Home

Nederland kan het eerste land worden waar verweesde Joodse roofkunst naar de Joodse gemeenschap gaat

Kunst en huisraad die tijdens de Tweede Wereldoorlog van Joden werden geroofd en waarvan de eigenaren niet meer zijn te achterhalen, moeten naar de Joodse gemeenschap gaan. Daarna dient de collectie jaarlijks zichtbaar te blijven door tentoonstellingen en andere activiteiten.

is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over fotografie en de zakelijke kant van de kunstwereld.

Dat adviseert een commissie die is ingesteld door het Centraal Joods Overleg (CJO), waarin de voornaamste Joodse organisaties samenwerken. Als het woensdag gepresenteerde advies wordt opgevolgd, is Nederland volgens de commissie het eerste land ter wereld dat een ‘bewuste keuze maakt over de toekomst van verweesde Joodse roofkunst’.

‘Het gaat om stukken die in 1940-1945 gestolen zijn van Joden’, zegt Lodewijk Asscher, de oud-PvdA-leider en -minister die de commissie leidde. ‘Na de oorlog werden overlevenden heel naar bejegend door de Nederlandse staat. Ze moesten driedubbel bewijzen dat iets van hen was geweest. We moeten iets goeds doen met dit verdrietige puzzelstukje uit de geschiedenis.’

Duizenden objecten

Vanaf 1945 haalde Nederland een deel van de goederen terug die door de Duitse bezetter waren geroofd, vooral bij Joden. Dit deed de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK), waardoor de verzameling van teruggevonden voorwerpen de ‘NK-collectie’ ging heten. Het ging om duizenden objecten, van schilderijen tot meubels en serviezen. Decennialang maakte de staat er weinig werk van om die terug te geven aan de oorspronkelijke eigenaren. Dat was bijzonder hardvochtig, vooral voor Joden die de concentratiekampen hadden overleefd en al hun bezittingen hadden verloren.

‘Deze bejegening heeft psychisch leed veroorzaakt dat een ingrijpende nawerking heeft’, stelt de commissie in haar rapport. ‘De nazaten van de oorlogsslachtoffers voelen die pijn heden ten dage nog steeds. De staat heeft een morele verplichting jegens de Joodse gemeenschap die niet alleen te lijden heeft gehad door toedoen van het naziregime, maar tijdens en na de oorlog óók benadeeld en achtergesteld is door toedoen of nalaten van de staat.’

Te formalistisch beleid

Als gevolg van internationale druk tuigde Nederland eind jaren negentig een restitutiebeleid op waardoor er veel meer onderzoek werd gedaan en honderden objecten werden teruggegeven, veelal aan nabestaanden van de oorspronkelijke eigenaars. Daartoe behoorden ook waardevolle kunstwerken die musea in bruikleen hadden gekregen en lang waren tentoongesteld.

Na kritiek dat het beleid te formalistisch was, besloot de toenmalige minister van Cultuur, Ingrid van Engelshoven (D66), in 2021 dat er een ruimhartiger teruggavebeleid moest komen, plus hernieuwd onderzoek naar de NK-collectie in de hoop nog meer te kunnen restitueren. Bij een groot deel van de objecten is dit echter niet mogelijk, omdat alle oorspronkelijke eigenaren zijn vermoord. Of omdat nabestaanden niet weten dat goederen uit de collectie ooit in het bezit waren van hun familie.

Van Engelshoven bepaalde ook dat de verweesde Joodse roofkunst uit de NK-collectie moest worden overgedragen aan de Joodse gemeenschap. Pas eind 2024 kreeg Asscher de opdracht om hierover een advies op te stellen. ‘Ik weet niet waarom het zo lang heeft geduurd’, zegt hij.

‘Heel vervreemdend bezoek’

Uit de NK-collectie zijn bijna vijfhonderd voorwerpen teruggegeven, waardoor die nu nog ruim drieduizend objecten telt. ‘Maar daarin zit ook kunst en huisraad die niet zijn geroofd, of waarvan de herkomst niet Joods is. Het is complexe materie. Als we niets weten over een object, dan wordt aangenomen dat het in Joods bezit is geweest. Er loopt tot eind 2027 nog onderzoek naar de collectie. Daarna kan er hopelijk een precies getal worden genoemd.’

De verzameling wordt beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Asscher heeft twee keer het depot bezocht waarin de teruggevonden voorwerpen zijn opgeslagen. Ook zijn familie was slachtoffer van de grootschalige diefstal door het nazibewind – het huis van zijn opa (naar wie hij is vernoemd) werd leeggehaald.

‘Ik vond het bezoek heel vervreemdend. Het is een zwaar bewaakt, hypermodern megadepot. Daarin zijn meerdere collecties opgeslagen. Om redenen van efficiëntie staan die niet bij elkaar. Wat mij raakte, was een zilveren bestek dat tijdens de maaltijd op de vrijdagavond (bij het begin van de sjabbat, de wekelijkse rustdag, red.) door gezinnen werd gebruikt. Nu staat het in een laboratoriumachtige omgeving en is de geschiedenis uitgewist van de mensen die dit bezaten.

‘Ik krijg van veel internationale media de vraag wat de Joodse verweesde roofkunst waard is. Maar ons rapport gaat daar helemaal niet over. De collectie is niet te koop. De waarde zit hem in het feit dat het van mensen was zoals wij. Als je iemand heel erg mist, kan zo'n object heel belangrijk zijn. Dan koester je die ene mok die van je vader is geweest.’

Ieder jaar een andere gastcurator

De commissie stelt voor om de Joodse verweesde objecten uit de NK collectie over te dragen aan een onafhankelijke stichting die wordt ondergebracht bij het Joods Museum in Amsterdam. De stichting moet jaarlijks een gastcurator aanstellen die de collectie door een tentoonstelling of andere activiteiten over het voetlicht brengt. Hiermee kan ook voorlichting worden gegeven over de Holocaust en het teruggavebeleid dat lang zo hardvochtig was. Bovendien kunnen de activiteiten rond de collectie ook de aandacht vestigen op de bestrijding van antisemitisme. Mogelijk worden er nog objecten herkend.

Asscher: ‘Wij denken dat het goed zou zijn als telkens iemand anders wordt uitgenodigd die een programmering bedenkt. Dan voorkom je ook dat er ergens één gebouw staat waar mensen misschien uit plichtsbesef één keer naartoe gaan.’

Voor de stichting en de programmering moet de Rijksoverheid jaarlijks 400 duizend euro beschikbaar stellen, adviseert de commissie. Onderzoek naar de herkomst van de objecten in de collectie dient door te gaan en restitutieverzoeken moeten mogelijk blijven. Asscher: ‘Door de opkomst van AI en de steeds verregaande digitalisering van archieven ontstaan toch weer nieuwe mogelijkheden tot teruggave.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next