Home

Het Catalaanse UE Sant Andreu is populairder dan ooit. ‘Dit is een terugkeer naar voetbal voor het volk’

UE Sant Andreu is bezig met een opmars, met nu voor het eerst meer dan vijfduizend seizoenskaarthouders. Waaraan heeft deze vierdedivisieclub uit Barcelona haar populariteit te danken? ‘We spreken ons actief uit tegen racisme, homofobie en fascisme.’

schrijft voor de Volkskrant over sport en media. Eerder was hij nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Terwijl de zon haar hoogste stand van de dag bereikt, schieten de sproeiers aan op het kunstgrasveld van Narcís Sala, het stadion van de Catalaanse volksclub UE Sant Andreu. Aan weerszijden van het stadion kijken grote appartementencomplexen over het veld uit. Aan de balkonnetjes wapperen rood-gele vlaggen met op sommige het symbool van Sant Andreu. Ook de Estelada, de Catalaanse onafhankelijkheidsvlag met blauwe driehoek en witte ster erin, ontbreekt niet.

De enige aanwezigen in het stadion zijn de terreinknecht, de materiaalman en hoofd communicatie Roger Graells Font. De zenuwen gieren door Fonts lijf. Het is een grote dag voor zijn club, die vanavond voor eigen publiek kampioen kan worden in de Segunda RFEF, het vierde niveau in Spanje. Dit terwijl de club drie jaar geleden nog uitkwam op het vijfde niveau. Op zijn telefoon ziet Font dat de nummer twee vanmiddag geen punten heeft verspeeld. Dat betekent maar één ding: vandaag telt alleen de winst.

De club Sant Andreu, gelegen in de gelijknamige wijk in het noorden van Barcelona, is bezig met een opmars. Niet alleen sportief gezien gaat het de laatste jaren aardig, vooral de populariteit van de club bereikt recordhoogtes. Waar de club in 2019 nog zo’n 700 seizoenskaarthouders had, zijn dat er nu meer dan 5.400. Ze zijn afkomstig uit alle districten van Barcelona en zeker 110 verschillende Catalaanse dorpen. Met dit aantal leden kunnen ze Narcís Sala, dat plek biedt aan 6,5 duizend man, al bijna vullen – en dat doen niet veel clubs op het vierde niveau hen na.

Lokale trots

Hoewel de aantrekkingskracht deels schuilt in de sportieve successen van de laatste jaren, speelt er meer volgens Font. ‘Er heerst hier nog een sterke verbondenheid met de wijk Sant Andreu, wat een zelfstandig dorp was voordat het bij de stad Barcelona werd gevoegd’, vertelt hij. ‘Naast die lokale trots verdedigen we onze Catalaanse identiteit en spreken we ons actief uit tegen racisme, homofobie en fascisme. Veel mensen identificeren zich met die waarden. Het verklaart de heropleving van onze achterban.’

Het sociale karakter van Sant Andreu is terug te zien in de rood-gele shirts van het team, die worden gesponsord door Open Arms, een Spaanse ngo die zich inzet voor het redden van migranten en vluchtelingen op de Middellandse Zee. Daarnaast organiseerde de club tijdens de piek van de vluchtelingencrisis voetbalwedstrijden en -trainingen in het stadion voor migranten en vluchtelingen. ‘Op die manier hoopten we dat nieuwkomers zich iets meer welkom gingen voelen in hun nieuwe samenleving’, blikt Font terug. ‘We willen een gastvrije club zijn.’

Steeds meer toeristen

Die gastvrijheid lijkt echter niet voor iedereen te gelden. Binnen het stadion hangen verschillende pamfletten in het Engels en Catalaans, gericht aan toeristen en expats. ‘We don’t want you. We don’t need you’, is de onomwonden boodschap die op een fictief vliegticket geplakt is. ‘Er komen steeds meer toeristen op ons af’, legt Font uit. ‘En hoewel iedereen welkom is om te genieten van de sfeer die hier heerst, willen we het een beetje onder controle houden. We hebben geen zin in een stadion vol toeristen, dat is niet de bedoeling.’

Het schrikbeeld van veel Sant Andreu-fans is dat de club zo wordt als stadsgenoot FC Barcelona, dat in vele opzichten het tegenovergestelde van Sant Andreu symboliseert. Toegegeven, de roemrijke club vertegenwoordigt eveneens het Catalaans nationalisme en is maatschappelijk betrokken, maar het Camp Nou-stadion vult zich wekelijks met toeristen die van heinde en verre komen om de grote sterren te zien. In de ogen van vele Sant Andreu-supporters een pijnlijk voorbeeld van hoe commercie ervoor zorgt dat de ziel van een club verloren gaat. Font: ‘We willen absoluut niet veranderen in wat we zo verafschuwen aan het moderne voetbal.’

Die gedachte deelt de 67-jarige Xescu de Castro, die net buiten het stadion zijn wild opvliegende hond Dunia uitlaat. Vijf jaar geleden is hij verhuisd van het centraal gelegen Plaça de Catalunya naar Sant Andreu, waar hij zich sindsdien heeft aangesloten bij het wandelvoetbalteam van de club. ‘Als je lid wilt worden van Barça, kost je dat 1000 euro’, vertelt hij. ‘En dan heb je nog niet eens voor je zitplaats betaald. Hier ben ik voor een tribuneplaats maximaal 200 euro per jaar kwijt.’

Hij onderbreekt het gesprek als hij wordt gebeld. Zijn beltoon is het clublied van Sant Andreu, op zijn telefoonhoesje staat zijn naam afgebeeld tegen een achtergrond van gele en rode strepen. Het lijdt volgens hem geen twijfel dat zijn club vanavond kampioen wordt.

Iets verderop gaat het intussen los op La Rambla, de uitgestrekte boulevard net achter het stadion van Sant Andreu. Onder aanvoering van de harde kernDesperdicis’ (Catalaans voor ‘afval’ of ‘overblijfsels’) wordt de uitdijende rood-gele massa opgezweept. Harde knallen klinken, rookbommen vervagen het zicht en Catalaanse teksten worden uit volle borst meegezongen.

CE Europa

‘Puto Europa’, klinkt het op een gegeven moment uit de kelen van de fans. En nee, dat is niet bedoeld als protest tegen de Europese Unie, maar ter vernedering van de grote rivaal CE Europa, afkomstig uit de Barcelonese wijk Gràcia. Omdat de clubs ideologisch veel gemeen hebben, is de rivaliteit met name van sportieve aard.

Evenals Sant Andreu is de fanbase van CE Europa de laatste jaren gegroeid, mede ingegeven door hun kampioenschap van vorig jaar. Hierdoor voetballen ze nu op een niveau hoger dan Sant Andreu. Promotie van Sant Andreu zou betekenen dat de derby terug is van weggeweest. Volgens communicatiemanager Font is de rivaliteit goed geweest voor beide clubs: ‘Door de tweestrijd hebben we ons aan elkaar opgetrokken en zijn we beide gegroeid.’

Net iets buiten de schreeuwende massa staat de 50-jarige David met zijn vrienden een biertje te drinken. Al zijn hele leven is hij Barça-fan, toch komt Sant Andreu voor hem op de eerste plek. Dit is zijn barrio; als jongetje heeft hij nog voor de club gevoetbald. Maar waar er vroeger één à tweehonderd man op een wedstrijd afkwam, zijn dat er vandaag de dag meer dan zesduizend.

‘Dit is een terugkeer naar voetbal voor het volk’, duidt hij trots. Een verandering die volgens hem deels financiële motieven kent. ‘Voor de lokale voetballiefhebber is het bijna onmogelijk om naar een wedstrijd van Barça te gaan, omdat alle prijzen afgestemd zijn op het toerisme’, klaagt hij. ‘Bij Sant Andreu is het mogelijk om voor 10 euro je club aan te moedigen.’

Japanse zakenman

Of dit de komende jaren zo blijft, is de vraag. In november 2024 kocht de rijke Japanse zakenman Taito Suzuki Sant Andreu. Zijn doel: de volksclub naar het professionele niveau brengen. Over een paar jaar moet het team op zijn minst in de Segunda División (het tweede niveau) spelen. Om dat te bereiken heeft hij veel geïnvesteerd in de professionalisering van de spelers en de club.

Bij David en andere supporters bestond aanvankelijk de angst dat de Japanner het deed om het geld dat hij met de club zou kunnen verdienen. ‘We waren bang dat hij ons het kapitalisme in zou slepen’, vertelt David. ‘Gelukkig lijkt dat mee te vallen. Hij heeft veel contact met mensen uit de buurt en wil de club oprecht naar een hoger niveau tillen.’

Sant Andreu verzet zich niet alleen tegen het commerciële voetbal, maar ook tegen de gentrificatie van de stad Barcelona. Voorlopig is de volkswijk de dans ontsprongen, tot tevredenheid van vriendinnen Sarai (22) en Lucia (22), die elkaar leerden kennen op de lokale basisschool. ‘Als je onze wijk met het centrum vergelijkt, merk je een groot verschil’, zegt Sarai. ‘Er zijn hier niet zoveel guiris (spottende, Spaanse term voor buitenlandse toeristen van Noord-Europese en -Amerikaanse komaf, red.), maar vooral lokale bewoners.’ Lucia vult aan: ‘Sant Andreu voelt als een dorp, iedereen kent elkaar.’

Gentrificatie

De meiden zijn er echter niet gerust op, gezien er plannen zijn om de wijk meer te verbinden met de rest van de stad, en er steeds meer airbnb’s opduiken in hun stadsdeel. ‘Deze wijk staat op het punt om ook een overvolle wijk te worden’, verzucht Lucia. ‘De gentrificatie dringt steeds verder door.’

Het beklag over gentrificatie en modern voetbal verdwijnt naar de achtergrond op het moment dat de scheidsrechter om stipt 6 uur fluit voor de aftrap van de beslissende wedstrijd. Tegenstander is regiogenoot Reus FC Reddis, dat ook nog speelt om promotie. De grote afwezige is de trainer van Sant Andreu, Natxo González, die enkele dagen ervoor een hartaanval kreeg en nu in stabiele toestand in het ziekenhuis ligt. Onder zijn leiding promoveerde de club achttien jaar geleden voor de laatste keer naar het derde niveau.

Het fanatisme van de Sant Andreu-aanhang laat tijdens de wedstrijd weinig te wensen over; met name de Desperdicis laten geen minuut stilte vallen. Het constante aanmoedigen werpt uiteindelijk zijn vruchten af, als middenvelder Josep Señé in de 80ste minuut de 2-1 via een strafschop binnenschiet. Na nog tien minuten billenknijpen is het dan echt zover: het eigenzinnige Sant Andreu is kampioen. Daarmee is de club één stap dichter bij het professionele voetbal.

Veldbestorming

Een ouderwetse veldbestorming volgt, spelers worden bedolven onder de (jonge) fans. Enkelen zien hun kans schoon wat plakken kunstgras buit te maken. Dat moet volgend seizoen worden vervangen door natuurgras, in lijn met de eisen van de voetbalbond. Om die reden voetbalt rivaal CE Europa haar wedstrijden dit seizoen niet in eigen stadion. Of Sant Andreu eenzelfde lot beschoren is, hangt af van de gemeente Barcelona, die eigenaar is van het stadion. Communicatiemanager Font maakt zich geen zorgen: ‘We gaan gewoon onderhandelen.’

Als de supporters nog op het veld staan, en de spelers inmiddels stijve kaken hebben gekregen van alle selfies, klimt onverwachts een man op de dug-out. Hij houdt een grote Catalaanse onafhankelijkheidsvlag voor zich, waar hij zelf achter verdwijnt. Vrijwel tegelijkertijd klinkt via de stadionspeaker het Catalaanse volkslied, dat luidkeels wordt meegezongen door de menigte. Het is duidelijk dat vandaag niet alleen het succes van Sant Andreu wordt gevierd, maar eveneens de Catalaanse identiteit.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next