Home

Zeg het met bloemen – maar wat hebben deze bloemen eigenlijk te zeggen?

Bloemen Tulpen die meebewegen met de bitcoin-koersen, Noord-Koreaanse bloempatronen, zwaarwichtige installaties vol betekenis. De decoratieve en esthetische rol van bloemen is breed, en de tentoonstelling daarover in de Rotterdamse Kunsthal wil daar erg veel over vertellen.

Miguel Chevalier, Extra-Natural, 2023.

Mensen zijn rare wezens. Ze bootsen frêle bloemblaadjes na op theeserviezen en schilderen jasmijnbloemen op champagneflessen. Bloemen uit compleet verschillende seizoenen combineren ze via olieverf in één stilleven dat ze, vier eeuwen later, hernemen in een video-animatie waardoor details van het boeket bewegen. Ze ontwerpen kanariegele ruimtes met ragfijne nepbloemen op sokkels, of een glazen bloembed als symbool van diversiteit – niet van bloemen, maar van mensen. En die presteren het dan om, bij de aanblik van al deze kunstmatigheid, te verzuchten hoe prachtig de natuur toch wel niet is.

Tentoonstelling

Flowers Forever, t/m 30 augustus in de Kunsthal, Rotterdam. Info: kunsthal.nl

Met deze en meer kunstwerken laat de tentoonstelling Flowers Forever duizend bloemen bloeien, zoals de catalogus belooft. Kunstbloemen dan. Echte bloemen hangen alleen in de eerste zaal, in een installatie met droogbloemen van Rebecca Louise Law, die laat zien wat ‘forever’ in combinatie met ‘flowers’ betekent: de dood.

Gelukkig bloeien bloemen in andere kunst wel forever. Dat was een van de redenen waarom vroeger botanische tekeningen zo werden gekoesterd: in de kille winter zag je daarin al de lenteblaadjes om je op te verheugen. Tegelijk waren deze tekeningen studiemiddelen om de natuur in kaart te brengen en te kunnen beheersen. De gevolgen van menselijk ingrijpen worden geëtaleerd in afbeeldingen in de eerste themazaal – bollenvelden, kassen, genetische manipulatie. Maren Jeleff en Klaus Pichler tonen foto’s van schimmels op tulpen die door de internationale tulpenbollenhandel rondreizen en zo resistent zijn geworden dat ze gevaarlijk worden voor de mens. Willen we zo ver gaan voor ons bosje tulpen op tafel?

Rebecca Louise Law, La Fleur Morte, 2025.

Decoratief randje

De expositie maakt duidelijk hoe in onze leefwereld de bloem de mens is gaan dienen: als decoratief randje in kleding en gordijnen, of om haar schoonheid opgevoerd in kunst. Die decoratieve en esthetische rol is zo breed, en de tentoonstelling wil daar zo veel over vertellen, dat er nietszeggende combinaties ontstaan. Zo is er in de eerstvolgende themazaal, over mythologie en religie, zoveel symboliek, en zoveel kunst – maar de werken versterken elkaar niet. Er hangen twee prenten van Narcissus, die volgens de mythe verliefd werd op zijn spiegelbeeld en zo vol van zichzelf raakte dat hij eraan overleed, waarna op de plek van ontbinding volgens Ovidius saffraangele bloemen ontsproten. Dat zijn fraaie prenten, maar er is geen klik met het andere werk in de zaal: de devote Maria’s, het Boeddhabeeld in lotushouding, een schilderij van Cabanel uit 1883 van Cleopatra die twee bloemen vasthoudt.

Wel heerlijk, Cabanel, en fijn dat zulke wulpse 19de-eeuwse kunst niet langer wordt opgeborgen als academische kitsch. En er is meer laat-19de-eeuwse smachtend broeierige bloemigheid. In de zaal ‘Kostbare bloemen’ (kimono, tulpenvazen, porselein, zilverwerk) staat een vaas van Émile Gallé uit 1899 die versierd is met uiterst sensueel verwelkende bloemen. In een geweldig monumentaal videodrieluik uit 2019 van Anna Ridler openen en sluiten tulpen zich als een gracieus driekoppig orakel; de bewegingen zijn afgestemd op de Bitcoin-koersen die de kunstenaar vergelijkt met de tulpenmanie van de 17de eeuw.

De bekende reclameslogan ‘Zeg het met bloemen’ moet zijn afgeleid van de kunstgeschiedenis, kunsthistorici schreven dikke boeken vol over de symboliek van bloemen – rozen, lelies, tulpen en zelfs peterselie hebben in de kunsten allerlei betekenissen. In de politiek werden rozen in de 15de eeuw op het schild gehesen toen rond de Engelse troon de Rozenoorlogen werden uitgevochten. Frankrijk zou de lelie als koninklijk attribuut inlijven. In Portugal ontsproot de Anjerrevolutie, in China de Jasmijnrevolutie en Noord-Korea organiseert massabijeenkomsten waar duizenden mensen wat ondefinieerbare bloempatronen vormen – in de tentoonstelling is een foto daarvan te zien, van Andreas Gursky. Hippies ontwikkelden flower power en gaven planten een pacifistisch imago, ver voordat onderzoeken verschenen over dat ook onder planten en bomen huftergedrag zou bestaan.

Tracey Bush, Paardenbloem, uit ‘The Nine Wild Plants Project’, 2022.

Miguel Chevalier, Extra-Natural – Seed n°11, 2016.

Geen muurbloempjes

Het zijn geen muurbloempjes, deze politieke boegbeelden. Maar met botanische kennis heeft die symboliek natuurlijk niets te maken. Dat is ook geen wonder want we hebben steeds minder kennis van planten, zoals Tracey Bush aangeeft met haar collages waarvoor ze silhouetten van bijvoorbeeld een paardenbloem – die kennen mensen nog wel – uit verpakkingen van Coca-Cola en McDonald’s knipt. Zij volgt daarmee de bewering van milieuactivist Paul Hawken dat de gemiddelde volwassene in de westerse wereld ruim duizend merknamen of logo’s kent, maar minder dan tien lokale planten.

Arme bloemen. Het is de vraag of die er geen spijt van hebben dat ze de verbeelding van hun bestaan uit handen hebben gegeven aan de mens. Onvoordelig staan ze er niet per se op, maar ook niet heel levendig of handelingsbekwaam. Dat laatste kun je de kunstenaars moeilijk aanrekenen. Vanuit een antropocentrische blik ‘doen’ planten weinig, maar andersom zouden die over ons hetzelfde kunnen zeggen: terwijl mensen veel meer zintuigen gebruiken, bewijst deze tentoonstelling dat wij vooral visueel georiënteerd zijn. Uit snijbloemen hebben we veel geur weg gekweekt omdat vooral vorm en kleur commerciële meerwaarde hebben.

Vroeger was geur juist belangrijk, vertelt de catalogus. Toen grachten als riool dienden, zetten mensen kruiden of bloemen neer tegen de stank. Na de Franse Revolutie raakten bloemen uit de mode omdat ze golden als luxeartikel, eind 19de eeuw kwamen er bloemenwinkels. Al met al zijn bloemen deel van een menselijke wereld waar vanaf de landbouwrevolutie, duizenden jaren geleden, genetische modificatie ertoe heeft geleid dat in 1996 de eerste compleet gemodificeerde transgene bloem de verkoop in kon: een Japans bedrijf had een anjer blauw weten te maken.

Terug naar de tentoonstelling. Daar zijn ook ruimtevullende installaties. Meadow van Studio Drift, met zeven bloemvormige lampenkappen, gaat volgens de zaaltekst ‘over veranderingen in de natuur’ en laat zien ‘hoe een object zonder leven toch bewegingen kan maken die gevoelens uitdrukken’ – best zwaarwichtige credits voor bewegende lampenkappen.

Ook aan andere installaties worden stevige betekenissen toegeschreven. De stalen bloemsilhouetten van Zadok Ben-Davids Blackfield gaan over ‘hoe we kijken en begrijpen’, en laten ons ‘nadenken over leven en dood.’ De vele bezoekers die dit instagrammable half-zwart-half-kleurige veld enthousiast fotograferen, kijken echter niet alsof ze over de dood staan na te denken. De interactieve installatie Extra-Natural van Miguel Chevalier legt zich toe ‘op de observatie van het plantenrijk en de imaginaire overdracht daarvan naar de digitale wereld’, aldus de catalogus. Het zijn projecties van digitale fantasiebloemen die meebewegen met bezoekers. Een vader staat er te springen, waarna zijn kinderen ook maar meedoen; je laat zo’n man ook niet hangen in deze verwijzing ‘naar de symbiotische relatie tussen mens en natuur, die mogelijk opnieuw gedefinieerd moet worden’. Goed plan, dat herdefiniëren, misschien dat zulke kunst dan wordt afgeschaft.

Studio mo man tai, ‘Reflecting Diverseness’, 2025.

De taal van bloemen

Ondanks de soms prachtige kunst kan je je afvragen of ze wel de allerbeste pers voor flora zijn. In de zaal ‘De taal van bloemen’ is het Postbus 51 tv-spotje uit 1987 te zien, dat waarschuwt voor hiv en aids: een bij vliegt van bloem naar bloem, zonder condoom, en sterft. De monitor staat naast een roosvormig halssieraad van Gijs Bakker en een schaalmodel van een decor voor Richard Wagners Parsifal, uit 1882, waarin bloemenmeisjes graalridders verleiden. Dan zijn er nog posters van de Keukenhof, een titelblad voor het lied ‘It’s Tulip Time in Holland’, een wandtapijt naar het middeleeuwse liefdesgedicht Roman de la Rose.

Deze zaal slaat nergens op.

Bijna zou je zeggen: had dan doorgepakt ook. Als alles kan, en bloemen blijkbaar zulke breedsprakige kletskousen zijn die lastig to the point komen, sleur dan een bloemencorso de zaal door en voeg zingende musicalbloemen toe. Als je toch uit de bocht vliegt, doe het dan met flying colors.

Maar goed. De tentoonstelling is uiterst fotogeniek, heeft een rijke catalogus en werkelijk geweldige bruiklenen. Beeldschoon houwde Aimé-Jules Dalou in 1866 een Eva uit marmer, met paradijselijke bloemen. De Venus van zijn tijdgenoot Dante Gabriel Rossetti, tussen rozen en kamperfoelie, is met zichtbare liefde geschilderd. En de botanische tekeningen van Marianne North rond 1880 hebben een energie die je in zulke prenten zelden ziet.

Duizend bloemen hier en vaak zijn ze niet meer dan een decoratief randje, een biesje, een motiefje op een koffiemok – maar misschien is dat minder oppervlakkig dan het klinkt. Als Rudolf Borchardt, auteur van Der leidenschaftliche Gärtner (1951), gelijk heeft, verlangt de mens altijd naar de tuin als het paradijs waar we ooit uit verdreven zouden zijn, en kan de aanblik van één bloem ons al terugvoeren naar die hunkering.

Ook ongelovigen kan dat idee van een diep verlangen aanspreken, aangezien wij mensen zonder de natuur ten dode opgeschreven zijn. En weet je wat je kunt doen na bezoek aan de tentoonstelling? Een tuin opzoeken, de natuur ingaan. Want, daar heb je bloemen. Echte.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next