Economen blijven zich blindstaren op productiviteitsgroei als oplossing voor al onze problemen. Maar juist deze smalle blik zorgt ervoor dat we blijven vastlopen.
Na alarmerende rapporten van onder anderen Mario Draghi en Peter Wennink was het recent de beurt aan de economen van Rabobank om Nederland wakker te schudden. Onze economie verliest aan concurrentiekracht en het toekomstige verdienvermogen staat onder druk, constateren de onderzoekers. In lijn met analyses van Draghi en Wennink volgt de voorspelbare verklaring: de productiviteitsgroei blijft achter. Deze keer niet alleen bij de VS maar ook bij België en Denemarken.
Zo’n ronkende kop doet het altijd goed in de media. Op deze manier dient het, wellicht onbedoeld, als megafoon voor het groei-evangelie: onze samenleving vergrijst, dus moeten we wel meer produceren per werknemer, anders is er geen economische groei die onze welvaart veiligstelt. Maar juist die ogenschijnlijk logische redenering beperkt het debat. Wie productiviteit centraal stelt, kijkt te smal naar hoe de economie de samenleving uiteindelijk zou moeten dienen.
Over de auteur
Joeri de Wilde is senior econoom bij Triodos Bank.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Laten we eens kijken naar de gemaakte vergelijking met Denemarken. Dat land geldt als voorbeeld: hogere productiviteitsgroei, vooral in internationaal concurrerende sectoren. De boodschap is duidelijk: daar moeten we van leren.
Maar zulke vergelijkingen suggereren een maakbaarheid die er in de praktijk nauwelijks is. Verschillen in productiviteit komen niet alleen door simpelweg meer te investeren in onderzoek en ontwikkeling of kapitaal. Ze zijn koersafhankelijk en hangen ook samen met de geschiedenis, de locatie, en bredere institutionele en culturele structuren, zoals kennis en expertise, de inrichting van de welvaartstaat, de huidige bedrijvigheid, grondstoffen en beschikbare ruimte.
Denemarken combineert bijvoorbeeld hogere belastingen met een sterke sociale zekerheid en heeft een breed draagvlak daarvoor. Dat model kopieer je niet door bedrijven extra te laten investeren of de arbeidsmarkt iets flexibeler te maken. Door landen te vergelijken alsof ze inwisselbaar zijn, wordt vaak onderschat hoe complex economische systemen echt in elkaar zitten.
Nog belangrijker is wat vaak buiten beeld blijft. Nederland is van oudsher sterk in sectoren als logistiek, chemie en voedingsmiddelenindustrie. Sectoren die relatief productief, maar ook energie-intensief zijn en zwaar drukken op klimaat en ruimte. Sinds 2022 is de concurrentiepositie van deze sectoren sterk onder druk komen te staan door de scherp gestegen energiekosten.
Het lijkt dan logisch om deze sectoren te steunen en sterker te maken. Maar dat is niet per se de beste keuze. Een hogere productiviteit in vervuilende of strategisch kwetsbare sectoren maakt een economie niet per definitie toekomstbestendig.
De relevantere vraag is daarom: willen we deze sectoren behouden, en zo ja, tegen welke prijs?
Door Nederland en Denemarken zo met elkaar te vergelijken, wordt bovendien voorbijgegaan aan hét punt van Mario Draghi: als de EU een economische en geopolitieke macht wil zijn, moet het als geheel opereren. Dat betekent dus niet dat elk land dezelfde sectoren moet versterken, maar dat er specialisatie ontstaat binnen de Europese economie.
Zo bezien zijn verschillen in productiviteit tussen EU-landen geen probleem op zich, maar een logisch gevolg van economische taakverdeling. Dat vraagt wel om een politiek gesprek over herverdeling en samenwerking, een onderwerp dat in veel nationale productiviteitsanalyses nou juist ontbreekt.
De fixatie op productiviteitsgroei versmalt het economisch debat, omdat een middel tot doel wordt verheven. Daardoor blijven fundamentelere vragen onderbelicht.
Welk systeem dient brede welvaart het best? Welke sectoren passen bij onze klimaatdoelen, onze energiepositie en ons streven naar meer Europese autonomie? En hoe verdelen we sectoren en welvaart binnen Europa?
Dat zijn lastigere vragen dan alleen kijken naar een productiviteitscijfer, maar de antwoorden zijn uiteindelijk waardevoller. Zolang deze vragen niet centraal staan, zullen analyses over productiviteitsgroei vooral doen wat ze altijd doen: het bestaande denken bevestigen, in plaats van het uit te dagen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant