Home

In het Turkse Gaziantep doen Syrische handen het zware werk, ook die van kinderen

De meeste Syrische vluchtelingen in Turkije gaan vooralsnog niet terug naar hun land. Syrië ligt nog te veel in puin. Maar er is nog een reden: op de Turkse arbeidsmarkt zijn ze onmisbaar.

Vakbond en arbeidsinspectie lopen de deur niet bepaald plat in de schoenenfabriekjes op het enorme bedrijventerrein van Gaziantep, een Turkse stad nabij de Syrische grens. Het is er bedompt, stoffig, rommelig, behoorlijk aftands. De lijmgeur wekt de verwachting van een lichte high.

Maar het zijn vooral de verhalen van de arbeiders, allen mannen, die duidelijk maken dat tussen ‘hard werken’ en ‘uitbuiting’ maar een dun scheidslijntje loopt. De 23-jarige Ali zit achter een naaimachine gebogen en naait onderdelen van zwarte vrouwenlaarsjes aan elkaar alsof de duvel hem op de hielen zit.

Spoedklus? Nou nee, zo valt op te maken uit wat hij vertelt terwijl hij onverstoorbaar blijft doorjakkeren, de blik strak op de pompende naald gericht. ‘Zo gaat het altijd. We moeten ons weektarget halen.’ Soms maant de chef van de afdeling hem tot nog hogere snelheid, maar daarvan is nu geen sprake.

Ali doet dit werk sinds hij tien jaar geleden uit Syrië kwam en hier in Gaziantep belandde, de stad in de gelijknamige streek die minstens 10 procent van de circa 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije herbergt. En vermoedelijk zal hij het nog wel even blijven doen, want de meeste Syriërs in Turkije keren voorlopig niet terug.

Slechts zo’n 600 duizend van hen zijn teruggegaan sinds de val van het regime-Assad in december 2024. De anderen hebben in Turkije meer te verliezen dan dat ze in Syrië te winnen hebben. Huizen en infrastructuur zijn vernietigd, op veel plaatsen is het nog onveilig. Bovendien is er nog een factor die hen in Turkije houdt: op de arbeidsmarkt zijn ze onmisbaar.

Zwaar werk

Dat heeft alles te maken met het antwoord dat Ali en zijn collega’s geven op de vraag of ze hun werk leuk vinden. ‘Tja, wat zal ik zeggen’, zegt Ali. Spraakzamer is zijn 43-jarige collega Aydin, een van de Turken in de gemengd Turks-Syrische ploeg. Hij beschrijft een werkweek van vijfenhalve dag met dagen van twaalf uur, soms veertien als het moet. ‘Een sociaal leven hebben we niet. Geen vakantie, geen sociale rechten, geen verzekering, niets, en ik doe dit toch al 35 jaar. Als ik ziek ben, krijg ik niet betaald. Vorige week was er op het industrieterrein een staking voor meer loon.’

Aydin is een van de weinige Turken in de schoenenwerkplaatsen. De meeste van zijn landgenoten halen hun neus op voor dit soort arbeid en dat geldt niet alleen voor Gaziantep. Ook in andere Turkse steden zijn het veelal Syriërs en andere migranten die het vuile, zware, ongezonde of anderszins ondankbare werk doen. Wat gaat er met het impopulaire werk gebeuren als de Syriërs uiteindelijk toch teruggaan naar hun vaderland? Kunnen ze wel worden gemist op de Turkse arbeidsmarkt?

Nee, is het antwoord van experts, hulpverleners en ondernemers. ‘Als ze weggaan, zal dat een groot probleem zijn voor ons’, zegt Mehmet Saribal, schoenfabrikant en voorzitter in Gaziantep van de bond van schoenmakers. ‘Niet alleen voor ons. Ook voor de bouw, de horeca, de leerindustrie. Daar werken allemaal Syriërs.’

‘De lonen zijn nu heel laag in Syrië, als er al werk is. Daarom gaan de mensen niet terug’, zegt Mustafa Osman, een Syrische schoenfabrikant in Gaziantep. ‘Was dat wel het geval, dan zou ik hier geen andere werknemers kunnen vinden.’

Vakmanschap

Migratie-expert en oud-hoogleraar Murat Erdogan meent zelfs dat de Turkse economie ‘enorm’ in de problemen zal komen als alle Syriërs opeens naar huis zouden terugkeren. De bouwsector met name maakt volop gebruik van hun arbeidskracht. ‘Maar geen van de Syrische bouwvakkers wil terug. En in een sector als autoreparatie zijn Syriërs beter geworden dan Turken.’

Dat laatste wordt bevestigd in autobedrijf Yüksel in Gaziantep, dat zich specialiseert in het binnenwerk van kleine bussen. Ondernemingen als Ford leveren voertuigen zonder stoelen en bekleding aan, die bij Yüksel worden omgetoverd tot gebruiksklare voertuigen. Onder de tachtig werknemers zijn ruim tien Syriërs. ‘Alleen vakmanschap telt’, zegt directeur Müslüm Yüksel. ‘Een competente Syriër kan meer verdienen dan een Turk.’ Mede daarom hebben zijn Syrische werknemers nog niet de neiging terug te gaan. ‘Dáár hebben ze niets. Geen werk, geen huis.’

Kinderarbeid

Er is nog een reden waarom in sommige sectoren Syriërs lastig te vervangen zijn door Turkse werknemers. De 43-jarige schoenmaker Aydin zei dat hij het werk al 35 jaar doet, en de 23-jarige Ali al tien jaar. Dat riekt naar kinderarbeid. Turkije heeft de afgelopen decennia vooruitgang geboekt in het terugdringen van de praktijk, maar de laatste jaren is de daling gestagneerd, vooral door de komst van miljoenen vluchtelingen.

Ondernemer Saribal gaat er prat op dat kinderarbeid in de schoenenbranche dankzij hem minder vaak voorkomt dan voorheen, een bewering die moeilijk valt te controleren. ‘De minister van Arbeid nam maatregelen nadat ik een interview had gegeven aan de BBC’, zegt hij. In Saribals bedrijf zijn inderdaad geen minderjarigen te zien, maar warempel: bij collega Osman zit een Syrisch jongetje achter een naaimachine dat, gevraagd naar zijn leeftijd, verlegen lachend antwoordt: ‘13.’

Het is een werkomgeving waar Turkse ouders hun kinderen voor willen behoeden. ‘Turken willen allemaal studeren’, zegt Saribal. ‘Niemand wil nog schoenen maken of auto’s repareren.’ Werknemer Aydin: ‘Wij zijn de laatste generatie. Als wij doodgaan, gaat het vak dood met ons.’ Ook ondernemer Osman ziet de geringe aanwas van Turkse vaklieden. ‘Zonder Syriërs zal het schoenmaken hier uitsterven.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next