Home

Opinie: Waarom de inpoldering van het Markermeer meer schade dan oplossingen biedt

Een ruime Kamermeerderheid stemde onlangs voor een haalbaarheidsonderzoek naar het deels inpolderen van het Markermeer en IJmeer. Maar is het geen tijd om onze landhonger te beteugelen? ‘Een land dat leeft, maakt een pas op de plaats.’

De plaquette bij het sluitgatmonument op de Afsluitdijk spreekt voor zich. De afgebeelde stenenzetters zijn bijna levensgroot. Stevige, gespierde mannen die daadkracht representeren. Dit zijn de kerels die met de hand die loodzware basaltblokken op hun plaats legden. Zij bedwongen de zee.

De bekende spreuk die symbool is geworden voor Nederland als watermanagementland pronkt erboven: ‘Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst.’ In trotse hoofdletters.

De parallellen van de nieuwste inpolderingsplannen met de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 en de aanleg van de IJsselmeerpolders zijn evident. Het haalbaarheidsonderzoek waarmee de Tweede Kamer onlangs instemde, behelst het deels inpolderen van het Markermeer en IJmeer voor woningbouw en natuur.

Over de auteurs

Hetty Klavers is dijkgraaf van Waterschap Zuiderzeeland. Daarvoor was zij onder andere directeur van het Deltaprogramma IJsselmeergebied. Eva Vriend is schrijver en historicus en publiceerde onlangs De waterzoon. Jac. P. Thijsse, zijn zoon en onze verhouding tot de natuur.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Motto

Toen de Tweede Kamer in 1918 unaniem voor de Zuiderzeewet stemde, was de grondgedachte hetzelfde: het nieuwe land diende bovenal om de problemen van het oude land op te lossen. Meer ruimte creëren voor landbouw was het belangrijkste motief. Het motto van de eerste naoorlogse landbouwminister Sicco Mansholt luidde ‘Nooit meer honger’.

Maar biedt een nieuwe polder vandaag de dag ook een oplossing voor de actuele grote vraagstukken waar we voor staan? Of is het een manier om de problemen voor ons uit te schuiven?

Natuurlijk erkennen we de urgentie van de woningbouwopgave. Ook begrijpen we de wens om het huizentekort in een nieuwe polder oplossen. Dan kunnen de huidige agrariërs rustig doorboeren, en blijft onze voedselzekerheid gegarandeerd. En natuurlijk zijn ook wij niet ongevoelig voor de aantrekkingskracht van een technisch hoogstandje, ingenieurskunst zelfs.

Toch maken we ons zorgen. Hoe aanstekelijk het enthousiasme voor de haalbaarheidsstudie ook is, ontnemen de dijken uit het nieuwe plan niet ook ons zicht op de werkelijkheid?

Elke druppel

De nieuwe polder ‘IJstad’ zal een hap uit het Markermeer nemen, het meer dat samen met het IJsselmeer de belangrijkste zoetwaterbuffer van Nederland is. In periodes van droogte is deze buffer cruciaal voor juist de landbouw. Die periodes zullen in de toekomst alleen maar toenemen. Dan telt elke druppel.

Ook bij grote neerslag, hoge rivierafvoeren en hoge waterstanden hebben we het héle Markermeer nodig. Daar wordt dan, net als in het IJsselmeer, het teveel aan water vastgehouden, totdat het kan worden weggepompt of gespuid bij IJmuiden of de Afsluitdijk. Ook dit zal in de toekomst vaker nodig zijn door klimaatverandering.

Ook voor ons natuurbeleid is het Markermeer van grote betekenis. Want hoe kun je een deel van dit alom geroemde vogelparadijs willen opofferen, juist op een plek waar het open landschap wordt gekoesterd?

We verbazen ons over het gemak waarmee wordt gesteld dat compensatie met een paar extra Markerwaddeneilanden volstaat. Wat in dit gebied nu al moet en kan gebeuren, is het verzachten en daarmee natuurvriendelijker maken van de harde overgangen tussen land en water. Het project Oostvaardersoevers tussen Lelystad en Almere maakt hier een voorzichtig begin mee.

Te snel

Als het Markermeer aan alle natuurwaarden voldoet, kunnen de bewoners van de nieuwe IJstad er straks mooi op uitkijken, stelde ecoloog Ton Eggenhuizen in de Volkskrant. Daarmee gaat hij in onze ogen te snel, want in Flevoland zijn al goede plannen voor het woningbouwprobleem. Neem Almere Pampus, een nog te bouwen stadsdeel binnen de gemeente Almere. Waarom dat ontwerp niet eerst verder uitwerken? Ook kent de provincie gebieden waar op de lange termijn hoogwaardige landbouw niet is vol te houden, bijvoorbeeld door bodemdaling en verzilting. Daar ontstaat ruimte. Zullen we daar eerst maar eens serieus werk van maken?

Een polder of een eiland in het Markermeer is een dure en grondstof verslindende oplossing voor het woningbouwprobleem. Niet alleen in aanleg maar ook in beheer en onderhoud. En dat geld is er bij het Rijk in ieder geval niet.

Nu al heeft Rijkswaterstaat onvoldoende budget voor bijvoorbeeld gemaal IJmuiden. Dat is technisch afgeschreven. Er is zelfs geen geld voor het maken van een plán voor de vervanging. En denk aan de pompcapaciteit op de Afsluitdijk die nu niet volstaat om het teveel aan water uit het IJsselmeer weg te pompen. Het ontbreekt aan geld voor extra pompen.

Het wordt tijd voor een nieuwe slogan: een land dat leeft, maakt een pas op de plaats. Het bouwt aan zijn toekomst op het oude land, waar het nieuwe land ook toe behoort.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next