Aanval zoutzuur Jakarta Als jurist streed de 27-jarige Andrie Yunus tegen uitbreiding van de macht van militairen in Indonesië. Vorige maand kreeg hij zoutzuur in zijn gezicht gegooid. Tegen de verwachting in werden hiervoor vier verdachten aangehouden, ze werken bij een militaire inlichtingendienst en staan volgende week terecht.
Steunbetuiging voor jurist Andrie Yunus die met zoutzuur is aangevallen. Hij verzette zich samen met NGO Kontras tegen de uitbreiding van de macht voor militairen in Indonesië.
Andrie Yunus (27) is het zicht aan één oog volledig kwijt. Hij wordt nog behandeld voor zijn brandwonden. De jurist van de Indonesische mensenrechtenorganisatie Kontras was in Jakarta op 12 maart net klaar met een podcastopname over een wet die de macht van het leger uitbreidt, toen twee mannen rijdend op een brommer zoutzuur in zijn gezicht gooiden.
Kort na de aanslag wist de stadspolitie op basis van straatcamerabeelden vier officieren van de militaire inlichtingendienst BAIS als schuldigen aan te wijzen. Een week later verrichtte de militaire politie, die de zaak had overgenomen, vier arrestaties. De BAIS-officieren zouden een persoonlijk wraakmotief hebben. Woensdag 29 april begint de zaak in een militaire rechtbank in Jakarta.
De aanval op Yunus wordt gezien als een nieuwe escalatie in een toenemend klimaat van repressie. Sinds het presidentschap van Subianto Prabowo is intimidatie van kritische wetenschappers, journalisten en mensenrechtenactivisten toegenomen. „Amnesty ontving in 2025 295 meldingen van overheidsintimidatie”, vertelt Usman Hamid, directeur van Amnesty Indonesië aan de telefoon. „En dan tellen we de duizenden arrestaties en martelingen van demonstranten, die in augustus tegen de toenemende militarisering protesteerden, niet mee.” In de meeste gevallen zijn slachtoffers te bang om aangifte te doen en wordt niemand gearresteerd.
Dat er nu verdachten terecht staan, is uitzonderlijk. Nog opmerkelijker is dat de militaire inlichtingendienst BAIS de operatie niet ontkent. Het hoofd van de dienst is opgestapt, maar er blijven veel vragen. Wie was de opdrachtgever van de aanslag? Wie wisten ervan? Ook zijn er ongerijmdheden. Initialen van de verdachten die terechtstaan komen bijvoorbeeld niet overeen met de namen van de mannen die de politie aanwees. Mogelijk speelt op de achtergrond oude rivaliteit tussen de politie en het leger een rol.
Volgens onderzoekers van mensenrechtencoalitie TAUD, die Yunus bijstaat en alle feiten boven water probeert te krijgen, waren minstens zestien personen betrokken bij de aanslag. De operatie werd maandenlang voorbereid en gecoördineerd vanuit een villa in zuid-Jakarta die door BAIS-agenten werd gebruikt.
Volgens het onafhankelijke magazine TEMPO zijn er minstens drie andere potentiële doelwitten, onder wie Amnesty-directeur Hamid, Muhammad Isnur, voorzitter van het rechtshulpbureau YLBHI en econoom Bhima Yudhistira, directeur van een economisch onderzoeksinstituut. Gezien de schaal van de operatie is het onwaarschijnlijk dat de vier BAIS-agenten de aanslag op eigen houtje hebben beraamd.
Zittingen van militaire rechtbanken vinden doorgaans achter gesloten deuren plaats en er wordt beperkt over gecommuniceerd. Mensenrechtenactivisten vrezen dat de zaak van Yunus in een doofpot verdwijnt. Ze willen dat de zaak wordt overgedragen aan een burgerrechtbank.
Het is volgens mensenrechtenorganisaties aannemelijk dat de aanval op Yunus samenhangt met zijn verzet tegen de militarisering van Indonesië. Vorig jaar maart drongen Yunus en andere activisten met protestborden het luxehotel Fairmont binnen. Parlementsleden en afgevaardigden van het leger hielden er een besloten bijeenkomst over een wetsvoorstel dat het Indonesische leger, net als in de tijd van autocraat Soeharto (1966-1998), machtsposities geeft in burgersectoren. Inmiddels zijn talloze militairen benoemd op politieke en economische sleutelposities. Het ministerie van Defensie coördineert omvangrijke nationale landbouw- en voedselprogramma’s en 80.000 nieuwe „roodwit-coöperaties”, lokale handelspunten van levenswaren.
Critici en journalisten zien overeenkomsten met de onopgeloste moord op een voorganger van Yunus, Kontras-directeur Munir Said Talib, die mensenrechtenschendingen van het Indonesische leger in Oost-Timor en Papua aan de kaak wilde stellen. Onder andere misdaden waar oud-Soeharto-generaals, de huidige minister van Defensie Sjafrie Sjamsoeddin en president Prabowo mee in verband worden gebracht. Munir werd in 2004 vergiftigd met arsenicum in een KLM-vliegtuig van Jakarta naar Amsterdam.
Er zijn al jaren verdenkingen dat Abdullah Mahmud Hendropriyono, toenmalig hoofd van de Indonesische staatsveiligheidsdienst (BIN), de aanslag op Munir organiseerde. Een piloot van de Indonesische nationale vliegtuigmaatschappij Garuda zou in opdracht van BIN Munir een gifdrankje hebben gegeven. De piloot werd in eerste instantie veroordeeld. In hoger beroep werd hij, samen met Hendropriyono’s onderofficier die ook terechtstond, vrijgesproken.
Het is opvallend dat recente pogingen om de zaak van Munir te heropenen zijn tegengewerkt. Het is niet duidelijk of de staatsveiligheidsdienst ook de hand heeft gehad in de Yunus-zaak. De dienst speelde tijdens het Soeharto-regime een donkere rol in de strijd tegen oppositie. BIN is nog steeds zeer invloedrijk, volgens ingewijden machtiger dan de militaire inlichtingendienst BAIS.
Volgens Amnesty-directeur Hamid zijn beide zaken bedoeld om angst te zaaien onder burgers die kritiek uiten op wetteloosheid en militarisering van de maatschappij. „President Prabowo ziet alle kritiek als buitenlandse inmenging. Hij heeft activisten herhaaldelijk weggezet als buitenlandse agenten, die chaos en maatschappelijke onrust veroorzaken. De president creëert een klimaat waarbij activisten als vijanden van de staat worden neergezet. Maar we weigeren om monddood gemaakt te worden.”