In tegenstelling tot zijn megashows, speelde Ludovico Einaudi maandagavond een intiem soloconcert in het Concertgebouw. Schijnbaar improviserend reeg hij onbekendere stukken aan elkaar. Waar bleven de grote hits? Gelukkig voor zijn fans besloot Einaudi met enkele hits.
schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse muziek.
Gehuld in een zwart pak wandelt Ludovico Einaudi het podium op. Op zijn hoofd rust de kenmerkende ronde hoed. De Italiaan zet rustige stapjes. Hij staart omlaag, waarschijnlijk om zorgvuldig in de gaten te houden waar hij zijn voeten plaatst. De trapjes aan beide podiumzijden in het Amsterdamse Concertgebouw kunnen verradelijk zijn, vooral voor een 70-jarige, en dit is niet het moment om te struikelen.
Het oogt allemaal reuze bescheiden, maandagavond in de verduisterde Grote Zaal. Einaudi had ook boven aan de hoge trap kunnen verschijnen, rechts van het orgel, en in alle glorie kunnen afdalen als elke grote dirigent, sopraan of sterviolist. Hij is een wereldster, maar zo komt hij niet over, dankbaar wuivend naar de fans op de rode stoeltjes voor en achter hem. Morgen, casual gekleed in een koffietentje in de Pijp, wordt hij door niemand herkend.
Een kleine tweeduizend liefhebbers aanschouwen het tafereel. Dat aantal in perspectief geplaatst: alleen al voor de voorverkoop hadden zich 13 duizend mensen aangemeld. Nog wat opmerkelijke feitjes: 40 procent van de kaartenkopers is onder de 35 jaar. Dat is nog exclusief de jongeren die met hun ouders mee zijn gekomen. En misschien nog bijzonderder: 60 procent van de bezoekers is vanavond voor het eerst in het Concertgebouw.
Wat maakt Einaudi toch los in zoveel mensen? Zijn composities voor solopiano zijn kort (zo’n 3 tot 7 minuten), bestaan vaak uit een simpel schema van gebroken akkoorden en een lieflijk ostinato (een korte reeks noten die hardnekkig blijft herhalen, ook al verandert de begeleiding). Misschien wel het allerleukste: na één pianoles kan iedereen wel een stukje Einaudi spelen.
Deze zomer speelt de oude meester weer een megashow in de Ziggo Dome. Maar nu zit hij eenzaam achter de piano. Rondom lichten wat schermpjes van mobiele telefoons op. Direct verschijnen de filmpjes in de stories van beroemde Instagram- en TikTok-accounts. Stoelen die normaliter gereserveerd zijn voor de landelijke dagbladen en muziektijdschriften, worden nu namelijk bezet door contentcreators (oftewel: influencers).
En dat is logisch. Want ja, natuurlijk is dit kitsch. Er is muziek waarbij je legitieme discussies kunt voeren over de artistieke inhoud ervan. Denk aan het wat inspiratielozere werk van de evengoed meesterlijke Philip Glass, of het Canto Ostinato van Simeon ten Holt. Maar dat geldt niet voor de muziek van Einaudi. Dat weet de componist die studeerde bij Luciano Berio en het steengoede album Time Out (1988) afleverde zelf toch ook wel?
Toch is dit concert in het Concertgebouw uniek. Dat merk je na een kwartier al. Want waar blijven de grote hits? Het is alsof Einaudi zonder voorbereide setlist achter de vleugel zit. Schijnbaar improviserend rijgt hij verschillende stukken muziek aan elkaar. Onbekender werk, melodieën van vroeger, misschien zelfs stukken die hij nooit openbaar heeft gemaakt.
Zouden zijn fans de bekende liedjes missen? Die honderden miljoenen keren gestreamde liedjes uit de populaire Einaudi-playlists op streamingdiensten? Misschien wel, maar aan de andere kant: het repertoire van deze avond klinkt eigenlijk niet heel anders dan een iconisch nummer als Fly, uit de Franse film Intouchables. Een stuk dat vanavond niet voorbijkomt.
Het is bijzonder, een solerende Ludovico Einaudi die een inkijkje geeft in zijn privécollectie. De grootheid die zijn publiek meeneemt op een intieme reis door ruim drie decennia ambient pianomuziek. Zijn speltechniek vertoont hier en daar hiaten. De 70-jarige handen hebben niet altijd de souplesse om vlugge arpeggio’s transparant te articuleren. Soms verdrinken de discantmelodieën in dominante basnoten.
Maar daar gaat het niet om. Wat Einaudi vanavond speelt, komt diep uit hemzelf en dat hoor je. Solo speelt hij niet vaak, al helemaal niet dit onbekende repertoire. De intimiteit van de Grote Zaal van het Concertgebouw geeft alles bovendien een extra lading.
Dan is daar toch ineens Una Mattina, ook bekend uit de film Intouchables. Een schok gaat door de zaal. Is het een schok van opluchting? Einaudi stuurt zijn fans niet onbevredigd naar huis. Na het stuk talloze keren te hebben gehoord op stationpiano’s en in muzieklokalen, is het bijzonder om het de componist zelf te zien en horen spelen. Zó moet het dus klinken, live. Niet te pathetisch, niet te langzaam. Einaudi struint redelijk nuchter door de pianopartij heen, zonder extreme rubato’s of dynamiekverschillen.
Was dat het? Nee, want daarop volgt Experience, nog zo’n hit. De akkoorden hebben weinig om het lijf: F# mineur, A groot, C# mineur en D groot. De openingsmelodie is opgebouwd uit vier noten, meer niet. Het klinkt allemaal eenvoudig, maar intussen vloeien er tranen over meerdere wangen. Na de laatste noot stuiteren Einaudi’s handen theatraal omhoog van de toetsen, om even boven het klavier te blijven zweven. Het licht dimt. Einaudi loopt het podium af. Afgelopen.
Of niet? Het grote applaus stopt al snel en de zaal stroomt leeg. Een enkeling klapt de handen opnieuw samen, maar ook het opnieuw oplaaiende applaus is van korte duur. Een derde keer dan. Einaudi verschijnt. Hij wurmt zich langs de stoet mensen die onderweg zijn naar de garderobe en neemt snel plaats achter de vleugel.
Het rumoer verstomt bij de eerste akkoorden van Nuvole Bianche, de zoete muziek waarop kinderen zijn verwekt en geboren. Waarop mensen voor het eerst zoenden en elkaars harten braken. Waarop jawoorden zijn gegeven en kisten zijn gesloten.
Ludovico Einaudi in Het Concertgebouw, Amsterdam, 20 en 21/4.
Ontspanningsmuziek
Ludovico Einaudi komt uit een muzikale familie in Turijn. Hij studeerde bij avant-gardecomponist Luciano Berio, maar zijn experimentele muziek is nagenoeg uit het collectieve geheugen gewist. Alles begint bij Onde (1996), Einaudi’s eerste pianoalbum met kenmerkende ontspanningsmuziek. Die stijl bezorgde hem ook faam in de filmwereld. Zo componeerde hij de muziek van drie succesvolle dramafilms:
Les Intouchables (2011). Deze hoopvolle film van Olivier Nakache en Éric Toledano beschrijft de vriendschap tussen een fysiek beperkte man en en kansarme straatjongen. Het is Einaudi’s populairste soundtrack, met onder andere de hits Fly en Una Mattina.
The Father (2020). Minder hits, maar vooral sfeermuziek hoor je in The Father, van Florian Zeller. De film over de dementerende Anthony (gespeeld door Anthony Hopkins) won twee Oscars.
Nomadland (2020). In datzelfde jaar componeerde Ludovico Einaudi de muziek voor het sobere Nomadland, dat werd bekroond met de Oscar voor Beste Film. Het beroemdste stuk uit de film van Chloé Zhao is Oltremare.
Zelf won Einaudi nog geen noemenswaardige prijs voor zijn filmmuziek.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant