Home

De man kreeg een nieuwe baas, die zijn loon niet betaalde en onbereikbaar was

Als het hostel waar hij schoonmaakt overstapt naar een nieuw schoonmaakbedrijf, gaat de schoonmaker automatisch mee. Maar zijn nieuwe baas laat hem eerst weinig en dan niks meer doen en is compleet onbereikbaar. De man stapt naar de rechter voor loon, ontslag en schadevergoeding.

De zaak

Een man maakt sinds oktober 2018 schoon in een hostel in Amsterdam. Hij heeft een arbeidscontract bij schoonmaakbedrijf BoClean. Begin 2025 stapt het hostel over naar een ander schoonmaakbedrijf, Ö&I, dat het werk uitbesteedt aan AHR. Beide zijn Duitse bedrijven. De man blijft in principe het zelfde werk doen en sluit nu een contract met AHR, voor negentien uur in de week. Maar Ö&I en AHR laten hem veel minder werken en vanaf maart 2025 helemaal niet meer. Hij krijgt geen loon en ook zijn pensioenopbouw wordt stopgezet. Als hij verhaal wil halen, blijken beide partijen volledig onbereikbaar. De man stapt naar rechtbank Rotterdam en vraagt de rechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden, wegens ernstig verwijtbaar gedrag van de werkgever en daarbij richt hij zich tegen zowel Ö&I als AHR. In eerste instantie wil hij ook het hostel bij de procedure betrekken, maar dat betaalt zijn loon plus vakantiegeld van 2 januari 2025 tot 1 februari 2026. Van de Duitse schoonmaakbedrijven eist hij nu loon en vakantiegeld vanaf februari 2026 en pensioenopbouw vanaf januari 2025.

Ook wil hij een transitievergoeding en een billijke vergoeding, vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van zijn werkgevers.

De uitspraak: loon, vakantiegeld en vergoedingen moeten betaald worden

Beide Duitse partijen verschijnen niet in de rechtbank. Ze zijn daar wel correct voor opgeroepen, concludeert de rechter. Omdat zij dus ook geen weerwoord bieden, gaat de rechter uit van wat de schoonmaker „stelt”: Ö&I is de partij met wie hij eigenlijk een arbeidsovereenkomst heeft, ook al staat AHR op het contract. Hij wordt aangestuurd door Ö&I en bovendien heeft Ö&I de klus in het hostel overgenomen van BoClean. In de toepasselijke cao staat dat het nieuwe schoonmaakbedrijf automatisch het personeel ook overneemt. Ö&I moet dan ook het loon betalen dat het hostel nog niet betaald heeft, plus vakantiegeld, tot en met 27 maart, de dag van de uitspraak en daarmee ook de dag waarop de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. En Ö&I moet de man vanaf januari 2025 tot 27 maart weer aanmelden voor pensioenopbouw.

De man heeft ook recht op een transitievergoeding en een billijke vergoeding, omdat de werkgever inderdaad, concludeert de rechter, ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

De man beschrijft wat lang niet betaald krijgen voor impact op hem heeft gehad. Hij stelt dat hij in ernstige financiële problemen is gekomen en dreigde zijn woning te verliezen. Hij heeft op straat gezocht naar statiegeldblikjes en -flesjes, om zijn eerste levensbehoeften te kunnen betalen. Hij vertelt dat hij at uit de vuilnisbak van het hostel. En dat de onzekere situatie hem grote psychische problemen opleverde, dat dit hem zelfs op de rand van zelfmoord heeft gebracht. Ook omdat Ö&I onbereikbaar was voor de man, vindt de kantonrechter het handelen en nalaten ernstig verwijtbaar.

Voor de transitievergoeding gaat de rechter uit van ruim zeven jaar dienstverband, de jaren dat hij voor BoClean werkte tellen mee. Voor de billijke vergoeding komt de rechter wel op een lager bedrag dan wat de man vroeg. 10.000 euro in plaats van bijna 28.000. Daar speelt mee dat de man vertelt dat hij sinds juli weer voor BoClean werkt, ook 19 uur per week. Maar de man wijst ook op een uitzending van Nieuwsuur van 6 februari van dit jaar waaruit blijkt dat Ö&I en AHR onder meer asielzoekers en andere arbeidsmigranten ronselen om hen tegen een loon ver onder het minimumloon te laten werken. Sommige werknemers krijgen nooit uitbetaald. De ervaring van deze schoonmaker staat dus niet op zichzelf, ziet de rechter. En daarom besluit ze dat de billijke vergoeding „zo’n hoogte moet hebben dat die Ö&I afschrikt om in de toekomst op deze manier de arbeidsrechtelijke regels aan zijn laars te lappen”.

Het commentaar

„Dit is een duidelijk voorbeeld van een malafide constructie”, zegt Hanneke Bennaars, partner arbeidsrecht bij A&O Shearman. Het hostel huurt een partij in, die het werk vervolgens laat uitvoeren door een andere partij, die dan weer gebruikmaakt van de schoonmakers van het bedrijf dat het hostel eerder inhuurde. „Het hostel heeft het nog netjes gedaan door het loon aan de man te betalen.” Maar de partijen die hem eigenlijk zouden moeten betalen, zijn onvindbaar.

„Het is opvallend dat de rechter bij de billijke vergoeding zegt dat die ook de werkgever moet afschrikken om door te gaan met deze praktijken. Op grond van Hoge Raad-rechtspraak heeft deze vergoeding geen specifieke straffunctie.” 

„De man heeft nu deze uitspraak op zak om de vergoedingen op te eisen. Maar of hij zijn geld ook echt krijgt? Dat gaat veel geld en moeite kosten. Je leest in de uitspraak hoe moeilijk het al was om Ö&I en AHR voor deze zaak te laten oproepen. Via een Duitse deurwaarder, adressen bleken niet te kloppen. Je maakt heel veel kosten om uiteindelijk aanspraak te maken op (grotendeels bruto) 20.000 euro, terwijl het de vraag is of dat bedrag echt geïnd kan worden.”

En deze zaak – bleek ook wel tijdens de behandeling – staat niet op zichzelf. Bennaars noemt het pijnlijk. „Als je bedenkt hoeveel mensen zo behandeld worden, en hoe weinig dit uiteindelijk bij de rechter komt, dan is dat schrijnend.”

Deze rubriek belicht wekelijks rechterlijke uitspraken met economische gevolgen voor mensen of bedrijven

Economie & recht

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next