Theatermakers De Hoe De komende maanden tourt het Vlaamse topgezelschap De Hoe door Nederland met zijn briljante komedie ‘Opening Night’. „Ironie is net als punk een middel om wat vastzit open te breken. Met ironie blijft alles in beweging.”
Scène uit de voorstelling 'Opening Night' van theatercollectief De Hoe.
Begin tegen Peter Van den Eede niet over acteurs die opgaan in hun rol. „Acteren is geen kwestie van virtuoos verdwijnen in een personage. Dat is niet interessant, geen kunstenaarschap. Om het kunst te laten zijn, moet acteren op een bepaalde manier onaf zijn en onaf blijven. Het is aan de toeschouwer om het beeld van een karakter te voltooien. Als acteur laat je openingen voor interpretatie.”
En heb het al helemaal niet over method acting, waarin het personage de acteur compleet overneemt. „Dan stop je als acteur met zoeken. Dan wordt het poppenkast, met kartonnen figuren. Niet dat je geen poppenkast kan spelen, maar ik prefereer het tegendeel: dat je soms níét aan het spelen bent. Een personage is een attribuut waar je mee speelt, waar je seks mee hebt. Je gaat erin en eruit. Als je eruit stapt, zie je de acteur. Dus wie de persoon op de vloer is, kun je niet definiëren.”
De Vlaamse acteur heeft sterke opinies over hoe hij theater wil maken en over wat de juiste attitude is voor een acteur. Acteren moet meer zijn dan een ambacht, want anders komt het publiek niet verder dan bewonderen van wat knap is gedaan, zegt hij. Zijn doel is hogere honing: in kunst gaat het om „begoocheling, Begeisterung, over hoe het vertoonde je als kijker verandert”.
De 63-jarige Van den Eede is een spil van het Vlaamse collectief De Hoe, dat de komende maanden door Nederland tourt met zijn briljante komedie Opening Night: een reprise van een van zijn drie recente ensemblestukken over toneelspelen. Na Opening Night (uit 2023) volgde vorig jaar De Sitcom. Recent was er De Sitcomeback.
Het Vlaamse topensemble De Hoe komt voort uit Compagnie de Koe, in 1989 opgericht door onder anderen Van den Eede. De afgelopen decennia vormde hij met Natali Broods en Willem de Wolf de artistieke kern. Vijf jaar geleden volgde een fusie met Hof van Eede, het gezelschap rond Peters dochter Ans Van den Eede en schoonzoon Wannes Gyselinck. De groep wordt wisselend aangevuld met jongeren, sinds De Sitcomeback een duo Nederlandse theatermakers, Julie Boellaard en Sweder de Sitter.
Opening Night biedt een onthullend kijkje achter de schermen van een theatergroep, waarbij de repetities voor een voorstelling over de liefde voortdurend overlopen in persoonlijke liefdesverklaringen en geflirt. Ook De Sitcom speelt zich af achter de schermen, maar nu van een tv-serie, waarbij het maken van een documentaire over het maken en spelen van een sitcom is toegevoegd als extra laag. In De Sitcomeback is het tijd voor reflectie op al dat doen alsof en op begrippen als waarachtigheid, spelend leven en de (on)wenselijkheid van herhaling. Met ironie als voornaamste stijlkenmerk stookt de groep virtuoos en zeer geestig de verwarring steeds hoog op.
Het stichten van die verwarring heeft allerlei redenen, blijkt in een gesprek met twee van de makers, Peter Van den Eede en twintiger Julie Boellaard, in het Vlaams Cultuurcentrum De Brakke Grond in Amsterdam. Van den Eede koestert bijvoorbeeld een grote liefde, zegt hij, voor de trompe-l’oeil. In de beeldende kunst is dat een optische illusie, zoals Escher ze graag tekende: water kan naar boven stromen en een hand tekent zichzelf. Bij De Hoe is het een koprol in de taal, een paradox in het gesprek.
In Opening Night verkondigt Van den Eede dat hij geen tekst meer leert, om vervolgens langdurig eloquent aan het woord te zijn, en tussendoor net zo makkelijk te opperen dat hij zijn tekst kwijt is. Hij vertelt ook, zogenaamd „gisteren na de voorstelling”, dat er een vrouw naar hem toe kwam om te vragen hoe het kon dat hij zei dat hij zijn tekst kwijt was, als hij geen tekst had. Wat volgt, is een lang gesprek met een vasthoudende, kritische vrouw, dat onmiskenbaar en zeer komisch in kringetjes draait. Waarbij opnieuw evident is dat hij wel degelijk zijn tekst heeft geleerd.
Van den Eede: „Dat is het leuke. Je kunt oneindig met zulke bezweringen doorgaan. Het gaat me er in het verhaal over die bezoekster ook om de mensen het gevoel te geven dat ze naar iets kijken dat alleen die avond gebeurt. Terwijl het elke avond gebeurt.”
Peter Van den Eede.
Julie Boellaard.
Boellaard voelt zich goed thuis bij deze werkwijze: „Sweder en ik zijn in ons eigen werk ook veel bezig met echt en nep, met de grenzen tussen waarheid en onwaarheid, tussen spelen en echt zijn.”
Van den Eedes opvattingen zetten zich vast bij het maken van de voorstelling met de onmogelijke titel vandeneedevandeschrijvervandekoningendiderot in 2001, met collega’s Matthias de Koning en Damiaan De Schrijver. Gebaseerd op de Paradox van de toneelspeler, een tekst van Denis Diderot, die stelt dat de beste acteurs emoties spelen, maar zelf geen emoties kennen. De Koning was lid van het Nederlandse collectief Maatschappij Discordia, toentertijd invloedrijk met hun afstandelijke speelstijl, meestal met tekstboek in de hand. „Dat demonstratief afstandelijke vond ik tegelijkertijd geweldig én irritant, ook omdat er zoveel epigonen waren. Het werd een truc. Ik was op zoek naar meer betrokkenheid. Ik wilde spelen en niet spelen zodanig in elkaar laten overlopen dat je het onderscheid niet meer ziet.”
Van den Eede: „Eigenlijk gaan al onze stukken over toneelspelen. Langs die weg komen we bij existentiële vragen: wie zijn wij, waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe. Het leven is voor een stuk theater, we zijn allemaal acteurs in ons eigen leven: een vader voor je kinderen, een kind voor je ouders, het lief van je beminde.”
Van den Eede: „Je toont altijd andere hoeken van jezelf, afhankelijk van de persoon met wie je praat. En al die hoeken bij elkaar vormen een persoonlijkheid.”
Boellaard: „Het leven is constant zoeken naar jezelf. Zo blijf je je ontwikkelen. In de wereld lopen we tegen veel vaststaande meningen op. Deze vorm van spelen toont meer nuances. Je geeft als acteur niet overal antwoord op en dat voelt als een bevrijding. In ons spel maken we een omtrekkende beweging. Dat is wat kunst moet zijn: ademruimte geven.”
Boellaard: „Ook de omtrekkende beweging kan iets vastzetten, of dé waarheid worden. Met ironie zet je ook dat weer op losse schroeven.”
Van den Eede: „De rol van ironie is om van elke bewering tegelijkertijd de tegenstelling te laten zien. Je zegt iets en keert het meteen om. Dat is belangrijk, anders heb je alleen een stelling. Met ironie blijft alles in beweging. Onderling praten we er veel over, want sommigen hebben er een haat-liefdeverhouding mee. Ik niet hoor. Ik voel alleen maar liefde.
„Maar ik begrijp de weerstand. Het kwaad van ironie is dat het kan doorslaan. Ik gebruik ironie, maar heb nog nooit een ironische voorstelling gemaakt. Het verschil is dat ik ironie alleen gebruik om het waardevolle, oprechte gevoel meer glans en kans te geven. En om ons af te schermen van pathetiek, bombast en rococo-achtige uitbarstingen van gevoel. Ironie is een fijngeslepen, cerebraal wapen dat valse gevoelens weet te ontmaskeren. Aan de roes en vervoering koppelt ironie relativering. Net als punk is ironie geen ideologie, maar een middel om iets dat vastzit te deblokkeren.”
Scène uit de voorstelling ‘Opening Night’ van theatercollectief De Hoe.
Boellaard: „Aan de ene kant wel, maar anderzijds zie ik toch ook dat Gen-Z’ers constant ironisch zijn. Vanuit de gedachte: de wereld staat in de fik en ik kan daar niets aan veranderen. Maar in de kunsten, zeker in Nederland, is er veel kritiek op ironie. Veel theatermakers willen onomwonden stelling nemen tegen misstanden in de wereld. Dat is cool, al die heldere antwoorden, want ironie kan de indruk wekken dat je bepaalde misstanden niet belangrijk vindt. En dat is jammer. Tegelijk maakt ironie het denken over die problemen toegankelijker en creatiever. Het is minder preken voor eigen parochie, minder theater voor alleen theatermensen. Dus zelf zoek ik een balans tussen die twee, tussen serieus en onserieus zijn.”
Van den Eede: „We steken verkapte monologen af, maar dat is toch ook een poging met elkaar in verband te komen, om samen te zijn, muziek te maken.”
Boellaard: „Het kan eenzaam aandoen, maar ik zie ook een poging opportunisme bloot te leggen, bij mensen die het voor zichzelf goed voor elkaar hebben.”
Van den Eede: „Voor een stuk wel, omdat het openingen biedt. Als we in ons feitelijke leven in de war zijn, houdt het ons paradoxaal genoeg ook scherp. We moeten ergens uit zien te raken, ons heroriënteren. Het zijn momenten van waarachtigheid. Het is een uitdaging om een vergelijkbaar gevoel op het podium te creëren.”
Boellaard: „In het echte leven speel je de hele tijd dat je weet hoe alles moet. Eigenlijk is dat raar.”
Van den Eede: „Het leven biedt geen ontsnappingsroute. In De Sitcom zeg ik, als een andere acteur uit het stuk wil vertrekken: ‘Zolang we onszelf zijn, geraken we hier niet weg.’ Dat soort zinnen vind ik fijn, omdat ze iets zeggen over onze condition humaine. Het is óf leven als mens, met alle trammelant van dien, óf de dood.”
Boellaard: „Die verwarring raakt ook aan de vraag hoe samen te leven, hoe je positie in een groep te bepalen. Dat is voor mij een terugkerend thema bij De Hoe.”
Van den Eede: „Heel vertrouwd. En ingewikkeld. Ik zie mijn kinderen doodgraag, maar als je dochter je collega wordt, blijft er minder familiegevoel over. Dat is wat ik er spijtig aan vind. Ook omdat ik met collega’s als Natali en Willem in al die jaren een toneelfamilieverband heb opgebouwd.”
Van den Eede: „Het is de omkering van wat er in De Sitcom gebeurt. In dat stuk stel ik dat er niemand meer om me lacht. Want ik ben mijn timing kwijt. Dus ga ik uitleggen dat ook als ik niet om te lachen ben, het toch om te lachen is.”
Van den Eede: „Toen ik twintig was, ging ik zeilen met vrienden in Zeeland. We zagen daar een strand. Een paar van ons wilden erheen zwemmen. Maar ik had al tien dagen op die boot gezeten, had weinig bewogen, en halverwege voelde ik me moe, en keerde om. Maar terug was er een lichte tegenstroming. Het water was koud, ik kreeg water binnen en verslikte me een paar keer. Ik raakte in paniek. Er waren gelukkig nog twee mensen op de boot, dus riep ik om hulp. Maar omdat ik al de hele week onnozel had gedaan, geloofden ze mij niet. Ik moest roepen: ik zweer het, ik zweer het. Toen is een vriend voor alle zekerheid toch maar in het water gesprongen. Hij heeft me eruit gehaald.”
Van den Eede: „Ironie had mijn dood kunnen zijn. En nu is het mijn leven.”
‘Opening Night’, door collectief De Hoe. Tournee t/m 12 juni. Info: dehoe.be