bestaat uit twee verschillende verhalen opgesplitst in vier delen. Het eerste deel volgt de verdwaalde jongen. Tijdens de grote aardbeving van 1985 ontmoet hij Claudia, een paar jaar ouder dan hij, die hem vraagt zijn buurman (en haar oom) Raúl voor haar in de gaten te houden. De jongen stemt toe, al heeft hij geen idee waarom Claudia zo in Raúl geïnteresseerd is. Hij is een spion die niet weet wat hij hoopt te ontdekken. Braaf doet hij verslag van zijn speurwerk maar als hij op een dag bij Claudia aanbelt en haar aantreft in gezelschap van een andere jongen is hij beledigd en weigert hij te vertellen dat hij erachter is gekomen dat Raúl bezoek krijgt van een jonge vrouw. De twee verliezen elkaar uit het oog tot zowel Raúl als Claudia verhuist. De jongen weet niet waarheen zij is vertrokken.

In deel twee lezen we het dagboek van een naamloze schrijver die worstelt met de roman waar we net het begin van gelezen hebben. Hij denkt na over zijn ex-vriendin, met wie hij weer samen hoopt te komen, en over het personage dat hij geschapen heeft, Claudia. Hij twijfelt of hij haar de juiste naam gegeven heeft, maar „het is de naam van negentig procent van de vrouwen van mijn generatie” en dat bevalt hem. Zijn ex-vriendin heet Eme, wat een echte naam kan zijn maar wat ook de Spaanse uitspraak van de letter ‘M’ is. Zowel Eme als Claudia is dus op een bepaalde manier naamloos: een initiaal en een naam die zoveel voorkomt dat hij betekenisloos wordt.

Deel drie keert terug naar de roman in de roman. De dictatuur is voorbij, de jongen uit het eerste deel is nu een jaar of dertig. Hij komt Claudia weer tegen, ze beginnen een verhouding en proberen samen de raadselen uit hun jeugd te ontrafelen. In het laatste deel zijn we terug bij het dagboek van de schrijver. Na een korte verzoening blijkt de breuk met Eme nu definitief en hij blijft alleen achter, tobbend met zijn roman.

Het lijkt misschien niet zo origineel, een boek over het schrijven van een boek. Metafictie, bla, bla, dat weten we nou wel. Maar de simpele, subtiele manier waarop Zambra zijn twee verhalen vertelt is meer dan metafictie: in de loop van het boek groeien de verschillende delen steeds dichter naar elkaar toe. De geschiedenis van Claudia heeft veel weg van die van Eme („Je hebt mijn verhaal verteld”, zegt Eme, als ze de roman van de verteller heeft gelezen), de geschiedenis van de jongen lijkt op die van de schrijver. Een boek, mijmert de verteller, is „altijd de andere zijde van een ander immens en zeldzaam boek.” Hij schrijft zijn roman om dat andere, zeldzame verhaal aan de oppervlakte te krijgen: het verhaal van leven onder Pinochet.

Terroristen

De twee middelste delen van de roman heten „De literatuur van de ouders” en „De literatuur van de kinderen” en dit is de kern van Manieren om naar huis te keren: hoe ervaren ouders en kinderen het dagelijks leven in een dictatuur? De ouders zijn afgeleid door de terreur van arrestaties, huiszoekingen, verdwijningen, door doden, steeds meer doden; de kinderen ervaren juist een enorme vrijheid en zwerven onbekommerd door de stad. Dat het centrum van Santiago ze met traangasbommen ontvangt deert ze niet, ze weten niet beter. „Terwijl de volwassenen elkaar vermoorden of dood waren, zaten wij in een hoekje tekeningen te maken.” De kinderen zijn secundaire personages in de literatuur van de ouders.

Dit verandert als de kinderen volwassen zijn geworden en terugkijken op hun jeugd in de militaire junta, naar de handelingen van hun ouders. Op de universiteit realiseert de verteller zich voor het eerst dat hij, in tegenstelling tot veel van zijn studiegenoten, uit een familie zonder doden komt – iets waar hij zich bijna voor schaamt. Het kan maar één ding betekenen: zijn ouders hebben zich nooit tegen het regime verzet. Hij confronteert zijn moeder: „Door je er niet mee bezig te houden steunden jullie de dictatuur.” De manier waarop zijn moeder zich verdedigt tegen de aanklacht van haar zoon bevestigt zijn vermoeden: „Nooit, noch je vader noch ik, waren we voor of tegen Allende, of voor of tegen Pinochet.” Mensen die vochten tegen het regime noemt de moeder terroristen terwijl de verteller hun daden goedkeurt en deze zelfs bewondert. Dictaturen worden niet zomaar omver geworpen.

Hier neemt de literatuur van de kinderen het over van die van de ouders. De verteller herschrijft de herinneringen uit zijn jeugd en maakt van zijn ouders secundaire personages. Hun wegen scheiden zich, ze nemen ieder een andere route naar hun verleden en allebei vinden ze dat het de ander is die is verdwaalt.

Boekrecensies fictie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next