Home

Europa opent deur naar gesleutel aan genen van spruitjes, maar niet iedereen is daar blij mee

Een tomaat waar je beter van gaat slapen, een aardappel die bestand is tegen schimmelziekte, of maïs die ook in droge grond groeit: genetisch sleutelen aan gewassen wordt een stuk makkelijker in Europa.

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

In een lange witte gang trekt Marcel Adriaanse, senior onderzoeker van zaadveredelaar Bejo een zware deur open. Fel wit licht stroomt uit de kamer. Aan weerszijden van de deuropening is de kamer gevuld met boven elkaar gestapelde witte rekken, met daarop tientallen petrischaaltjes.

Adriaanse pakt een van de petrischaaltjes op. Een klein groen plantje met ronde blaadjes groeit in een laagje kleurloze, troebele gel. Het is een bloemkoolplant, vertelt hij, maar niet eentje die vandaag de dag op een Europese akker te vinden is. De genetische code van het plantje is bewerkt, om het weerbaarder te maken tegen ziektes.

In de gel zit een stofje waardoor alleen genetisch bewerkte scheuten in staat zijn door te groeien. En hoe: als Adriaanse het schaaltje omkeert, verschijnt een dikke wortel. ‘De groeikracht is enorm’, zegt hij. Nog even en het scheutje is groot genoeg om naar een groter schaaltje te verhuizen, waar het verder uit kan groeien tot plantje.

Knutselen

Knutselen aan de genetische code van gewassen is in de Europese Unie aan strenge regels gebonden. Zo streng, dat het in de EU praktisch niet toegepast wordt – daarbuiten wel. Toch onderzoeken Bejo en andere grote zaadbedrijven volop de mogelijkheden van de nieuwste genetische veredelingstechnieken.

Reden daarvoor is nieuwe Europese regelgeving op het vlak van genetische modificatie (GM). Het Europees Parlement en de lidstaten bereikten daarover eind vorig jaar een akkoord, na een traject van vele jaren. De uitkomst: gewassen die op zo’n manier bewerkt zijn dat dat resultaat in theorie ook met klassieke veredeling bereikt had kunnen worden, vallen niet meer onder de strenge GM-regelgeving. Ze mogen na een korte keuring in de verkoop en komen in een database van bewerkte gewassen. In de supermarkt krijgen ze geen speciaal label. De verwachting is dat de nieuwe regelgeving in 2028 volledig van kracht wordt.

Zogeheten Nieuwe Genomische Technieken (NGT’s) staan centraal in de nieuwe regels. Die methoden, in deze eeuw ontwikkeld, maken het mogelijk veel gerichter dan voorheen genen weg te halen, toe te voegen, aan- of uit te zetten. Crispr-Cas, de nobelprijswinnende techniek waarmee wetenschappers op precies de gewenste plek in DNA kunnen knippen, is een bekend voorbeeld.

‘Het is alsof je met een chirurgische scalpel stukjes DNA overzet, in plaats van met een botte bijl’, zegt hoofd onderzoek Laurens Kroon in het moderne kantoor van Bejo in Warmenhuizen. Een ander voordeel is tijd: een nieuwe variant van een gewas ontwikkelen kost zo’n 15 jaar. Het is een constant proces van kruisen, opkweken, bestuderen en doorselecteren. Als het gewenste gen in een variant van dezelfde soort gevonden wordt, kan dat met de nieuwe technieken direct van de ene naar de andere plant overgezet worden. ‘Dat kan een enorme snelheidsboost geven’, denkt Kroon.

Kinderschoenen

De strenge Europese GM-regelgeving heeft haar wortels in de jaren negentig van de vorige eeuw. Wetenschappers konden steeds meer, de wetgeving stond nog in de kinderschoenen. Men bombardeerde gewassen met radioactieve straling of chemicaliën om op goed geluk willekeurige mutaties te veroorzaken, of plaatste genen over van de ene soort naar de andere op de gok dat ze op de juiste plek in het DNA zouden belanden.

Zo ontstonden de onder tegenstanders beruchte ‘Roundup-ready’ gewassen, die bestand zijn tegen onkruidverdelger glyfosaat en dus het gebruik ervan faciliteren, en zogeheten ‘BT-maïs’, die dankzij een bacteriegen zelf anti-rupsengif produceert.

Het heeft genetische modificatie reputatieschade opgeleverd. De EU voerde in 2003 strenge regelgeving in, en ook Europese consumenten zijn niet enthousiast over GM-gewassen. Dat geldt ook voor Nieuwe Genomische Technieken: uit onderzoek van het Rathenau Instituut blijkt dat Nederlanders twijfelen over de veiligheid voor mens en milieu, en vrezen dat de technieken leiden tot machtsconcentratie in de voedselsector.

De nieuwe regelgeving adresseert een deel van de zorgen: voor gewassen die bestand zijn tegen onkruidbestrijdingsmiddelen of zelf gif aanmaken gelden de oude, strenge regels. Desondanks klinkt buiten Warmenhuizen kritiek. ‘Het lijkt me verstandig om goedkeuring case-by-case te doen’, zegt Michel Haring, hoogleraar plantenfysiologie aan de Universiteit van Amsterdam, telefonisch. ‘Om te kijken: wat heb je aangepast en welk effect heeft dat?’

Resistent

Voorstanders wijzen erop dat de wijzigingen die ze aanbrengen ook in de natuur zouden voorkomen. Van genen overplaatsen tussen soorten, zoals van een bacterie naar maïs, is geen sprake. Bovendien wordt het makkelijker gewassen te ontwikkelen die resistent zijn tegen ziekte, hitte of droogte. Daardoor kan het gebruik van bestrijdingsmiddelen omlaag, en blijft de voedselvoorziening ook in een opwarmend klimaat veilig.

Haring heeft er weinig vertrouwen in. ‘Als je iets aan de markt overlaat, maakt die keuzes die niet overeenkomen met wat de samenleving wil. Dat gebeurde ook met de oudere technieken.’ Hij pleit ervoor toelating expliciet te koppelen aan duurzaamheidsdoelen. ‘Dan houd je als samenleving de regie.’

Bejo-onderzoekshoofd Kroon is juist blij met de keuze voor een lijst met uitgezonderde toepassingen. ‘De eigenschappen waar wij aan werken, dragen bij aan productkwaliteit en oogstzekerheid. Dit zijn eigenschappen die lastiger consistent te meten zijn, maar zeker wel een duurzaamheidsimpact hebben. Vastleggen wat voor toepassingen je niet wil toelaten, zoals nu gebeurt, lijkt me een betere oplossing dan elk geval apart beoordelen.’

Kroon en Adriaanse gaan voor naar een kas die aan het onderzoeksgebouw verbonden is. Langs rijen vol planten en stekjes van de groentesoorten die Bejo veredelt, van bloemkool en spruitjes tot wortels en bladsla, lopen ze naar een apart compartiment helemaal achterin het glazen gebouw. Niet alleen het zaad van deze planten wordt apart behandeld, ook het afvalwater komt in een apart systeem. Zo blijft het NGT-onderzoek volledig gescheiden van de rest, zoals de regels voorschrijven.

Adriaanse scant zijn pasje om het compartiment binnen te komen. Alleen hij als onderzoeksleider en een beveiliger kunnen er binnenkomen. ‘Dit is witte kool, daar achter staat een kruising met boerenkool’, zegt hij over een verzameling stekjes met grote groene bladeren.

Ze hebben allemaal een paars label. Bij Bejo is dat het teken voor genetisch bewerkte gewassen. Deze planten hebben extra resistentie meegekregen tegen schimmelziektes als witte roest en valse meeldauw. Als de planten groot genoeg zijn, oogst Adriaanse de zaden en zaait hij die om te zien of de plantjes die eruit groeien inderdaad minder snel ziek worden.

‘90 procent van de gene editing die wij met NGT’s doen is voor ziekteresistentie’, legt Kroon uit. Dankzij NGT’s is het makkelijker resistenties te ‘stapelen’: meerdere genen inbouwen die een plant weerbaarder maken. ‘Dat werkt net als met sloten op je huis. Met één simpel slot is het relatief makkelijk voor een inbreker om binnen te komen. Met drie verschillende sloten wordt het een stuk lastiger.’

Belofte

Maar die andere grote belofte, resistentie tegen hitte en droogte, blijkt ook met NGT’s niet zo makkelijk te behalen. De Wageningse onderzoeker plantenveredeling Ania Lukasiewicz stelde begin dit jaar een lijst op van zo’n twintig gewasvarianten die met NGT’s zijn ontwikkeld. Slechts twee ervan zijn aangepast om beter te groeien in droge omstandigheden.

Dat komt mogelijk ook doordat de eerste toepassingen gericht zijn op relatief simpele verbeteringen. ‘We weten nog niet goed welke genen je aan- of uit moet zetten om droogteresistentie te krijgen’, verklaart Lukasiewicz. ‘Het zijn er vaak ook meer dan bij ziekteresistentie. Misschien weten we dat in de toekomst beter, maar nu is het nog ingewikkeld.’ De Nederlandse overheid heeft ruim 65 miljoen geïnvesteerd in de publiek-private samenwerking CropXR om de ontwikkeling van dit soort gewassen te versnellen.

Het gros van Lukasiewicz’ lijst omvat gewassen met ziekteresistentie, verbeterde voedingswaarden of consumentgerichte aanpassingen, zoals sla die minder snel bruin wordt of een tomaat met extra natuurlijke stressverlagende en slaapverbeterende stoffen. Eén koolzaadvariant is bestand tegen bestrijdingsmiddelen, en zal om die reden onder de oude, strengere Europese regels vallen.

Consument

De consument zal er weinig van merken wanneer die nieuwe gewassen in de supermarkt belanden. Gewassen die met NGT’s zijn gemaakt, maar volgens de regelgeving gelijk zijn aan klassiek veredelde gewassen hoeven immers niet gelabeld te worden. Uit het Rathenau-onderzoek blijkt dat burgers die etikettering ‘noodzakelijk’ vinden. Ook het Europees Parlement was voor, maar de Commissie en lidstaten hielden een verplichting tegen.

‘Het is een extra kostenpost, en doet af aan het principe dat deze gewassen gelijk zijn aan traditioneel veredelde gewassen’, verklaart Lukasiewicz. ‘Het kan toegevoegde waarde hebben als je op het etiket precies uitlegt wat je hebt aangepast, maar hoeveel mensen lezen dat?’

Voor wie vrij wil blijven van genetisch bewerkte gewassen, is de oplossing volgens voorstanders simpel: koop biologisch. Een van de principes van biologische landbouw is immers dat daar geen gentech aan te pas komt.

Maar juist daarom is men in die sector niet blij met de hervorming. Die belofte van gentechvrij voedsel is straks namelijk onhoudbaar, vreest Frans Carree, hoofd veredeling bij de biologische zaadleverancier De Bolster.

‘Om onze rassen te verbeteren putten we uit de natuur, uit genenbanken en uit de rassen van derden, zoals dat mogelijk is onder het kwekersrecht’, legt Carree uit. Wie iets met NGT’s bewerkt moet dat registreren in een databank. ‘Maar bij de patentendatabank gaat dat vrijwillig en vaak niet compleet’, zegt Carree. In tegenstelling tot oudere vormen van gentech laten NGT’s bovendien geen sporen achter in het genoom van een gewas. Biologische veredelaars zullen dus extra onderzoek moeten doen om te voorkomen dat ze met bewerkte gewassen gaan veredelen.

‘Wij zeggen niet dat je het moet verbieden, maar als het gebeurt, dan wel voorzichtig’, vindt Carree. ‘Prima als andere bedrijven NGT’s willen gebruiken, maar zadel ons niet op met de lasten om er vrij van te blijven. De registratie moet waterdicht zijn.’

Bij Bejo, dat ook biologische zaden levert, denken ze dat ze die kunnen vrijwaren van NGT’s met behulp van de databank en strikte scheidingsmaatregelen. Tegelijkertijd hoopt Kroon dat ook de biosector de waarde van de nieuwe technieken in zal zien: ‘Juist daar hebben ze behoefte aan robuustere rassen.’

GM-gewassen in en buiten de EU

Vanwege de strenge regelgeving duurt het toelatingsproces voor nieuwe GM-gewassen in de Europese Unie doorgaans minimaal vier jaar. In totaal zijn onder de oude regelgeving achttien varianten toegelaten, waaronder maïs-, koolzaad- en sojarassen. Het merendeel van de GM-gewassen die in de EU wordt verbouwd is BT-maïs uit Spanje, bestemd voor veevoer.

Buiten de EU is de regelgeving doorgaans soepeler. In de Verenigde Staten worden de meeste GM-gewassen na een minimale keuring toegestaan, zeker als ze geen genen bevatten van andere soorten. Meer dan 90 procent van de Amerikaanse soja-, maïs- en katoenoogst komt van GM-varianten. In landbouwgrootmacht Brazilië zijn de cijfers vergelijkbaar, en domineren GM-gewassen eveneens de markt.

China heeft de regels in 2022 versoepeld, waardoor GM-gewassen met kleine aanpassingen snel toegelaten kunnen worden. In de praktijk worden de toegelaten gewassen nog niet op grote schaal verbouwd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next