Zonne-energie hoef je niet te poten zoals aardappelen. Niet te maaien zoals graan of te rooien zoals ui. De energie van een zonne-akker gaat direct naar de klant, via een kabel ondergronds. Je hebt geen schuur nodig, geen tractor, zelfs je overall blijft schoon.
En juist dat deed akkerbouwer Kees Zwanenburg (63) vooraf twijfelen. Als boer is hij gewend te denken in wisselteelt, om de grond gezond te houden, en in opbrengst, tastbare opbrengst. Om dan een deel van je goeie grond, 17,5 van de 45 hectare, te verpachten aan een energiecoöperatie die ‘m vol legt met zonnepanelen voor de komende twintig jaar, dat voelde toch wel als „eh… omdenken”.
Zwanenburg had het stuk land alvast ingezaaid met gras en in augustus vorig jaar begon de bouw. Een half jaar lang werkte ruim tachtig man – veelal Oost-Europeanen – op zijn land aan het zonnepark dat nu glinstert in het weidse landschap langs de A27 bij Almere. Je vindt er over een lengte van honderden meters tientallen rijen met elk zes panelen schuin neergezet in stellages tot ruim twee meter hoogte. Zo’n 40.000 panelen in totaal, om 7.500 huishoudens van stroom te voorzien.
„Maar ik heb ze niet nageteld hoor”, zegt Zwanenburg bij de oprit van zijn boerderij gelegen naast het zonnepark. Hij komt er net vandaan, onder de panelen heeft hij zojuist met een woeler de grond verbeterd. Op sommige plekken was het „één grote baggerbende”, vanwege de bouw ’s winter in de regen op de klei. Terwijl, er moet grás groeien en niet Japanse duizendknoop of distels of, erger, Jakobskruiskruid. Want straks grazen hier tientallen schapen onder de panelen, solar grazing, om het gras kort te houden, en dan wil je niet dat ze giftig onkruid eten.
„Zonneboer” noemt Zwanenburg zichzelf liever niet. Bovenal is hij akkerbouwer: twee derde van zijn land is nog altijd aardappel, ui, suikerbiet of graan. En een tijdje heeft hij zich ook wel „molenaar” gevoeld. Toen stonden op ditzelfde stuk land tien windmolens die hij beheerde met een clubje boeren uit de streek. Leuk werk, want Zwanenburg is technisch onderlegd en omdat die molens altijd wel „een piepje of een kraakje” hadden, ging hij geregeld mee omhoog. „Zelfs in de wieken kun je heel wat meters komen.”
Maar de windmolens moesten weg, die waren volgens de nieuwe overheidsnormen te klein geworden, en omdat de aansluiting op de tien kilometer stroomkabel wél kon blijven liggen, bleek een zonnepark geen gek idee.
Met zijn dochter had Zwanenburg over het zonnepark wel discussie. Hij is derde generatie boer, zijn dochter (23) vierde en die had op deze goeie grond liever teelt gezien. Maar de concurrentie van graan en suikerbiet op de wereldmarkt is enorm, aardappelen zijn vanwege de overschotten dit jaar al helemáál niets meer waard en ook de boerenwijsheid „uien is huilen” klopt. „Financieel gezien dan.”
Eerlijk? Ook Zwanenburg had het liever anders gezien. „Maar je wilt je bedrijf gewoon zo goed mogelijk achterlaten voor de volgende generatie, en dat is puzzelen.” En dus begint hij onder de panelen misschien ook nog wel een bijenhouderij. En een biologische bloemenweide, „al zal dat door gebrek aan zonlicht nog een kluif worden”.
Alleen de vele ganzen hier zijn nog wel een punt. Die vliegen over de zonnepanelen en… fláts. „Goed, heb je robots voor. Maar ík ga dat niet schoonmaken.”
Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag